Desertfest :: 10-12 oktober, Trix

We gaan het niet ontkennen, maar we deden in april een klein onnozel vreugdedansje toen bekend werd dat het stoner-, psych-, en doomfestival Desertfest zijn tenten zou opzetten in Antwerpen. Na geslaagde edities in Londen en Berlijn (waar het festival een jaarlijkse traditie is geworden) deed de organisatie van Desertfest een beroep op de jongens en meisjes van Heartbreaktunes om Trix voor drie dagen om te toveren tot een heavy rocktempel. En dat is best nog gelukt ook.

We hebben de vergelijking een aantal keer zelf gemaakt, maar Desertfest naast het onweerlegbare Roadburnfestival leggen is een beetje onverdiend. Roadburn is en blijft uniek in zijn soort, en kent op vlak van programmatie en omkadering nog altijd zijn gelijke niet. Desertfest speelt het qua namen wat veiliger en houdt het eerder bij een combinatie van helden uit de scene en nieuw talent. Grote ontdekkingen zullen hier dus niet gebeuren, maar iets zegt ons dat we ons hier drie dagen perfect gaan amuseren.

Vrijdag

Eerste naam op het hoofdpodium (de ‘Desert Stage’) is het Zweedse Blues Pills. Nu ja, met een Amerikaan en een Fransman (het amper negentienjarige gitaarwonder Dorian Sorriaux) in de rangen is dit kwartet een echte internationale aangelegenheid. Wel op en top Zweeds is zangeres en frontvrouw Elin Larsson, die meteen imponeert met haar indrukwekkende stem. En ook de rest van de band toont meteen ook haar uitstekend meesterschap van het instrumentarium. Vooral gitarist Sorriaux laat meermaals zijn werkelijk fantastische gitaarskills de vrije loop. En het is net daar waar bij ons het schoentje wringt. Er wordt uitgebreid gesoleerd, gejamd en gefreewheeld, maar we missen de magie en de bezieling die dit alles naar een hoger niveau tilt. Tekenend hiervoor is het feit dat Elin Larsson tijdens de vele jams van Sorriaux er maar een beetje bleekjes staat werkloos te wezen. Technisch en muzikaal is dit een topband, maar het ontbreekt dit viertal nog aan tanden en klauwen. Wel schoon benen daarentegen.

Wie na de bluesrock van Blues Pills stevig wil doorbeuken is daarvoor bij Valley Of The Sun aan het juiste adres (pardon, podium). De drie woestelingen uit Ohio zijn een beetje de poulains van Truckfighters want hun debuut verscheen op Fuzzorama Records, het label van de Zweedse grote broers. En de High Priests of Hellish Riffs — want zo worden ze genoemd — gingen al eerder dit jaar op tour met hen. Maar zo gevaarlijk als die omschrijving klinkt het trio niet. Energiek, dat wel. Zeker voor het eerste optreden van een tour. Op vlak van originaliteit gaat de woestijnrock van Valley Of The Sun ook nooit potten breken, maar het livepubliek hebben ze wel al verdiend mee.

In de bovenzaal van Trix is het dan al de beurt aan het Nederlandse stonerdoomtrio Toner Low. Het Leidse drietal grossiert in pompende lappen logge riffs die aan een moordend volume de zaal in worden gekieperd. Veel variatie biedt deze band niet, en het eentonig dronende beukwerk is na een klein half uurtje al uitgewerkt. Misschien zijn we nog te nuchter (de weinig subtiele verwijzingen naar wiet waren een hint), maar de monotonie (Monotoner Low! Hahaha!) haalt het hier van de intensiteit.

Om meteen met de deur in huis te vallen: Truckfighters bevestigen in TRIX dat ze ook niet alleen op een groter festival (Pukkelpop) ook in een grote zaal volledig tot hun recht komen. En daarvoor moeten de drie energieke Zweden niet eens in bloedvorm verkeren. Ook de setlist is naar ons aanvoelen minder uitgebreid dan die in een uitverkochte AB Club in maart. Sommige nummers worden iets te lang uitgesponnen, wat soms de vaart uit de set haalt. En bij de derde passage in België lijkt het nieuwe er echt vanaf. Inderdaad, je zou niet durven zeggen dat het hier om Zweden gaat want de stoner klinkt op en top Californisch. Topdrummer Enzo, zanger-bassist Ozo en een immer weergaloze gitarist Dango vormen al lang een perfect geoliede machine. En uiteraard komen “Mind Control”, “Prophet” én klassieker “Desert Cruiser” aan bod. Maar de gortdroge riffs en groove om u tegen te zeggen, blijven instant genietbaar. En is dat niet het belangrijkste?

Eén van de ontdekkingen van Roadburn afgelopen jaar waren volgens (lh) de piepjonge Ijslanders van The Vintage Caravan. Negentien zijn deze drie snaken, maar ze spelen al samen van toen ze twaalf waren. De platenkast van mama en papa moet in ieder geval goed gespekt zijn met seventiesrock, want deze drie broekies pakken het kleine podium vanaf het eerste moment in met bevlogen, begeesterde rock & roll à la Led Zeppelin, Blue Cheer en Deep Purple. En hier wordt, in tegenstelling tot Blues Pills, wél met branie, begeestering en bakken vol goesting gespeeld. Bijna de ganse debuutplaat Voyage wordt er aan een rotvaart doorgehaald, en aan de kleine Vulture Stage breekt het feestje van de avond uit. Lichtjes fantastisch optreden van een band waar we hopelijk nog veel van zullen horen.

De hoofdact van deze eerste dag Desertfest is weggelegd voor de Berlijnse haarbollen van Kadavar. Deze drie Duitsers tappen uit psychedelische vaatjes Black Sabbath en Hawkwind, en brouwden er reeds twee uitstekende platen mee. En dat komt ook over op het publiek, dat wordt getrakteerd op een vroeg “Doomsday Machine” en er direct weer zin in krijgt. Vooral de présence en powerplay van de boomlange drummer Christoph “Tiger“ Bartelt (hehe, Tiger, geestig) imponeert centraal vooraan het podium. Bij een knap “Come Back Life” gaat iedereen voor de bijl, en kunnen de mannen van Kadavar vlotjes hun set verder afwerken. Sterk gespeeld, op en top professioneel en met de nodige drive: zo hebben we ze graag, die Duitsers. Heel erg leuke show van een band die zijn headlinerplaats zeker verdient, maar wij zaten met onze gedachten nog steeds bij The Vintage Caravan, dat zonder veel moeite de show van de avond speelde. Entschuldigung, meine Herren.

Zaterdag

Onze (bvp) is zaterdag al vroeg bij de pinken want hij merkt meteen op dat de flamboyante zanger van het Nederlandse Death Alley een backpatch van Bad Brains heeft. Een beetje vreemd gezien de band vooral garage/rock-’n-roll in de traditie van Motörhead brengt. En daarmee is (lh) nog niet meteen wakker geschud. Loze bindteksten brengen geen zoden aan de dijk. Later in de set wordt “Supernatural Predator” wel onthaald op goedkeurend geknik, want het mondt uit in een rock’-n’-rollfeestje à la MC5 anno 1970. Voor de rest klinkt de seventies rock veel te mediocre om te imponeren. Een beetje te doorsnee voor een topfestival als Desertfest misschien?

Satan’s Satyrs. Met zo’n onnozele naam oogst je meer hoongelach dan interesse, maar muzikaal staan deze drie Amerikanen wel meer dan hun mannetje. Het trio uit Virginia (daar moet toch nog veel LSD in het water zitten) bestiert de MainStage met een soort van opgefokte Doom ’n’ Roll, aangevuld met een handvol aanstekelijke riffs. Ook hier is stonericoon Blue Cheer nooit veraf (Satan’s Satyrs speelde ooit een volledige set Blue Cheercovers op Roadburn), en dat straalt meteen af op het publiek, dat zich gewillig laat meevoeren door dit zootje ongeregeld. Vooral bassist Claythanas (met die namen komt het wel nooit goed) zwiept met zijn heupen als een jonge Mick Jagger op acid. Met nummers als “Show Me Your Skull” en “Bellydancer’s Delight” bewijst de band ook meteen het niet al te serieus te moeten nemen, maar gewoon. Aanstekelijk, ophitsend en gewoon heel erg goed. Dikke feest daar weer aan de Mainstage.

Dirty Fences is ook meteen een schot in de roos op de Vulture Stage. Ook deze feestband klinkt niet bijster origineel en grijpt helemaal terug naar de seventies, maar dan naar de echte punk van The Stooges en Ramones. In de beste Amerikaanse traditie dus. Het eerste deel van de bandnaam mag gerust letterlijk geïnterpreteerd worden. Net als bij Death Alley wordt het gebrek aan variatie ruim gecompenseerd door de energieke performance van de bandleden. Opnieuw een band die je vooral moet live zien dus. En de zanger, die klinkt soms echter als Cartman, maar dat terzijde.

Gedaan met feesten, althans voor even. De Nederlanders van Herder houden zich bloedserieus bezig met het fabriceren van dikke lappen withete sludge en een ‘fuck you’-mentaliteit waar we onze billen van moeten toeknijpen. Nu, dat serieus doen valt al bij al nog mee: er wordt met een dikke grijns middelvingers naar het publiek gemikt, en zanger Ché Snelting (ex-Born From Pain) is niet zuinig met bedankjes. Maar muzikaal hakken de heren er wél ongelofelijk hard in. Het geluid dendert als een losgeslagen monstertruck het publiek in, en beukt genadeloos op het publiek in. Er wordt rijkelijk geput uit het uitstekende nieuwe album Gods, met het titelnummer als uitblinker. Herder in 1 woord: harder!!!

De hoofdbrok voor (lh) op zaterdag is de epische doom metal van het Amerikaanse Pallbearer. Met Sorrow And Extinction en Foundations Of Burden heeft het viertal twee voltreffers in twee jaar uitgebracht en ontgroeit het daarmee stilaan de underground. Het geheim? Traditionele doom metal van Saint Vitus en Black Sabbath in een nieuw, psychedelisch jasje steken en dat geheel episch laten klinken. En o-ja, ze bewijzen dat de hype helemaal waard zijn met monsters van nummers als “The Ghost I Used To Be” en “Worlds Apart”. Niet alleen het ronduit fe-no-me-nale geluid en de psychedelische, cleane stukken, waarmee gas wordt teruggenomen, ook de cleane vocalen van Brent Campbell zijn opvallend en een grote troef van de band. De nummers duren meestal meer dan tien minuten, maar de band blijft boeien en komt nooit of te nimmer geforceerd over. Je hebt groot, groter en grootst en dan Pallbearer.

Eén van de vele gebreken van (bvp): hij is geen fan van Pallbearer. Zijn therapeut is daarvan op de hoogte. Er wordt aan gewerkt, is ons beloofd. In tussentijd tekent hij wel enthousiast present bij de Vulture Stage voor de thuismatch van Your Highness. Voor een set die helemaal geprangd zit tussen twee kleppers als Pallbearer en The Shrine krijgen deze plaatselijke sludgerockers aardig wat volk op de been. Het is dan ook al gezellig drummen als Your Highness aan de set begint, en zonder verpinken knàl de zaal inbuldert. We horen bevlogen uitvoeringen van “Low Country Exiles” en “Vultures”, een vettig “Wrack And Ruin” en een ge-wel-dig “Blue Devils” (die intro!). En daar bovenop nog eens een nieuw nummer. We kunnen nu al amper wachten op de plaat! Band en publiek hadden er heel erg veel zin in, en het duurde dan ook niet lang of de Vulture Stage stond in vuur en vlam. Weer een knaller van een Your Highness-show: het begint een zeer goede gewoonte te worden.

Blij gemutst ging het vervolgens naar Yob. Met een fenomenaal album Clearing The Path To Ascend en een paar schitterende Roadburn-concerten onder de arm beloofde dit op zijn minst heel erg interessant te worden. Travis Foster, Aaron Riesenberg en oppergoeroe Mike Scheidt zetten meteen een statement wanneer ze het tien jaar oude “Ball Of Molten Lead” vanop The Illusion Of Motion in gang trappen. En algauw vult de giganteske sound van deze doomgrootheden moeiteloos de grote zaal van Trix. Mike Scheidt slaagt er steeds weer in om niet alleen met zijn gitaargeluid, maar ook met zijn hele presence te imponeren. Hij gaat volledig op in de muziek, wordt één met de sound. Ondersteund door de ritmetandem Foster/Riesenberg creëert Yob een muzikale cocon van kosmische proporties, beladen van zwaarte. Met een feilloze overgang naar “In Our Blood” zet Yob het nieuwe materiaal vanop Clearing The Path To Ascend aan, maar zal pas met het ultrazware en uitzinnige “Nothing To Win” alles compleet naar de verdoemenis blazen.

Jongens, jongens. Wat. Een. Nummer. Tien minuten waanzinnige sludge. Pompende drums en grommende bassen, allemaal overgoten met Scheidts etherische vocalen en woest gebrul. En wanneer die laatste, allesverwoestende riff als een horde wilde bizons door de Desert Stage dendert, weet je gewoon dat deze grandeur van onmenselijke afmetingen is. Al-les kapot. Na die woeste slachtpartij is een zalvend, maar even episch “Marrow” meer dan welkom. En ook dat nummer laat een diepe indruk na, iets wat zelfs een haperende gitaar niet kan kapot krijgen. En dan was het nòg niet gedaan: een snelle blik op de klok leerde dat er nog een beetje tijd over was. ”We’ve got ten minutes left, so we’re gonna double-time this for you”, kondigde Mike Scheidt aan, waarop we collectief getrakteerd werden op een “kort”, maar intens “Grasping Air”. Een schitterende bonus op een al fantastisch concert: méér dan waar we voor gekomen waren. De vele namasté’s waren achteraf oververdiend. Yob was Groots. Punt.

Door een even verwoestend als indrukwekkend optreden van Yob is het aanvankelijk lastig de aandacht vast te houden bij Celeste, al zit de geluidsbrij daar ook voor iets tussen. De blackened hardcoreband (hebben we niet zelf uitgevonden!) uit Lyon is al lang een van de pareltjes van Denovali maar nog altijd een goed bewaard undergroundgeheim. Celeste slaagt er in om met repetitieve, loodzware gitaarpartijen en gigantisch snelle drums een misantropisch sfeertje neer te zetten. Probleem: dit komt intens over voor een paar nummers, maar het komt allemaal hoe langer hoe monotoner over. En voor het zicht hoeft u het ook niet te doen, want er zijn enkel wat flitsende stroboscopen en de rode hoofdlampen van de bandleden te zien.

Karma To Burn: na een episch Yob lijkt het even alsof we in een hardcore-show waren verzeild geraakt. Het instrumentale stonertrio is dan ook gespecialiseerd in puntige riffs en vette grooves, en bewijst dat meteen met een paar stevige kleppers van op het legendarische album Almost Heathen. De band heeft de laatst jaren een wel heel erg grondige facelift gekregen: twee van de drie originele leden gaven er de brui aan, en werden vervangen door twee jonge honden op bas en drum. En dat hoor je. Energie en gretigheid te over, maar we missen algauw de subtiliteit die ook integraal deel uitmaakte van het geluid van Karma To Burn. Vooral drummer Evan Devine hakt er op los, maar vergeet elegantie in zijn spel te steken, iets waar voorganger Rob Oswald een patent op had. De nummers vanop het nieuwe album Arch Stanton weten dan ook niet half zo goed te overtuigen als het oudere werk, dat gelukkig ook ruimschoots aan bod komt. En het is dan ook bij afsluiter “20” (Songtitels? Doen we niet aan mee.) dat het dak eindelijk finaal van de Canyon Stage wordt geblazen. Toch nog een feestje, en daar zijn we heel erg blij om.

En zo is ook het optreden van Electric Wizard eerlijk gezegd een beetje overbodig geworden. Maar de vier Britten, die al meer dan twintig jaar meedraaien en met Dopethrone een ware klassieker maakten, lijken niet eens moeite te doen om er bovenuit te steken als headliner. Het eerste (nieuwe) nummer klinkt ronduit saai en ongeïnspireerd (“Time To Die”), wat het contrast met de twee voorgaande optredens op de Desert Stage alleen maar groter maakt. Meteen na de opener verdwijnen Justin Oborn en Liz Buckingham in de coulissen en krijgen we een saai bas-drumintermezzo te horen. De aandacht is al gauw afgeleid naar een kotsende toeschouwer — ongetwijfeld de tol van twee dagen bier hijsen en stoneren. Een uur lang horen we huilende, maniakale vocalen en de loodzware gitaren (maar een betonnen geluidsmuur, dat niet) en worden gekruisigde vrouwen en andere horrortaferelen geprojecteerd. Maar slaven van Lucifer worden we niet meer bij een optreden van Electric Wizard. Zeggen dat de setlist (“The Chosen Few”, “Black Mass”, “Witchcult Today” en “Funeralopolis” — u kunt ze wel) voorspelbaar is, is een open deur in trappen. Dit Electric Wizard is niet langer the heaviest band in the world, er staan genoeg opvolgers klaar zo blijkt op de zaterdag van Desertfest.

Zondag 12 oktober

Op de derde dag Desertfest is team enola al gehalveerd. Omdat (lh) op zondag in het zwart bijklust als misdienaar, heeft (bvp) de dag voor zich alleen. Geen probleem, zouden we zeggen, ware het niet dat er harde keuzes zouden moeten gemaakt worden. De running order van alledrie de dagen van het festival zit werkelijk vergeven van de overlappingen, iets waar we menig festivalganger over horen morren. Elke dag wordt je meerdere keren voor het blok gezet: halve shows zien of concerten laten vallen. Wij maken vandaag een combinatie van de twee: geen Brutus, en gehalveerde shows van Sardonis en Monkey3. We kregen er gelukkig nog wel een hoop lekkers voor in de plaats

We twijfelden even over de eerste band van de dag, maar lieten ons overhalen door de gevleugelde woorden van onze buurman: ”Kom, we gaan naar Moaning Cities, die hebben een schoon bassiste”. Alle redenen zijn goed, dus wij naar de Canyon Stage boven om deze Brusselaars aan het werk te zien. Moaning Cities bestaat uit vijf overduidelijke fans van elegante stonerrock en exotische psychedelica, met een grote voorliefde voor Madchester-bands als de Stone Roses en Inspiral Carpets. Stevige riffs, afgewisseld met introvert meanderend gitaargefröbel, drijvende baslijnen en extradimensionale uitstapjes (hoera! een sitar!). Leuke, interessante en heel erg aangename opener van deze derde dag Desertfest.

Wat later op hetzelfde podium vonden we Black Bombaim, drie instrumentale Portugezen die zich blijkbaar permanent in de hoogste sferen van de kosmos bevinden. Duidelijk geïnspireerd door stonergoden Sleep, bouwt Black Bombaim een fundering van dikke, stroperige baslijnen en stevige drumijnen, maar overgiet ze met overdadig spaced-out gitaarijnen, wat een stompend, hypnotiserend effect heeft. Er wordt ook niet veel aan songs gedaan: de hele set heeft meer weg van een kosmische jamsessie. Far out, maar wij zweven snel-snel naar de grote zaal voor de bulldozeract van de dag.

Conan! Even bruut als de naam deed vermoeden, bliezen deze Liverpudlians ons letterlijk uit onze schoenen op Roadburn, waar de plankenvloer van het Patronaat letterlijk begon te daveren onder het mastodontisch geluid van dit trio. Het recept is even simpel als doeltreffend: logge, luide, gedeconstrueerde, minimalistische riffs (je kan jezelf afvragen of je nog wel van riffs als dusdanig kan spreken), bassen die je middenrif doen daveren en pompende, stuwende, maar verrassend flexibele en gevarieerde drumlijnen. Groot was dus onze verbazing toen bleek dat drummer Paul O’Neil niet aanwezig is. Een snelle kijk op de website van de band leert ons dat hij geen deel meer uitmaakt van de band, en zijn vervanger is gevonden, maar nog niet wordt voorgesteld. De nobele onbekende die de drumkit bestierde bleek echter een uitstekende vervanger voor O’Neil. Meer zelfs: hij blijkt de finesse en power nog beter te combineren dan zijn voorganger, waardoor de monsterlijke power van Conan nog meer in de pek gezet wordt. Overdonderende uitvoeringen van “Crown Of Talons”, “Foehammer” en “Altar Of Grief” waren het gevolg. Conan kwam, zag, en vernietigde.

Wat krijg je als je pompende stoner kruist met ziedende thrashmetal? Ok, High On Fire. Maar als je die nu naar Limburg verplaatst? Ja, juist! Sardonis! Het Genkse duo heeft over de jaren een stevige reputatie opgebouwd in binnen- en buitenland met hun spartaanse, gedreven en energieke sound. Hoofdmoot van de set bestond uit nummers vanop het laatste, maar al twee jaar oude II, zoals “Burial Of Men”, “The Torch And The Bearer” en het geweldige “The Drowning”. Sardonis toverde echter ook een nieuw nummer uit de hoge hoed, dat zal verschijnen op een split met Drums Are For Parades. We hadden zeer graag deze show tot het einde uitgezeten, maar kozen ervoor om spoorslags te vertrekken naar

Colour Haze! Onze drie favoriete Duitse hippies zijn het gewoon om minstens dubbel zo lang te spelen dan het uurtje dat ze toebedeeld kregen. Geen probleem: beginnen ze gewoon wat vroeger. We moesten daarom toch even stevig vloeken toen we halverwege “Transformation” de grote zaal binnenstapte. Maar geen nood: we hadden nog een dikke zeven minuten te goed, en waren dan ook in no time mee met de etherische, opzwepende stoner van Colour Haze. We krijgen verder nog feilloze (Gründlichkeit, weet u wel) uitvoeringen van “Moon”, “Tempel”, “She Said” en vooral een grandioos “Love”, dat begint als een introvert jazzstukje, maar algauw de mineurakkoorden induikt en zich ontpopt tot een grandioze stoneruitbarsting. Het hoeft geen betoog dat Colour Haze van begin tot eind intrigeert, imponeert en gewoon iedereen van zijn sokken blaast. Als klap op de vuurpijl krijgt de zaal nog een overdonderd “Aquamaria” over zich heen gegoten. Het gebeurt niet vaak dat we twee dagen na elkaar compleet van onze apropos zijn gedonderd: gisteren tijdens Yob, en vandaag bij dit Colour Haze. Er mag nog komen wat er wil: onze dag is al meer dan geslaagd.

En we zijn blij dat we dat gezegd hebben, want het optreden van Brant Bjork dat we daarna te zien kregen, is van een heel ander kaliber. Onze queeste om alle leden van Kyuss te zien te krijgen houden we vol, hoewel we al meer met teleurstellingen werden geconfronteerd dan met euforische momenten. Josh Homme’s arrogantie valt nog enigszins te pruimen door zijn fantastische muzikale capaciteiten en bakken coolness, maar dat kunnen we helaas niet bepaald van Brant Bjork zeggen. De ex-drummer die zich heeft omgedoopt tot gitarist en frontman staat een heel optreden (of wat we daarvan hebben kunnen uitstaan) zelfgenoegzaam naar het publiek te grijnzen, terwijl hij een beetje doelloos op zijn gitaar tokkelt. We ontwaren riffjes en nummers, maar belangrijk blijkt dit allemaal niet. De band die Bjork in zijn kielzog meeneemt, bestaat uit degelijke muzikanten, maar kan nooit de status van een huurlingenleger overstijgen. We zien een half optreden dat volledig ontdaan is van spelplezier, spanning of vuur. Als het voor jou niet hoeft, kerel, dan voor ons ook niet.

Neen, geef ons dan maar de subtiele Zwitsers van Monkey3, die de zaal boven omtoverden tot een psychedelisch ruimteschip met hun trippy spacerock. Hier wordt niet gemikt op snelle energieuitbarstingen en gemakkelijk in het oor liggende riffs, maar wordt er gebruik gemaakt van subtiele spanningsopbouw die laag voor laag wordt aangedikt met laagjes gitaar, effecten en synths. De basis van drums en bas is solide, maar niet beenhard. Wanneer er dan wel stevig wordt uitgehaald, is het effect dan ook maximaal. Een imponerende show van een toch wel verrassende hoogvlieger. Een muzikale ontdekking om het festival bijna mee af te sluiten. Want van de hoofdact van vandaag moesten we nu niet veel verrassingen verwachten.

Als er nu één ding is waar je Fu Manchu niet van kan beschuldigen, dan is het avontuurlijkheid. Deze skate- en surfstoners maken al dik twintig jaar min of meer dezelfde platen, maar slaan er wonderwel in om daar niet strontvervelend mee te worden. Het geheim zit hem in de korte, puntige, energieke nummers in combinatie met een typisch Californische, laidback attitude. En het is net dit dat het optreden ei zo na de das omdeed. Nummers van tweeënhalve minuut spelen, om daarna bijna een minuut te herstemmen en te pauzeren: het haalde enorm de vaart uit de set. Maar de frank viel snel bij Scott Hill en co, en Fu Manchu schakelde een versnelling hoger. Er werd stevig geput uit de nieuwe plaat Gigantoid (of in de woorden van Hill: Gaaaaiigaaantooooooid) met “Dimension Shifter”, “Invaders On My Back” en “Anxiety Reducer”, maar ook ouder werk zoals “Hell On Wheels”, “The Falcon Has Landed” en een beestig “Evil Eye” vanop de klassieker The Actioin Is Go. Een muzikale ontdekkingstocht was dit, zoals te verwachten, hoegenaamd niet, maar jezus, wij kregen weer onwaarschijnlijk veel zin om als vijftienjarige snotneuzen op een skateboard te kruipen. De rest van het publiek dacht er ook zo over, en er werd duchtig gemosht, gecrowdsurft en gedanst. Als afsluiter van drie geslaagde dagen Desertfest (die kinderziektes zien we nog wel door de vingers) was dit perfect gekozen. Volgend jaar zijn we er weer. Als we mogen. Alsjeblieft??

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + vijftien =