De Brit in Nick Drake :: Treurwilg onder een Northern Sky

De muziek van Nick Drake was niet van deze wereld. Misschien was ze wel van geen enkele wereld — in ieder geval geen gekende wereld. De muziek van Nick Drake voert je eerder mee naar een idyllisch groen Engels Arcadia, dat spijtig genoeg enkel in zijn hoofd en in zijn muziek bestond. Die diepe Britse beleving van zijn muziek blijft echter tot op vandaag doorwerken.

Do you feel like a remnant
Of something that’s past
Do you find things are moving
Just a little too fast

Toen eind jaren zestig en begin jaren zeventig de tegenbeweging zijn hoogtepunt bereikte, waren er paradoxaal genoeg ook enkele groepen die radicaal de andere kant opkeken. In plaats van zich af te zetten tegen de door de hippiecultuur zo verworpen tradities van de vorige generaties, dook een band als Fairport Convention de bibliotheken in om op zoek te gaan naar verhalen over een ver verloren Brittannië. Wat The Band was voor Amerika, waren Fairport Convention, The Incredible String Band of Pentangle voor Engeland. Nick Drake — niet toevallig ontdekt door Ashley Hutchings van Fairport Convention — bevond zich in het midden in deze beweging. Maar waar deze groepen oude traditionals afstoften, haalde hij inspiratie uit een heel andere plaats. De zanger moest immers niet teruggrijpen naar een onbekend verleden om het mythische Engeland in zijn hoofd om te zetten naar muziek; hij moest enkel naar zijn eigen leven kijken.

Opgevoed in een oer-Brits gezin bracht Drake het grootste deel van zijn jeugd door in het in een met klimop overgroeid herenhuis genaamd Far Leys in het slaapdorpje Tanworth-in-Arden, een soort rurale idylle tussen de heuvels van Warwickshire dat normaal enkel nog terug te vinden is in series als Midsummer Murders. Daar, in een grote oranje stoel, leerde Drake zijn gitaar beheersen en ontdekte hij de natuur van het Britse platteland dat later zo vaak als achtergrond zou dienen in zijn nummers. Op een bekende, veelzeggende foto zien we Drake onder een boom zitten, met voor hem zijn gitaar en naast hem een opengeslagen boek. Zonder de drukkende somberheid die latere afbeeldingen zo kenmerken, hield een jarenlang aanslepend depressie hem toen al in zijn greep.

Van blues naar The Lake District

Nadat hij was afgestudeerd aan het typisch Britse upper middle class Marlborough College, trok Drake naar Cambridge om Engelse literatuur te studeren. Niet dat zijn invloeden zich beperkten tot Engelse muziek en literatuur: uitgebracht materiaal uit de periode van voor zijn debuut Five Leaves Left bewijst dat zijn repertoire toen ver af stond van zijn latere, meer breekbare werk. Het stereotiepe beeld van de oermelancholische, naar zijn schoenen starende Drake was zeker niet de enige muzikale kant van de man. Naast de obligatoire Dylancovers en traditionals zijn er op die eerste cassettes vooral heftige folkblues van mensen als Bert Jansch of bluesnummers van Robert Johnston te vinden en ook voor jazz draaide de folkie zijn hand niet om. Robert Kirby, arrangeur en naaste vriend van Drake, liet ooit optekenen dat “one of the biggest shames is that no one will ever hear him play blues”.

In zijn eigen werk verdween die bluesinvloed echter volledig naar de achtergrond. Nick Drake schiep geen harde wereld van duivels, vrouwen en whisky, maar wel een idylle die misschien nog het best te vergelijken valt met wat Ray Davies deed op The Kinks Are The Village Green Preservation Society. Nummers als “Northern Sky”, naast een prachtig liefdesliedje ook een lofzang op de Engelse hemel, “From The Morning” of “River Man” roepen een soort pastorale, landelijke Britse sfeer van rivieren en wilgen op, die echter vooral in het hoofd van de zanger en in zijn muziek bestond. Geen grootstedelijke chaos, maar de langzaam stromende rivier als metafoor voor het spel van leven en dood. Als de stad dan al eens een rol kreeg in Drakes muziek, dan was het een plaats van vervreemding, een plaats waar hij zelf ook van zou weglopen toen hij verder wegzakte in een inktzwarte depressie.

Arcadische romantiek

Neen, dan een nummer als “Fruit Tree”, waarin hij een ode aan iets zo simpel als een fruitboom brengt en waarbij de Brit tegelijk mijmert over het lot van de miskende kunstenaar, wiens schoonheid pas geaccepteerd kan worden “Till its stalk is in the ground”, in zijn geval een profetisch nummer. Het lijkt wel de soundtrack bij de foto’s die van hem bestaan; je ziet hem zo zitten in de lommerte van zijn lichtjes overwoekerde tuin, onder zijn teerbeminde fruitboom. In “Day Is Done” luidt de zonsondergang en de nacht meteen ook het onvoltooide van het leven en het duistere van de dood in; het is niet moeilijk hier de echo’s van Keates of William Blake in te horen. Ook hier bedriegt de schijn echter weer: Drake verdiepte zich evenveel in de Franse symbolisten als Rimbaud en Baudelaire als in de Engelse romantici. In zijn werk echter geen absintdromen, wel de natuurtaferelen van “Place To Be”, te vinden op het gitzwarte Pink Moon. In “Time Of No Reply” druipt de eenzaamheid dan weer van de zinnen “The tree on the hill had nothing to say / They would keep their dreams till another day / So they stood and thought and wondered why / For this was the time of no reply”. Veel van zijn nummers worden ingekleurd door een soort melancholie die instinctiefmatig zeer Engels aanvoelt — wat dat ook mag betekenen — zonder daarbij concreet te worden.

Niet alleen tekstueel was de Britse natuur erg aanwezig in de muziek van Drake, maar ook muzikaal zie je een soort Lake District voorbij trekken, bijvoorbeeld in “Far Leys” ,waarin Drake zijn eigen ouderlijk huis eerde. Zeker op de sterk gearrangeerde tweede plaat Bryter Layter zorgen bijvoorbeeld de dwarsfluit van het titelnummer of afsluiter “Sunday” er voor dat je je in een groen heuvellandschap waant, waarbij aan de andere kant van de heuvel de kerktoren van Tanworth-in-Arden langzaam tevoorschijn komt. “Saturday Sun” is met zijn wiebelende piano dan weer de soundtrack bij een kop thee in de veranda — een met sierlijk smeedwerk afgewerkt exemplaar uiteraard, geen uitgebraakte glazen bak zoals er aan de achterkant van Vlaamse huizen vaak eentje plakt.

Midzomernachtsdroom

En zo wist Nick Drake in zijn muziek een algemene sfeer van bucolische rust, landelijkheid, de bloemen van de Lake District en de Village Green op te roepen. Ondanks het prachtige “From The Morning” verkleurden die bloemen op Pink Moon tot een cynisch zwart. Het Engeland waar Drake over zong bestond niet, zijn verblijf in Londen was een kille en vervreemdende ervaring geweest en zijn marijuanaverslaving had zijn depressie alleen maar verergerd. Zijn midzomernachtsdroom van een Brits Arcadië bleef wat het was: een droom, een eigen wereld die enkel in zijn hoofd bestond. En in zijn muziek, die drie te koesteren pareltjes die hij aan de mensheid meegaf. Wars van alle modes bieden die immers nog steeds een vluchtmogelijkheid naar een plek buiten de tijd, een plek die eigenlijk nooit bestaan heeft. Dat wij (en hij) daar toch naar blijven teruggrijpen en ze daarbij voor de luisteraar vaak een té idyllisch beeld van een soort (fictief) oer-Engeland blijven oproepen, zegt uiteindelijk immers meer over ons dan over dat Engeland, die midzomernachtsdroom die Drake voor ons componeerde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + negentien =