Bløf :: ”In enige mate gelukkig zijn, dat is het streven”

Elbow, Coldplay, Massive Attack, Fink… De referenties die Bløf oproept zijn nooit de minste, en dat is bij hun elfde plaat In Het Midden Van Alles niet anders. 22 jaar ver heeft de Zeeuwse band ongetwijfeld een van zijn beste platen tot dusver gemaakt. Met de blik resoluut op de toekomst gericht. Komende zondag staat de grootste én beste Nederlandstalige band van het moment, inclusief uitstekende livereputatie, in Trix in Antwerpen. Een gesprek met bassist en tekstschrijver Peter Slager, op een nazomers terras in Bløfs heimat, het prachtige Middelburg.

enola: In Het Midden Van Alles klinkt even fris als een beloftevol debuut.
Slager: “We voelen dat we ons op andere gronden hebben begeven. Dat zit toch voor een groot deel in de productie, die credits moet JB Meijers (De Dijk, Tröckener Kecks, Frank Boeijen…, pn) krijgen. We waren echt toe aan een frisse wind, en hij heeft gelaagdheid in ons geluid gebracht. Ik hoorde JB’s productiewerk op de plaat van Carice Van Houtven: dat klonk zo fantastisch, was zo creatief gemaakt. Dat type sound wilden we: die diepte, maar dan vertaald naar onze liedjes. Bovendien hadden we een fantastische klik in de studio. Het is de leukste plaat die we ooit gemaakt hebben. JB werkt snel, praat wel veel, maar kan niet tegen oeverloze processen. Wij hadden daar ook genoeg van. Het was soms wel wat chaotisch, wat springerig, maar dat vond ik net leuk. Het kwam mede daardoor allemaal uit het hart, zonder te veel denkprocessen. Ook Ken Stringfellow (The Posies) heeft daar een voorname rol in gespeeld. Hij is een vertrouweling van JB, een soort geluidsprofessor. Hij trekt zich terug in een hoekje om weirde sounds te maken met een laptop, plug-ins, koptelefoon en een batterij. Dat maakte dat we een combinatie konden maken van hypermoderne sounds met een lekker ouderwetse sound. En daar slaat de titel In Het Midden Van Alles in wezen ook op.”

Tussen donker en licht

enola: Voor een band als Bløf is het elke keer een moeilijk evenwicht zoeken tussen vernieuwende wegen inslaan en jullie herkenbare sound.
Slager: “Dat is ook zo. Als de neuzen niet dezelfde kant op staan, ontstaan er ongeziene spanningen. Daar hebben we ons deel van gehad hoor, maar niet met deze plaat. Dat maakt dit album het sterke geheel dat het naar mijn smaak is. We hebben ook nooit iets teruggeschroefd omdat het te ver van ons geluid ging staan. Nu ben ik wel de meest “experimenteerlustige” van ons allemaal, denk ik. Ik push de dingen die “hard” of “raar” zijn — voor ons dan toch — wel het hardst.”

enola: Zo is “Langzaam Lief” een, voor jullie doen, hard en donker slotnummer. Maar het klinkt geweldig.
Slager: “Ja, dat is gebaseerd op het repetitieve wat Fink al eens doet. We zijn allemaal nogal zwaar beïnvloed door Fink. Het zit ook in “Zonder jou snap ik er niks van”. Dat heeft Paskal ingespeeld op een nylonsnarige akoestische gitaar waar Fink ook op speelt. En als je daar dan repetitieve tokkels op speelt, krijg je al heel snel die hypnotiserende sfeer die hij weet te creëren. Zijn platen bevatten zoveel lagen dat die na dertig luisterbeurten nog steeds dingen prijsgeven. Dat wilden we ook. JB is diegene die aan de slag gaat met tapeloops en de noisegitaar nog steeds harder laat gaan. Daarmee gaat hij voor ons doen over de top, maar het werd daardoor allemaal net krachtiger, alsof Paskal tegen een vloedgolf aan staat te schreeuwen. Heerlijk. Ik heb het gevoel dat die samenwerking met JB nog niet ten volle “uitgebuit” is.”

enola: Dat spat echt van de plaat af: dit is een band die zich heel goed in z’n vel voelt. Jullie toetsenist/gitarist, Bas Kennis, zei ooit eens over een van jullie vorige platen, Omarm, dat het de kunst is om diepgang in geluk te zoeken. Dat lijkt me ook van tel op dit album.
Slager: “Fantastische quote (lacht). Ja, Omarm mocht absoluut geen donkere plaat worden na Blauwe Ruis (daarop verwerkte de band het verlies van hun verongelukte drummer Chris Götte, pn). We wilden een lichte plaat maken. Dat die bijwijlen romantisch uitpakte was de bedoeling niet, maar achteraf gezien waren we daar wel gelukkig mee. We hadden het er onlangs nog over dat In Het Midden Van Alles de meeste overeenkomsten vertoont met Omarm. “Aan/Uit” is een soort nieuwe “Mooiste Verliezers”: ook lang uitgesponnen, met een donkere thematiek maar niet donker van toon. “Langzaam Lief” is ook romantisch, maar dan weer wel donkerder van toon… Misschien slaat ook daar de titel van het album op: in het midden tussen donker en licht.”

Geïnspireerd op Wouter Weylandt

enola: Uit je teksten straalt een zekere rust uit. Ze lijken geschreven door een gearriveerd iemand.
Slager: “Ik ben ook wel rustig tegenwoordig – meestentijds toch. Ook in de band. We discussiëren nog wel eens met het mes op de tafel als het er echt toe doet, maar uiteindelijk worden we allemaal wel wat milder, ook naar elkaar toe. Broederschap verdiept zich uiteindelijk ook. Ik denk dat we steeds meer elkaars broeders geworden zijn met de jaren, met respect voor ieders afzonderlijke keuzes op welk vlak dan ook. Het kan ons nog altijd schelen wat iedereen doet, waarom, hoe het met elkaar gaat. En als we samen op het podium staan, hebben we nog steeds het meeste plezier dat we kunnen indenken. Als het gebeurt dat we na een optreden net niet tevreden zijn, dat we net met het wiel in de berm beland zijn zeg maar, hebben we nog steeds de drive om daar met het oog op het volgende concert aan te werken. En als dat dan ook lukt, is dat zo’n prachtig gevoel. Ik kan me niet indenken dat er iets leukers bestaat. Niemand van ons, trouwens.”

enola: Precies. Dat ademen je teksten dus ook uit. Ze zijn heel hard op en vanuit jezelf gericht. Zoals je schrijft in het openingsnummer “Klaar Voor”: je hebt de krant aan de kant gelegd deze keer.
Slager: “Het is niet dat er niets is om over te schrijven, integendeel, maar ik had er niet de behoefte toe. Neem nu “Aan/Uit”. Dit verwacht je wellicht niet, maar dat gaat over het overlijden van die Belgische wielrenner Wouter Weylandt in de Giro van 2011. Exact, dag op dag een jaar eerder, had hij in de Giro de derde etappe gewonnen in Middelburg, vlak voor mijn deur. Ik had hem zien finishen vanuit het raam van mijn logeerkamer. Een jaar later zie ik hem op televisie op het asfalt liggen, en die man is dood. Wilfried De Jong had daar een reportage over gemaakt, waarin een Spaanse wielrenner aan het woord kwam die ook eens zwaar ten val was gekomen. Hij was in coma geraakt, maar had het wel overleefd. Hij zei: “Het was een schakelaartje.” Het ging de goede kant op met hem, maar het had net zo goed anders kunnen aflopen. Het is niet meer dan dat. Ik was zo gegrepen door dat beeld. Zulke dingen wou ik schrijven. En toen ik die Massive Attack-achtige loop hoorde in de demo’s, wist ik dat dat nummer zo’n tekst nodig had.”

enola: Net zoals in jullie allerbeste nummers, “Mooie Dag” en “De Geest” bijvoorbeeld, zit er een soort bedachtzaamheid in de tragere songs van deze plaat. Zonder de dooddoener “weemoedig” te gebruiken.
Slager: “Ik vind ze eerder mijmerend, ja. Zeker “Mooie Dag” is een mijmering, die een tikje gekleurd is door de euthanasie van mijn schoonvader. Ik heb nooit het gevoel gehad dat het over weemoed ging. Toen ik later terugkeek naar hoe ik aan dat sterfbed zat, ging er een soort volkomenheid, een soort berusting van uit: het klaar zijn voor de dood, voor zover dat kan. Dat vond ik bijzonder indrukwekkend, en tegelijk beangstigend en bemoedigend. (denkt na) Ik denk dat ik stiekem veel minder weemoedig schrijf dan dat mensen denken.”

enola: Je zou die weemoed te veel moeten opzoeken, wat de geloofwaardigheid van je teksten kan aantasten?
Slager: “Natuurlijk kun je verhaaltjes verzinnen die metaforisch zijn en zo van toepassing op heel veel mensen, wat ik soms ook doe hoor, maar weemoed is altijd zo “terugkijkend”. Ik hou er heus wel van, zoals op Oktober, en dan zoek ik dat wel op, maar misschien roep je het zo wel over jezelf af dat mensen het met je blijven associëren. Ik begrijp dat. Luisteren is niet zo makkelijk. Maar ik vind dat ook allemaal niet zo belangrijk. Als je muziek uitbrengt, is het niet meer alleen van jou. Mensen kopen dat en mogen er mee doen, van denken en bij voelen wat ze willen. Maar nee, weemoed is niet de plek waar we nu zijn met de band. We houden ons er nu niet mee bezig. Ik hou me meer bezig met wat voor me ligt. Ik ben sowieso niet erg nostalgisch. Ik heb daar geen talent voor, denk ik, het verveelt me gauw. Of misschien is dat te kort door de bocht. Weet je, vraag me dat de volgende keer nog maar eens (lacht).”

On top of the world is ook niet echt leuk”

enola: Tijd speelt wel meer dan ooit een grote rol in de thematiek van jullie albums.
Slager: “Tijd is essentieel, ja. Onlangs reden we terug van een optreden en Paskal en ik raakten in gesprek over nummers die je vergeet. En toen begonnen we de platen door te nemen, en we schrokken dat het er zoveel waren. Misschien is dat ook een vorm van nostalgie: dat je je eigen liedjes terugluistert. Dat is dan toch als bladeren in je oude fotoalbum. Daarom zullen we wel albums blijven maken, denk ik, omdat elke cluster songs toch, op een of andere manier, bij elkaar hoort. Het zegt iets over een bepaalde periode in je leven, als individu en als band. Het is een voorrecht om dat te kunnen maken. Met elk album zeg je aan de buitenwereld: dit waren wij de afgelopen twee jaar.”
“Ook voor m’n kinderen is dat een leuk gegeven: ze worden wat ouder, krijgen ook wat muzikale feel, vinden sommige dingen die we gemaakt hebben meer dan oké. Als ze nog wat ouder worden, kunnen ze zeggen: “Dat heeft die ouwe dus gemaakt.” Op die manier leren ze ook iets over me zonder dat ik het moet uitleggen. Ze komen iets over me te weten als ze goed luisteren, ver voorbij mijn dood als het moet. Dat moet voor vele schrijvers, kunstenaars toch ook een drijfveer zijn, denk ik. Ik heb dat altijd een mooi gegeven gevonden: dat je ergens langer meegaat, of toch zeker het moment dat je iets of waarom je iets creëerde. Als ik er behoefte aan zou hebben, kan ik dus terughalen wie ik twintig jaar geleden was door de plaat in kwestie op te zetten. Dat is een privilege, daar zijn we ons terdege van bewust.”

enola: Jullie hebben jullie twintigjarig bestaan uitgebreid gevierd, begin dit jaar de prestigieuze Edison Oeuvreprijs gewonnen… Jullie zijn ook in dat opzicht een andere, gearriveerde band geworden. Niets moet nog echt, toch?
Slager: (denkt na)“Op één of andere manier waren we tien jaar geleden dé band in Nederland. Ik denk dat onze hele entourage zich in die tijd daar ook bewust van was, en wij ook. Niet dat wij toen klootzakken waren, laat staan onze entourage, maar de sfeer was daardoor anders. Hoe moet je dat uitleggen… (denkt na) Weet je, on top of the world is ook niet echt leuk. Daar komt ook veel druk bij kijken. En vanaf het moment dat we Oktober en April maakten, is er iets veranderd. In de publieke opinie waren we opeens softies. Die platen waren commercieel minder een succes. Dus ik denk dat we op dat moment een stap terug hebben gezet, ook bewust. Dat is ons ten goede gekomen. Dingen die echt belangrijk zijn, deden er weer mee toe: het hebben van een gezin, familie… We creëerden daar ruimte voor. Toen is ook de drang om ons te bewijzen wat minder geworden. Ik ben nog steeds superambitieus in het maken van nieuwe muziek, dingen beter en anders doen, maar je hebt niet meer dat stomme competitiegevoel met andere bands. Zoals een U2 dat ook niet meer heeft.”

“Ik weet niet wat ik zoek. Ik weet alleen dat ik zoek”

enola: En waarheen leidt de weg nu? Want over anders en beter doen gesproken: jullie kennende zijn jullie nu al de gebreken van deze plaat aan het analyseren om er op het volgende album mee aan de slag te gaan.
Slager: “Over een paar weken trekken we ons terug in een strandhuis op Vlieland om te praten over wat we gaan doen. We gaan nieuwe dingen proberen te maken. Als je ’s morgens opstaat is er nog niets, en aan het einde van de dag heb je een nieuw liedje. Ik vind dat nog steeds het meest magische dat we doen. Ik weet tot op de dag van vandaag nog steeds niet, niet eens bij benadering, waar dat vandaan komt. Maar dat hoef ik ook niet te weten. Ik zie wel wat ik vind. Ik weet niet wat ik zoek. Ik weet alleen dat ik zoek. Ik ben hartstikke gelukkig in deze band op dit moment. Naarmate iedereen ouder wordt, krijgt iedereen zijn eigen leven, ontwikkelt iedereen zijn eigen ideeën – waarvan sommige een andere kant opgaan dan wat de rest denkt. Dat is nooit anders geweest, en dat is alleen maar fris. Dan heb je bij het avondeten ook nog eens iets om over te discussiëren.”

enola: In welke mate trek je al met een plan voor wat komen gaat naar Vlieland?
Slager: “Wij zijn een heel open gezelschap, we praten graag over waar we staan, wat we aan het doen zijn, waar we naartoe willen… We hebben nu ook alweer 26 vormen van de volgende plaat de revue laten passeren. Paskal stuurde me vandaag nog een demootje voor de volgende plaat. Ik heb alleen nog maar zijn begeleidend commentaar gelezen, en daarin stond dat hij zin had om “gewoon een mooie-liedjesplaat te maken”, punt. Zonder het stukje zelf al gehoord te hebben, denk ik dat dat nu inderdaad de beste manier is voor ons om aan de volgende plaat te werken. Gewoon, ongedwongen. We hebben het er al over gehad om een countryplaat te maken, of een “demoplaat” die de frisheid van de originele demo’s behoudt zonder die spark van het origineel nadien te moeten recreëren in de studio. We zouden ook heel graag eens een Elbow-plaat maken. Die liveversie met orkest van The Seldom Seen Kid in de Abbey Road Studio’s, is fe-no-me-naal. Misschien moeten we zoiets maar eens proberen, ik heb het gevoel dat we dat in ons hebben.”

enola: Doen. De Nederlandstalige muziek heeft nood aan zijn eigen Seldom Seen Kid. Maar denken jullie soms ook aan de periode veel later, wanneer Bløf niet meer het succes van nu zou hebben? Een van jullie voorbeeldbands, Counting Crows, speelt nu in kleinere zalen dan tien jaar geleden.
Slager: “Het maakt me niet zo veel uit. Als het maar met muziek is die eerlijk is en nog steeds ergens over gaat. En die ons het gevoel geeft dat we er op een of andere manier toe doen. Dat we het publiek dat we bereiken nog kunnen raken, al is het niet meer zo groot. Als dat niet meer lukt, moet je maar eens denken aan stoppen. Als band tenminste, want ik zie me altijd wel muziek blijven maken.”
“Ach, ik denk er niet zo over na. Zolang je de lust hebt om vooruit te kijken en niet te nostalgisch te worden, denk ik dat je wel goed zit. Nog steeds smaken wij het genoegen van een groot publiek te bereiken. Dat is iets verslavends hoor. Hoe zeggen ze dat — “Happiness is not a destination, it’s a way to travel”. Ik vind het geweldig mensen iets te geven wat ze tof vinden, maar als puntje bij paaltje komt maak je het toch voor jezelf. Je wilt er zelf ook gelukkig van worden. Het is zoals in een relatie: als je zelf niet gelukkig bent, heeft je partner geen fuck aan je. Dan ben je veel minder leuk om bij te zijn. Je moet zelf je best doen om het naar je zin te hebben, daar heeft de rest van de wereld uiteindelijk ook wat aan. Dat is geen pleidooi voor egoïsme of eigengereid genotzucht, maar het helpt wel als je ervoor zorgt dat je een beetje in balans bent. Ik denk wel dat ik dat ben en probeer dat zo te houden. Ik werk het best als ik in enige mate gelukkig ben, dus dat is wel het streven.”

enola: Maar eerst de tournee rond In Het Midden Van Alles nog. Wat mogen we in Trix verwachten? Jullie moeten al marathonconcerten spelen om een doorsnede van jullie oeuvre aan bod te laten komen.
Slager: “Het is iets waar we veel over praten de laatste tijd. We zijn altijd voor de lange concerten geweest, maar drie keer achter elkaar drie uur spelen is bijna niet meer te doen. Zo heeft Norman wat fysieke problemen gehad begin dit jaar. We zijn dus aan het nadenken hoe we dat in de toekomst gaan doen. Ik heb ooit eens Coldplay in Ahoy gezien: een set van 85 minuten, van de eerste tot de laatste noot perfect. Van het beste dat ik ooit gezien heb. Misschien wat kort, maar ik had het achteraf gezien niet anders gewild omdat het zo “af” was. Misschien moeten we daar naartoe. Maar boven alles moeten we bezig blijven met de vraag wat we willen vertellen, waar we mee bezig zijn. Meer nog dan de rock-’n-roll-seksgod uit te hangen op een podium (lacht).”

Bløf speelt op zondag 30 november in Trix Antwerpen. De Zeeuwse band heeft ondertussen elf platen uit, met invloeden die reiken van Kings Of Convenience over The Scene tot U2 en R.E.M. Wie de band nog niet echt kent, heeft veel moois voor de boeg. Beginnen doet u met enola’s selectie van het beste van Bløf hier op Spotify.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 5 =