De momenten van Pukkelpop 2014 :: Lepeltje groove en seks

Tientallen concerten hebben we gezien op Pukkelpop. Maar wat blijft ons bij nu de mist is opgetrokken en de rook om ons hoofd is verdwenen? De momenten van Pukkelpop 2014, in willekeurige maar zeer chronologische volgorde.

First Aid Kit, vrijdag 16.45u., Club: “Stay Gold”

Hoe lang het duurde voor First Aid Kit de Clubtent bij zijn nekvel had? Ruw geschat: zo’n dertig seconden. Op een festival waar zelfs harde gitaren meer en meer in de hoek worden gedrukt door beats en drops, was de countryfolk van de zusjes Söderberg helemaal een vreemde eend in de bijt. Misschien daarom dat het al bij het openingsnummer zo’n deugd deed om die stemmen te horen klateren over dat heldere bergbeekje van een melodie, met dat mooie, door Johanna Söderberg gezongen brugje, waarna het opnieuw in samenzang overging. De zon brak buiten door, de beats stierven weg en het bier voelde alsof een engeltje op onze tong piste. Dit optreden was even een oase in het festivalgevoel.

Neneh Cherry en Robyn, vrijdag 20.20u, Castello: “Out Of The Black”

50 jaar oud, en 20 jaar na haar status als popdiva beleeft Neneh Cherry misschien wel haar creatief hoogtepunt: haar samenwerking met RocketNumber9 mondde eerder dit jaar uit in de fantastische popplaat Blank Project. Het minste nummer daaruit, nochtans een duet met die nieuwe popdiva Robyn, ontpopte zich tijdens een werkelijk uitstékende set tot een hoogtepunt. Het was de eerste keer dat ze het samen brachten, en dat was er aanvankelijk aan te horen: wat rommelig, slordig, te geïmproviseerd. Maar wanneer ze de micro’s weg konden leggen, werd hun letterlijk het vuur aan de schenen gelegd door de broers Page. Robyn en Cherry zetten het op een hitsig dansen en sleuren de tent mee in een even zinderende als oningestudeerde choreografie. Zij vonden het duidelijk plezant. Welaan dan, wij ook.

The National, vrijdag 22.30u., Main Stage: “I Need My Girl”

Matt Berninger ijsbeerde zich zowat een ongeluk op de Main Stage tot zowat halfweg de setlist – hij had net ervoor nog de fles hemelwaarts gehouden tijdens “Squalor Victoria” – toen hij even halt hield voor een erg zuivere versie van “I Need My Girl”. Wulpse chiromeisjes zetten een spurtje in naar voren bij het horen van de kronkelende gitaar van Aaron Dessner (ja, u kent het van de radio) en Berninger gaf met de ogen dicht ingetogenheid een plaats op het hoofdpodium. Ook “This Is The Last Time” zorgde trouwens nog voor introverte klasse voor de massa. Het gros van de set stond weliswaar bol van de stormachtige explosiviteit, maar net daardoor gingen die lichtpuntjes nog harder schijnen. Als fonkelende diamantjes op een mestvaalt. The National tekende voor een voorspeld, maar daar niet minder uitstekend hoogtepunt van Dag Twee .

Röyksopp and Robyn Do It Again, vrijdag 23.05u, Marquee: “Dancing On My Own”

Dat concert en moment kende een twee uur durend vervolg in het nagenoeg perfecte popspektakel dat Röyksopp en Robyn serveerden. Vooral wanneer Robyn aan haar luik begon, werd die perfectie bereikt. Met een doorsnede uit haar nog steeds betrekkelijk beperkte oeuvre, zette de hele Marquee het op een dansen, hossen en zingen. Vooral “Dancing On My Own” ontpopte zich als een klassieker, een hymne voor het blauwtje dat éénieder met een gelukzalige herinnering aan zijn/haar jeugd of met een nog steeds ietwat wrange glimlach even herbeleefde. De Marquee zong het refrein a capella uit volle borst mee, de ietwat snedigere liveversie was om in te kaderen. Maar dat waren alle andere songs die ze bracht ook. Robyn werd officieus tot de huidige koningin in Popland gekroond.

The War On Drugs, vrijdag 23.45u., Club: “In Reverse”

Op Best Kept Secret zorgde het optreden van The War On Drugs ervoor dat we nog dagenlang “whoo” liepen te roepen, op Pukkelpop stond de groep ietwat weggestoken na The National in de Club geprogrammeerd. U liet het niet aan uw hart komen (u was daar), Adam Granduciel ook niet (hij gaf een zinderend optreden). Geen wonder dus dat er stampvoetend om meer werd geroepen nadat een episch “Lost In The Dream” de set had afgesloten. U eiste het op hoge toon, u kreeg het. Zacht zet Granduciel “In Reverse” in, en maakte er een even uitgesponnen eindpunt van als het op plaat is. Dag Twee kon niet mooier eindigen.

Float Fall, zaterdag 13.55u, Club: “Someday” (en de eerdere 40 minuten)

Omdat single “Someday” een ereronde was tijdens een vijftig minuten durende triomftocht van weemoed. Rozanne Descheemaeker en Ruben Lefever zijn klaar om die mantel van belofte behoedzaam af te werpen, met het oog op dat stilaan langverwachte debuut. De nummers draaien hun blik weg van The XX: in plaats van te spelen met stiltes, bouwt Float Fall (een viertal ondertussen) zijn nummers bedachtzaam op. Lefever mag al eens doorgaan, Descheemaeker schuift laagjes elektronica onder de songs door. Het effect is geen seconde minder dan verstillend op een Club, die bij het uitademen na elk nummer een steeds hevigere ovatie geeft. Float Fall was misschien wel de revelatie van deze editie, en voorzeker dé Belgische band van de toekomst.

FKA twigs, zaterdag 17.05u, Castello

Zomaar één hoogtepunt eruit pikken, heeft in het geval van de moorddadig sensuele set van FKA twigs geen zin. Dit was ondergedompeld worden in een lange, zwoele mood, dankzij kale elektronica, stuiterende elektronische drums, ijle en soms fluisterzang van Tahliah Barnett en kronkelingen van haar ontieglijk soepele lijf. Geen woord, geen noot, geen spotlight teveel. Sorry, BBC: dit is de sound van 2014. En vermoedelijk ook van de komende jaren. Nee, FKA twigs is geen hype.

Queens Of The Stone Age, zaterdag 21.15u, Main Stage: “Song For The Dead”

In jaren was Queens Of The Stone Age live niet zo fris en strak als zaterdagavond op de Main Stage. De setlist was een onevenaarbare best of, waarin alle hoofdstukken van de band (zeker ook het aanvankelijk vertwijfeld ontvangen … Like Clockwork) naadloos in elkaar schoven. Power en punch lagen lepeltje met groove en seks. “Song For The Dead” mag dan de haast traditionele afsluiter zijn: lange tijd klonk het niet zo meedogenloos, in een lang uitgesponnen versie waarbij vooraan een flinke mosh pit ontstond. Queens Of The Stone Age is na een mindere periode weer de lat van de hedendaagse rock-’n-roll, waar het gros van de andere bands nog lang onnozel de limbo onder kan dansen.

School Is Cool, zaterdag 21.45u, Castello: “New Kids In Town”

Kijk, we hebben School Is Cool dat “New Kids In Town” ondertussen al dik vijftien keer zien brengen, dan is het des te sterker dat dit misschien wel de meest euforische, opzwepende en kippenvelveroorzakende keer was. Zo werkt het nu eenmaal als het klein uur vooraf bestaat uit enkel straffe, strak afgeleverde nummers, en een donkere, beklemmende sfeer wordt aangehouden; dan voelt dat eerste “Come on now” als een ontploffing van vreugde en onverzettelijkheid. Twee confettikanonnen blazen de circustent vol wervelende deeltjes tot de plankenvloer een sneeuwtapijt is geworden. Kletterend en spetterend hoogtepuntje.

Anna Calvi, zaterdag 22u45, Club: “Love Won’t Be Leaving”

De liefde mag haar dan niet verlaten, het volk jammer genoeg wel. De Club stond amper halfvol, en dat is tragisch voor een van de meest passionele sets van Pukkelpop. Want ‘Passie’ is de tussennaam van Anna Calvi, tijdens een wederom elektrisch geladen, in vuurrode gloed badende set die je meesleurt in de schaduw van de romantiek. Haar steeds betere, rauwere gitaarwerk, haar zang die opborrelt uit de diepste krochten van haar ziel, die tot as verbrandende blik in haar ogen, melodieën die je hart over een notenbalk uitsmeren: het zat er allemaal in, en zoals steeds misschien nog het meest van allemaal in “Love Won’t Be Leaving”, een dramatische wals waarin de handen elkaar aan het einde toch loslaten. Calvi haar greep op je nekvel uren nadien echter nog steeds niet. Dat kon zelfs Calvin Harris niet verhelpen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − acht =