Bony King :: 9 april 2015, AB

Wild Flowers heet de laatste plaat van Bony King, naar het gelijknamige nummer dat zowel op dat album als de titelloze voorganger te vinden is. Hoewel Bram Vanparys voor beide platen mooie liedjes geschreven heeft, komt het ware talent van de songsmid pas op het podium naar boven, wanneer de onnatuurlijke omgeving van de studio wegvalt en de songs tot hun recht komen in het gezelschap van het publiek.

Hoewel Wild Flowers zeker zijn momenten heeft, is het een plaat die bij momenten te veel kabbelt en te veel op veilig lijkt te spelen, twee bemerkingen die absoluut niet van toepassing zijn wanneer Bony King op het podium staat en een caleidoscoop aan prachtsongs ten gehore brengt. Er wordt, niet geheel onlogisch, geopend met “Standing in the Light”, dat de toeschouwers bij de hand neemt en hen een boeiende muzikale wereld in loodst. Daarbij laat de heerlijke samenzang zich al snel als troef opmerken en zorgt Douglas Firs met zijn slide guitar voor een Harvest-achtige sfeer, een aanpak die uitgepuurd wordt in “Sweet Nothing” en “One More Night”, dat het openingstrio vervolledigt. In dat laatste nummer, dat door een fraai drumpatroon aangedreven wordt, schurkt Bony King zich knus tegen Bob Dylan aan, als de bard die met enkele beelden hele werelden oproept waarin tal van fascinerende personages zich voortbewegen.

“Wandering Light” presenteert zich dan weer als herfstige folkcountry, terwijl “Sleeping Miners”, waarin de stemmen zich zachtjes tegen elkaar aanvlijen, zelfs naar Bony King-normen behoorlijk ingetogen klinkt, al doet het akoestisch rondje op dat vlak uiteraard een stevige duit in de zak. “The Garden” en “Eleonore” blinken ook in een solo-uitvoering uit in wonderlijke pracht, net zoals ze dat vier jaar geleden deden op dat magische Eleonore-album.

Met “Maria” duikt Vanparys nog verder het verleden in, naar debuut Alas My Love, dat heel schetsmatig de latere grootsheid in zich droeg. Het nummer, het eerste dat hij ooit schreef, gaat over in het Cohen-getokkel van “Travelling Man” waarna, na een kort vocaal intermezzo, “Sad Rosanne” zijn hitpotentieel waarmaakt. “At the Gates of Town”, dat in zijn intro naar “Lake of Fire” lijkt te knipogen, laat de geest van The Band door de zaal stromen, daarmee een mooie afluister van de reguliere set biedend.

“Summer nights have gone cold / I’m going home”, klinkt het niet veel later aan het einde van het concert tijdens het heerlijk uitgesponnen “Summer Nights”. Maar, zoals Dylan eerder al meedeelde over zomerdagen die voorbij zijn: “I know a place where there’s still something going on”. Ook Bony King is op de hoogte.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 5 =