Leviathan

De verhuis van Gérard “doe mij nog een krat wijn en neem er zelf ook eentje” Depardieu zou misschien iets anders kunnen doen vermoeden, maar schijnbaar is het leven in het moderne Rusland nog altijd geen rozengeur en maneschijn als je niet toevallig een steenrijke fiscale vluchteling bent. Getuige daarvan het meeslepende drama Leviathan, geregisseerd door Andrej Zvjagintsev, waarin de corruptie en onmenselijkheid van het Russische systeem onder Poetin genadeloos tegen het daglicht wordt gehouden.

De plot speelt zich af in een onooglijk dorp aan de Barentszzee. Kolya (Alexei Serebryakov), een mecanicien wiens familie al generaties lang op dezelfde plek woont, dreigt onteigend te worden door de lokale burgemeester, de halve mafioso Vadim (Roman Madjanov), die zijn huis voor een prikje wil opkopen om het te slopen en er voor zichzelf een villa neer te poten. Kolya roept de hulp in van zijn oude legervriend Dimitri (Vladimir Vdovitchenkov), tegenwoordig een advocaat in Moskou, om de onteigening aan te vechten, maar al snel blijkt dat de wet in Rusland minder draait om wie er in zijn recht staat, dan om wie er het meeste invloed heeft.

Zvjagintsev heeft zich met zijn vorige films – The Return, The Banishment en Elena – op slechts tien jaar tijd ontpopt tot een van de meest relevante stemmen van de internationale art house cinema én tot een grootmeester van de slow cinema. Wie zich door die omschrijving wat geïntimideerd voelt: geen zorgen. Waar The Return en The Banishment nog duidelijk de sfeer van Andrej Tarkovski ademden – traag, een beetje log, tsjokvol symboliek en bewust veeleisend van het publiek – lijkt Zvjagintsev zich deze keer net iets meer te ontspannen. Leviathan is zonder meer zijn meest toegankelijke en narratief gedreven film tot op heden – omdat hij zich deze keer meer concentreert op een traditioneel verteld verhaal, ligt het tempo van de film ook gevoelig hoger, wat de drempel ongetwijfeld een stuk verlaagt voor heel wat mensen. Toch doet Zvjagintsev absoluut geen knieval voor het publiek: zijn kritiek op het Russische systeem is bitter, zijn humor is gitzwart, zijn personages ambigu, zijn beeldtaal afstandelijk. De regisseur is zijn publiek misschien twee stappen tegemoet gekomen, maar de overige twintig moet je nog altijd zelf zetten.

Bittere film, zei u? Reken maar van yes. De plot is gestructureerd als een wanhoopsgevecht van een man tegen zijn noodlot – de regisseur zelf trok in interviews regelmatig de vergelijking met het Bijbelse verhaal van Job: een man die op de proef wordt gesteld, blijft worstelen maar uiteindelijk overweldigd wordt door krachten die groter zijn dan hij. In dit geval: een onheilige samenzwering tussen een corrupte staat, waarin iedereen omkoopbaar is en degene met de meeste centen bijgevolg altijd als winnaar uit de bus komt, en een hypocriete kerk, die een graantje meepikt en ondertussen de machtshebbers naar de mond praat. Burgemeester Vadim dankt zijn functie aan bepaalde hoge heren in Moskou, zuipt zichzelf te pletter, zit ook constant te vreten als we hem zien en konkelt ondertussen met een orthodoxe priester die hem impliciet de zegen van de heer geeft telkens hij een volgende stap zet om het leven van Kolya verder de vernieling in te helpen.

Maar het punt is dat ook de slachtoffers geen onbesproken figuren zijn. Stuk voor stuk zijn ze alcoholici, die liters wodka verzetten en zich, in hun frustratie en miserie, regelmatig tegen elkaar keren. Loyaliteit aan elkaar bestaat maar zo lang de personages het uithouden – op een bepaald punt keren ze zich ook tegen elkaar. Veel van die situaties zijn doordrongen van een pikzwarte humor: check bijvoorbeeld een scène waarin Kolya, Dimitri en enkele anderen stomdronken gaan schieten op de portretten van oude Russische leiders: “Zit de nieuwe er al tussen?” – “Nee, nog te vroeg,” is het antwoord.

Leviathan laat zich bekijken als het filmequivalent van een goede Russische roman – zo eentje waar je niet snel vrolijker van dreigt te worden, maar die wel intelligent, meeslepend en uiteindelijk oprecht ontroerend is. Oké, er zijn gebreken aan de film, dat wel: zo genuanceerd als de (anti)-helden zijn uitgewerkt, zo karikaturaal durven de schurken uit de hoek te komen. Zvjagintsev onderneemt geen enkele poging om van de burgemeester en zijn gezelschap meer te maken dan eendimensionele slechteriken, die gedefinieerd worden door hun corruptie. En ja, misschien zou de film toch nog net iets beter hebben gewerkt mocht hij nog tien à vijftien minuten korter zijn geweest. Maar het is verbazingwekkend wat een emotionele draagkracht de relaties tussen Kolya, zijn vrouw Lilja (Elena Lyadova) en Dimitri hebben en hoe oprecht je met hen gaat meeleven – wie ergens onderweg geen krop in de keel krijgt, heeft officieel geen gevoel en moet dringend een dokter bezoeken.

Let er trouwens ook op hoe Zvjagintsev bepaalde belangrijke gebeurtenissen niét toont: de ruimte off screen is even belangrijk als die op het scherm. Dat, gecombineerd met de doordachte widescreen-fotografie (veel ruimte kaders waarin de situaties kunnen ademen en het indrukwekkende landschap zijn rechtmatige plaats kan opeisen), zorgt ervoor dat de setting van Leviathan, de context waarin alles zich afspeelt, rechtstreeks deel gaat uitmaken van de vertelling. Leviathan is een film over mensen, ja, natuurlijk, maar dan wel specifiek over mensen op dié plaats en op dàt moment. De omgeving is onlosmakelijk verbonden met het verhaal en daarmee boort Zvjagintsev iets aan dat kan doorgaan voor pure cinema.

Gelukkige landen zijn allemaal hetzelfde, heeft Tolstoj nooit geschreven. Ongelukkige landen zijn allemaal ongelukkig op hun eigen manier. Maar blijkbaar brengen die landen soms ook onvergetelijke films voort. Waarvoor dank.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 19 =