Louis Sclavis Quartet :: 23 april 2015, Handelsbeurs

De Handelsbeurs was goed volgelopen voor het recentste project van Louis Sclavis, en terecht. De Franse klarinetvirtuoos heeft de voorbij kwarteeuw een reputatie opgebouwd als een van de klasbakken van de Franse/Europese jazz en stelde ook deze keer niet teleur, met een zinderende set die liet horen dat hij anno 2015 nog altijd vitale, avontuurlijke muziek maakt.

Een paar jaar geleden nam Sclavis met toetsenist Benjamin Moussay en gitarist Gilles Coronado al het bejubelde Sources op. Dit Atlas Trio werd met de komst van percussionist Keyvan Chemirani uitgebreid tot het huidige kwartet. Dat bracht vorig jaar Silk And Salt Melodies uit, een album dat in het verlengde lag van zijn voorganger, maar uitpakte met een iets exotischere wending, door Chemirani’s spel op de tombak (een met geiten- of kamelenhuid bespannen trommel) en een sterkere invloed uit de zone waar Europa en Azië elkaar ontmoeten.

Met Moussay en Coronado vatte Sclavis al post in een zone tussen Europese jazz, kamermuziek en potige rockuithalen, en dat was eigenlijk niet veranderd. De band haalde hier en daar uit met een behoorlijk massieve kracht (je ziet eigenlijk ook heel weinig jazzgitaristen met zo’n Gibson SG, die vooral bekend werd door rockers als Angus Young en Tony Iommi) en een redelijk bombastische sound, maar kon net zo goed, en vaak binnen dezelfde compositie, een andere gedaante aannemen. Zo ontspon er zich voortdurend een beweging tussen meer lyrisch, open terrein en een robuustere geluidswereld. Dat Moussay bovenop piano ook Rhodes en baspartijen speelde met de linkerhand, dikte het geluid alleen maar aan.

En als die Sclavis van leer trekt op die basklarinet, zoals meteen al even het geval was in opener “L’Homme Sud”, dan zorgt dat er nog altijd voor dat je als luisteraar iets dichter naar het puntje van je stoel kruipt. De meesterlijke beheersing, prachtige klank en individuele stijl waar al die invloeden in samenkomen, blijft fascineren. En bovendien boden die composities zoals gewoonlijk een knap evenwicht van hechte groepspassages, verschuivende kleurschakeringen en ruimte voor improvisatie. Live was dat opnieuw meer het geval dan bij de albumversies van deze composities.

Begon “Cortège” met tricky timing en een staccato nervositeit, dan werd al snel het terrein van de heavy rock opgezocht of creëerden Sclavis’ kompanen een broeierige groove die door Chemirani’s vingervlugge spel een enorme stuwing kreeg. Elders, zoals in “Le Parfum de l’Éxil”, ging het er dan weer ingetogener aan toe, al werd de baan snel weer vrijgemaakt voor de knappe groove van “Dance For Horses”, met opnieuw een ontketende Sclavis op basklarinet. Hoogtepunt was misschien wel “L’Autre Rive”, waarin Moussays pianosolo uitmondde in donker zwalpende jazzrock met een knetterende intensiteit.

Ook voor afsluiter “Dust And Dogs” werd tenslotte nog eens alles uit de kast gehaald, werden al die troeven –- de memorabele thema’s, exotische invloeden, lyrische vergezichten, spetterende solo’s — nog eens mooi op een rijtje gezet. Het onderstreepte dan ook nog eens dat Sclavis na meer dan drie decennia op het voorplan van de Europese jazz nog steeds niet zinnens is om de creatieve handdoek in de ring te gooien. Samen met deze drie jongere kerels liet hij een zoveelste invulling horen van die instant herkenbare aanpak. Daar zit voorlopig duidelijk nog geen sleet op.

Sclavis speelt deze zomer met Henri Texier en Aldo Romano op Jazz Middelheim.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × twee =