Editors :: 31 oktober 2015, Paleis 12

Gaan we het persoonlijk spelen? Wel ja. Laten we het eens persoonlijk spelen. Als het om Editors gaat wéten we het namelijk niet zo hard meer. Ook zaterdag in Paleis 12 dansten intense liefde en diep cynisme een woeste tango in onze borstkas rond het topic “dat grote gebaar”.

Laten we om te beginnen wel wezen. Editors is verantwoordelijk voor een paar puike albums. Twee aardig (debuut The Back Room, 2005) tot ronduit semi-klassieke (An End Has A Start, 2007) post-punkplaten werden opgevolgd door een collectie electrorocksongs (In This Light And On This Evening, 2009) die een boeiende nieuwe richting insloegen. En was The Weight Of Your Love uit 2013 nog een dikke, op stadionmaat gesneden sof die naar nu verluidt vooral werd gemaakt om na het vervangen van vertrokken gitarist Chris Urbanowicz opnieuw een band te worden, dan maakte het nieuwe In Dream dat begin deze maand verscheen alles in één klap goed: tien nummers, één sfeer, een terugkeer naar het donkere geluid van die eerste drie platen.

En dus sta je daar in Paleis 12 voor de tweede keer in een maand tijd naar Editors te kijken. Voelde het optreden in Het Depot ter promotie van de albumrelease aan als een generale repetitie, dan is dit the real deal, veel te veel vuurwerk incluis. En dan begint het te wringen.

Met de camera bijna in zijn gezicht geduwd en uitvergroot op twee schermen valt immers nogal op hoe Tom Smith in de nochtans spannend opgebouwde opener “No Harm” vooral aan het acteren is, méér dan hij in de muziek duikt: juiste pose aannemen, die falset opzetten, tekst er uit kelen. Inleven? Betrokkenheid? Neen, daar lijkt het niet op. Alsof hij denkt: “Even een Editorske doen”. Niet dat de rest van de band voor hem onder moet doen. Meer dan eens sporen nieuwe toetsenist/gitarist Elliott Williams en bassist Russell Leetch het publiek zo gretig aan tot meeklappen of –wuiven dat ze wel héél blij moeten zijn met de gigantische status in ons land. Op zich niets op tegen –- we zouden ook zot van contentement zijn –- maar wel als het allemaal nogal vrijblijvend en behaagziek wordt.

Want waarom, in Godsnaam, heeft een topnummer als “Sugar” per sé een Rammsteinachtige hoeveelheid vuurfonteinen nodig, zodat onze wenkbrauwen tien meter verder aan het smeulen gaan? Het is van een luiheid die kwaad maakt. Ja, natuurlijk moet je bij een arenaconcert als dit aan je vormgeving werken — coole backdrop trouwens met die suggestie van betonnen panelen –- maar neem dan een voorbeeld aan Nine Inch Nails dat tour na tour met verrassende concepten en lichtontwerpen afkomt die mijlen verder gaan dan wat simpele, statische pyrotechnics.

Vanzelfsprekend staat de setlist op punt en worden de songs goed afgeleverd –- het zou er nog aan mankeren op dit niveau; “Blood” raast op zijn 4/4-beat voorbij als was er een raketmotor op gemonteerd, “All Sparks” klinkt dankzij de drijvende drums van Ed Lay als een olifantenstampede — we bedoelen dat positief. En ja hoor, Tom Smith is met zijn zwarte broek en wit hemdje de gedroomde frontman voor dit tijdsgewricht waarin zelfs de gemiddelde student er uitziet als een afgeborstelde kantoorfrik: wringt zijn lijf in onmogelijke hoeken, danst spastisch op de staccato beat van “All The Kings”, is heel hard aanwezig.

Maar het is ook allemaal net té. Té groot. Té aanwezig. Té bombastisch. Editors is zo gretig dat er geen maat staat op de breedte van het gebaar. En dat zorgt ervoor dat vooral gaat opvallen van wat een ondraaglijke lichtheid Smiths teksten zijn geworden. “Would you butcher my love to understand it?” balkt de frontman een zoveelste tenenkrullende metafoor. Bob Dylan moet zich voorlopig nog niet bedreigd voelen.

“In de bisronde moet je de lat altijd hoger leggen”, gaat een populaire muziekbizzwijsheid, en dat wil bij Editors zeggen: nóg meer beuken, nog meer blazen. “Ocean Of Night”, op In Dream een ingetogen uitschieter, verliest hier zijn prachtige pianolijn, en krijgt houthakkersdrums mee die het de vernieling indreunen; een bezwerend nummer handjeklap maken, we hopen dat de bandleden er niet te trots op zijn. Een eindeloos uitgesponnen “Papillon” volgt, een nieuw vat gas voor de pyrotechnics wordt aangesloten: boem, pssjt, vlam. Het afsluitende “Marching Orders” verdwijnt in een waas van sambapercussie en confetti. Feest of zo.

Noem het het Coldplaysyndroom: wel U2 willen zijn, maar niet beseffen dat die band op zijn beste momenten ook iets te vertellen had dat verder ging dan vage liefdesverklaringen als “All the kings are marching to the sound of your ribcage.” Editors reikt naar de sterren, maar strekt zich daarbij zover uit dat het dreigt op zijn smoel te vallen. Voor wie dat soort dingen spannend vindt: wordt volgende zomer ongetwijfeld vervolgd op Werchter. We zullen er ook zijn, want we houden van die straffe platen. En we hopen dat de groep de balans ooit juist krijgt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =