Avi Buffalo :: Een droom die nooit plaatsvond

Na een wonderlijke eerste plaat leek het over en uit voor Avi Buffalo. De band rond Avigdor Zahner-Isenberg dook na een sprookjesachtige start richting rock-‘n-rollvalkuilen, met een lading personeelswissels en vervolgens een wel heel lang durende radiostilte. Nu is er At Best Cuckold, een even mooi werkstukje als het debuut, dat bewijst dat Avi Buffalo nog steeds een vat vol talent is.

enola: Volgens de begeleidende tekst, is er drie jaar aan At Best Cuckold gewerkt. Best lang.
Avigdor Zahner-Isenberg: “Als je het schrijven meetelt, is het eigenlijk zelfs eerder vijf dan drie jaar. De eerste songs voor deze plaat zijn geschreven toen ik 19 was, al is de grote bulk er pas gekomen na het eerste album. Met die plaat hebben we getoerd, waarna ik een tijdje vrij genomen heb om mijn hersenen opnieuw te kalibreren. Ik was amper 20 jaar en herkende me te veel in het verhaal van een jonge band die snel snel getekend wordt, de baan op gestuurd wordt en vervolgens opbrandt. Het leek me juist om even te stoppen alvorens me weer op de muziek te storten.”

enola: Is het moeilijk om de draad weer op te pikken?
Zahner-Isenberg: “Vooraf aan je debuut kan je de hele wereld buitensluiten, niemand kent je op dat ogenblik. Je hebt dan ook enkele ervaringen nog niet meegemaakt, zoals toeren. Veel van wat dat met zich meebrengt, is heel anders dan gewoon een tiener zijn. Dat en relaties hebben voor een invalshoek gezorgd om songs te schrijven. Uiteindelijk kom je immers steeds opnieuw in een songschrijfmodus terecht. Improviseren op gitaar, dingen opnemen, beluisteren en opnieuw opkuisen, dat is zo’n beetje hoe het altijd gaat.”

enola: Hoe is het met de samenstelling van de band gesteld? Die durft al eens te veranderen.

Zahner-Isenberg: “Er zijn enkele veranderingen geweest, ja. Sheridan, die ik al ken sinds we 12 jaar zijn, speelt drums. Dan is er Johnny Anderson, die bas speelt. Eigenlijk is hij een gitarist, met wie ik bevriend geraakt ben en die vertelde dat hij wel eens bas wou spelen. Hij heeft flink wat ideeën, komt met baslijnen aanzetten en speelt superleuk samen met Sheridan. Met ons drie hebben we veel samengehokt en gaan we de songs live brengen.”
“Het klopt wel dat Avi Buffalo mijn project is: het is mijn band en het zijn mijn nummers. Binnen die context is het leuk om anderen hun creativiteit naar buiten te laten komen in de songs, het maakt de nummers er beter door. Het helpt ook bij de opnames. Op zich zou ik de hele plaat alleen kunnen inblikken, maar wanneer ik bijvoorbeeld bas speel, is er niet voldoende contrast. Nu kan ik met een idee naar John stappen en hij geeft er vervolgens een invulling aan. Maar ik moet toegeven dat ik ervan hou om de band als de mijne te claimen, omdat ik dan de finale beslissingen kan nemen.”

enola: Je omringt je graag met mensen die je al lang kent, lijkt het wel?
Zahner-Isenberg: “Mja, de hoesfoto is ook gemaakt door een meisje dat ik ken sinds mijn 16de, een van mijn beste vrienden. We hingen een hele tijd rond, hadden een rare relatie en luisterden veel naar muziek. Zij begon met foto’s te maken en we werden fan van elkaars werk. We hebben ook veel samengewerkt, dus het leek me logisch om een foto van haar op de hoes te zetten. Wist je dat ze pas enkele weken geleden digitaal is beginnen werken? Ik heb haar moeten overtuigen, want ze hield echt vast aan film.”

enola: Over je werk, en zeler over deze plaat, hangt een zeer Californisch sfeertje, maar soms met een donkere ondertoon.
Zahner-Isenberg: “Yeah, ik hou enorm van The Beach Boys. Ik ben opgegroeid met de Beatles-platen van mijn ouders, maar rond mijn 18de heb ik The Beach Boys ontdekt en daar was ik een tijdlang echt zot van, met die harmonieën.”
“Hoewel ik wat anders probeer te doen dan surfrock te maken, zit er veel LA in deze plaat. Ik woonde op Long Beach en ben in Hollywood beland, waar een vriend van me naartoe verhuisd was, naar een zotte buurt in de heuvels waar sinds de jaren zestig zeer veel muzikanten wonen. Dat was een toffe plaats om songs te schrijven en de juiste vibe te pakken te krijgen. Bovendien heb ik de voorbije jaren wat aan mijn instrumentenkennis proberen te doen, wat ook zijn rol gespeeld heeft bij het schrijven van de nummers.”

enola: Heb je nieuwe instrumenten leren bespelen?
Zahner-Isenberg: “Uhu. Dat leek me interessant om te doen in de tijd die ik vrij nam. Er was namelijk maar één instrument dat ik echt kon bespelen: de gitaar. Ik kende de basis van enkele andere instrumenten, maar wou er beter in worden. Zo heb ik mezelf bas geleerd en ben ik aan de slag gegaan met drummachines, samplers en sequencers. Nu zijn piano en gitaar de twee instrumenten die ik het meeste bespeel. Zo vaak mogelijk eigenlijk.”

enola:Interessant dat je die elektronische zaken noemt, want je speelt ook dj-sets, schijnt het. Wat leg je dan op? Dance?
Zahner-Isenberg: “Een een beetje van alles wat. Miley Cyrus, house, soms wat ambient. Oudere stuff ook. Het is leuk, want je speelt dingen waar je zelf van houdt en ziet dan wat de reactie is bij andere mensen. Dat is echt de basis: een liedje leuk vinden en het opzetten, iets helemaal anders dan zelf muziek maken. Al ben ik op dat vlak ook met iets bezig, waaraan ik onderweg aan het knutselen ben. Dat is het leuke aan elektronische muziek, dat je er altijd aan kan werken. Maar het is nog niet klaar en ik heb er nog geen naam voor.”

enola: In je nummers voor Avi Buffalo word je soms heel persoonlijk. Of is dat fictie?
Zahner-Isenberg: “Soms zijn de dingen letterlijk, soms zijn er metaforen gebruikt.”

enola: Wat met de plaattitel?
Zahner-Isenberg: “Die staat open voor interpretatie.”

enola: Ah. Volgende: “Won’t Be Around No More” begint met de regel ‘The great escape we never made’. Dat klinkt als iets romantisch dat er niet van gekomen is?
Zahner-Isenberg:Yeah, totally. Ten tijde van de eerste lp was er iemand die ik door het vele toeren veel te weinig zag en dat heeft onze relatie de nek omgewrongen. Het idee was om van alles weg te gaan, een droom om met haar te ontsnappen. Maar jaren later, als je terugkijkt, blijkt het nooit gebeurd te zijn.”

benola: Heeft de dame in kwestie het nummer al gehoord?
Zahner-Isenberg: “Ik denk dat ze het op prijs stelt. We zijn ook vandaag nog bevriend. Of ik er rekening mee hou dat de personen over wie ik nummers schrijf de songs in kwestie ooit zullen horen? Het maakt niet echt uit. Soms is het zelfs een manier om met hen te communiceren, hen te laten weten hoe veel je van hen houdt, weet je wel. Het hangt er wat van af.”
“Ik hou ervan om switches in songs aan te brengen zodat ze niet louter over één ding gaan. Je creëert daarmee een soort effect dat hopelijk interessant kan zijn en erin slaagt om de mood van de song te veranderen.”

enola: Nog een tekstvraag: ‘It’s just like summer camp with Graceland nights’ (uit “So What”), gaat dat over een Paul Simon martelruimte?
Zahner-Isenberg:Totally! Haha. Het is een campy regel, maar ooit, toen ik een jaar of tien was, ben ik op een zomerkamp geweest waar enkele mensen niets anders deden dan de hele tijd goede muziek draaien. Ik kende Graceland op dat moment al, – – mijn moeder legde die plaat enorm vaak op – -, maar er hangen leuke herinneren aan vast, hoe die muziek samenvalt met dat kamp. Bovendien ging het op dat ogenblik louter om de muziek, van de controverse rond het album had ik toen geen weet. Wat eigenlijk veel leuker is: je hoort gewoon de muziek en besluit of die goed is of niet, zonder het hele gedoe. Want geef toe, het is ook vandaag nog opwindend om al die verschillende soorten muziek tegelijk te horen. Paul Simon is een enorme invloed als songschrijver. Met de verschillende ritmes en muzikale architectuur, hoe hij als Amerikaanse dude met Afrikaanse dingen aan de slag gaat.”

enola: Hoe zie je je eigen muziek evolueren?
Zahner-Isenberg: “Er zijn zoveel dingen die ik wil doen. Elke plaat is opwindend om te maken. Je komt van verschillende plaatsen als je gaat neerzitten om ze te maken. Bij de eerste was ik nog jong toen ik ermee bezig was, nu iets ouder. Dat is een sprong van vier of vijf jaar, een tijdspanne waarin je heel wat meemaakt: je tienerjaren verlaten en de volwassenheid binnenstappen. De ervaringen in je leven maken dat je telkens iets anders doet met je muziek. Dat is het opwindende aan muziek maken: het leren en het groeien. Eigenlijk ben ik nu al benieuwd naar wat voor muziek ik zal maken wanneer ik 80 jaar ben.”

Op 15 oktober staat Avi Buffalo in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 13 =