Balthazar :: 7 november 2015, Vorst Nationaal

Weergaloos en bloedmooi: bij een groots optreden horen grote woorden. Balthazars eerste passage langs Vorst Nationaal had alles van een zegetocht, dus moest er ook een (kleine) verliezer zijn. Het Balthazar van u en ik is niet meer.

Een tijdlang konden we niet met Balthazar door één deur. Het was niets persoonlijks. Eerder een samenloop van omstandigheden. Het eerste nummer dat we bewust aan Maarten Devoldere, Jinte Deprez en Patricia Vanneste linkten, was “Sinking Ship”, de derde single van tweede plaat Rats. Radiozenders waren wat tuk op het meanderende riedeltje — wij niet — en versleten het tot enkel wrakhout overbleef. Die ene hit heeft ons drie jaar lang van plaat en band weerhouden. Zo waren we de enige Belgen die Balthazar nog nooit live hadden gezien. Tijd om onze wrongs te righten.

Drie jaar later. Balthazar begint hun dik anderhalf uur durende set met een drieluik singles dat ons onverbiddelijk met onze misstap confronteert. De opener lijdt enkele seconden lang aan een technisch mankement en dat is gelijk de enige bump in de setlist van de hele avond. Het enige dat nodig blijkt om “Decency” uit zijn hikkende hengels los te schroeven, zijn Jinte Deprez’ zwierige heupen op een van de geometrische podiumblokken. De drums van Michiel Balcaen (ex-Faces on TV, spotify die groep), verhoogd op een plateau, helpen. “Then What” en “Leipzig” nemen middels unisono “oooo”’s en korte baslijntjes een shortcut naar de eerste twee goudglanzende climaxen. Ergens in de lichtplas van de middelste spot deint felroze haar.

Snel nog een nummer, want Balthazar zit in een roes: de gitaren van “The Boatman” zijn in vinnige reverb gedrenkt en klauwen langer en dieper dan ze op debuut-cd Applause ooit deden. In dit kluwen struikelt de munt voor het eerst ook op z’n keerzijde: Balthazar verzorgt een bijna uitverkochte homecoming in Vorst, en daarvoor cateren ze meer stadionrockers dan gloeiende popkleinoden. Van de weeromstuit worden hun teksten — paradoxaal, ambigu en kwetsbaar, zoals dat hoort — een keer te veel vehikel voor handengeklap. Gratuit wordt het nooit, maar aan elke vlotte danspas gaat een traan verloren. Hoewel: te mogen aanschouwen hoe het wiegende silhouet van Patricia Vanneste zich zwoel afschildert tegen een reep decor, daar valt óók iets voor te zeggen.

“Het is best spectaculair om hier te mogen staan. Merci”: Jinte Deprez leidt het meesterlijk cleane, met strijkers slepende “Wait Any Longer” in en geeft zijn “Oldest Of Sisters” nog een glamoureuze make-over met een gepimpte gitaarintro. Tijdens het ijle orgeldeuntje en de groovy bas van “Later” — plots voelt Rats très Thin Walls aan — doet Deprez denken aan een strakke Max Colombie. Het duo “Lion’s Mouth (Daniel)” en “The Man Who Owns The Place” roept dan weer diepe schaduwen op uit de buik van Maarten Devoldere. Zijn “Thank you” komt rechtstreeks uit een van de zweterige Kortrijkse kroegen waar Balthazar een klein decennium geleden schoorvoetend begon. ’t Is van daaruit ook dat “Fifteen Floors” opwelt: “Dit is jin van de eerste nummers da we ooit geschreven hebben.” Maar vanavond is er véél volk en stroboscopisch licht. Wanneer Devoldere de micro viert en de verbale fucking‘s fysiek onderstreept, doet hij dat met een niet te miskennen gevoel voor decorum.

We zijn dertien nummers diep in het concert vooraleer de knuppel in het hoenderhok valt. “Bunker”, in een glorieuze uitvoering met ook Patricia Vanneste aan de micro, is shaken en fluiten en klappen. En ook stil zijn wanneer Vannestes viool de hemel toefluistert en extatisch wanneer Balcaens drumstokken een reprise aantikken. “Brussels, if you wanna dance, dans dan lekker met ons mee.” En er was not a thing left to ask for. Behalve dan misschien een andere afsluiter dan “Blood Like Wine”, dat op z’n eigen al zoveel alcohol deed morsen dat de overheid er beter een sensibiliseringscampagne over opzet. Neen, dan liever “Decisions” of “The Silence”, twee nieuwe nummers die Balthazar onlangs in de Verenigde Staten debuteerde op tournee.

Twee bisrondes nog, om het een en ander te onderstrepen. Een: Balthazar is in absolute bloedvorm. Instrumentenwerk, performance en (samen-)zang lopen allemaal op rolletjes — zelfs de sterk op beklemtoning georiënteerde bariton van Devoldere miste gisteravond amper. Twee: dat professionalisme zuigt op z’n minst een deel van de artistieke ziel weg. De Kunstbende- en Rock Rally-pubers van weleer groeien op en herdefiniëren hun adjectieven van ingetogen en gloedvol tot groots en berekend. Balthazar toonde zich gisteravond de beste band van België, en daar valt nu eenmaal niets aan te doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zes =