Heleen Van Haegenborgh & The Necks :: 17 oktober 2014, Handelsbeurs

Maakten ze vorig jaar eindelijk nog eens hun opwachting in België (Aalst), dan staat het Australische culttrio The Necks er dit najaar opnieuw, in Gent. De passage bevestigde dat de band nog altijd beschikt over een collectieve intuïtie die garant staat voor een meeslepende, bedwelmende trip van een uur.

Maar eigenlijk al net even bijzonder: het concert van de Gentse pianiste Heleen Van Haegenborgh. Die kiest al jaren voor muziek die eenvoudig labelen onmogelijk maakt en heen en weer slingert tussen de werelden van minimalisme en hedendaagse muziek. Onlangs verscheen bij El Negocito Records nog Signaux + Regina, waarop ze een dialoog laat horen tussen piano en misthoorns en haar meesterschap aan een geprepareerde piano etaleert. Voor dit releaseconcert werd het publiek ook uitgenodigd voor een reis door die muzikale oorden.

En eigenlijk had je er best voor kunnen zorgen dat je plaatsnam op de eerste rijen in het midden, want Van Haegenborgh zat aanvankelijk met de rug naar het publiek voor een geopende buffetpiano. Door nylondraden te bewegen tussen en over de snaren van het instrument creëerde ze ratelende, ronkende en zinderende klankstromen – soms donker gebrom, maar net zo vaak verwant aan het zingende gerinkel van zithers. Dat werd afgewisseld met passages aan de vleugelpiano, na een tijdje zelfs de twee tegelijkertijd, terwijl er nog een extra toetsenbord aan te pas kwam om de misthoornklanken te triggeren die uit het achterste deel van de zaal opdoken, als was het geweeklaag dat kwam aangedreven boven het zeewater.

Het resultaat: een korte performance met een enorme dynamiek en een beweging tussen repetitieve droneklanken, turbulente piano-uitvallen en de communicatie met de misthoorns die, net als op het album, een sfeer van maritieme openheid en verlatenheid oproepen. Wat op papier misschien iets van een cerebraal of vergezocht spelletje zou kunnen hebben, kreeg dan ook een levende gestalte in een concert met een verrassende impact.

In Aalst speelden de drie van The Necks twee vrij korte sets (ca. drie kwartier). Deze keer werd het gehouden bij één set, maar die ontvouwde zich wel over de duur van een uur. En meteen viel ook op hoe dat handelsmerk van de band, die traag ontwikkelende monnikentochten, geen twee keer hetzelfde zijn. Blonken ze vorig jaar uit in vrij donkere, ritmisch stuwende en tegendraadse bewegingen, dan ging het er deze keer wat gestroomlijnder en toegankelijker aan toe, met volop melodieuze houvast, pakkende harmonieën en verschuivingen die zelfs naar hun maatstaven met waanzinnig geduld afgewerkt werden.

Het was bassist Lloyd Swanton die deze keer het anker van het trio vormde, met een compacte baslijn die eindeloos herhaald werd en aan het einde van de performance ook opnieuw de kop zou opsteken. Drummer Tony Buck voegde zich na een tijd bij Swanton, maar minutenlang met niet meer dan twee percussiespeeltjes, die hij eindeloos liet wentelen en rammelen, samen met extra geluid voor z’n benen. Het zou zelfs bijna drie kwartier duren voor hij zelfs maar een klassieke drumstok zou aanraken, en die werd geen enkele keer tegen het snare-vel geslagen. In plaats daarvan bleef hij eindeloos verschuiven met snelle roterende bewegingen die ondanks de snelheid (je vraagt je af hoe hij dat zo lang volhoudt, een volleerde chef is er niks tegen) net ervoor zorgen dat de tijd haast stil lijkt te staan.

Pianist Chris Abrams leek aanvankelijk compleet afwezig, staarde met een lege blik voor zich uit, de handen bewegingloos in de schoot. Maar dan tikte hij langzaam naar binnen, aanvankelijk in brede cirkels wentelend rond de melodieën van Swanton, die hij later ging doorkruisen of parallel liet lopen met zijn eigen tekeningen. En voor je het wist was je weer in die zone beland, die dichte geluidsmassa die met een haast mechanische verbetenheid wentelt en draait. Niet echt een ontlading, geen heldhaftige climax, maar een platform dat op zijn beurt ook weer verschoof naar een nieuwe, wat ontmantelde sectie. Ambient, vrije improvisatie, minimalisme; het zijn allemaal labels die je kan toepassen op The Necks. En de vergelijkingen met moderne dronebands gaan ook op, maar uiteindelijk is dit een band die een eigen niche gecreëerd en vervolmaakt heeft met een autoriteit die niets dan ontzag afdwingt. Brian Eno en die van Swans zijn fan, en het werd weer duidelijk waarom. The Necks is een uniek fenomeen. 3… 2… 1… you’re back in the room.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =