Patti Smith :: 8 augustus 2014, Brussels Summer Festival

Da’s nu ondertussen de zevende keer dat we Patti Smith in concert zagen. Overal hebben we haar weten optreden — het idyllische Minnewaterpark op Cactus, de galmbak van een hangar op Les Ardentes, het statige Bozar, de prozaïsche zaal van de AB — en nooit gaf ze een minder dan goed concert. Ook op Brussels Summer Festival, misschien wel de minst dankbare omgeving voor zowel publiek als artiesten, hield de taaie punktante stand.

Want God, wat is het moeilijk om op dat Paleizenplein van een concert te genieten. Dat er veel volk is afgekomen — straks speelt de Franse aansteller M ten gitaar — en de kassa’s en dranktogen niet kunnen volgen, daar willen we nog overheen kijken, maar dat het geluid tien meter van het podium al kwakkelt? Alstublieft zeg. En we zwijgen zedig over het publiek, dat op deze vrijdagavond meer gekomen lijkt om de voorbije week luid kwekkend te evalueren dan aandacht te besteden aan de zangeres op het podium.

Die pakt het aanvankelijk dan ook rustig aan. Met “Dancing Barefoot” sluipt Smith op kousenvoeten binnen, en ook het op een reggaebedje drijvend “Redondo Beach” grijpt niet meteen naar het nekvel. Tja, ze is ondertussen ook alweer 67, en dan storm je niet meer met de deur in huis. Niet dat ze plots een saaie volwassene is geworden; “April Fool” wordt door een goedgehumeurde Smith behoorlijk speels gebracht, met een brede grijns.

Daar is allemaal niets op aan te merken, net als op een nochtans langdradig ingeleid “My Blakean Year” waarin Smith herinneringen ophaalt aan haar eerste optreden in Brussel in 1976 en haar eerste ontmoeting met modeontwerpster Ann Demeulemeester, waarover ze nooit uitgepraat raakt. Een elegisch “Beneath The Southern Cross” laat ze ons opdragen aan wie we willen dat ze het opdraagt, om voor zichzelf te beslissen: “Ik draag het op aan the one I love“.

Maar waar is de vurige strijdster? De punkpoëet van weleer? Het duurt tot “Because The Night”, een Bruce Springsteennummer dat ze tekstueel verbeterde, vooraleer het vuur echt aan de lont komt. Plots spat de passie van het podium. “Banga”, de titeltrack van haar laatste plaat, barst ook al van de pit. Zoonlief Jackson Smith, ondertussen naast Lenny Kaye haar vaste tweede gitarist, smijt er overtuigend hondengeblaf tussen, vooraleer het nummer naadloos overgaat in “People Have The Power”, een manifest van een nummer waar je in deze populistische tijden al eens aan durft te gaan twijfelen, maar kom; het scheurt, het ziedt, het zweept op, al blijft de Stomme van Portici tot nader orde het enige muziekstuk dat de Belgen tot een revolutie heeft verleidt.

Eindelijk. Eindelijk hebben we Patti Smith zoals ze moet zijn. Furieus, bezeten. “Jesus died for somebody’s sins, but not mine”, spuwt ze uit en “Gloria”, ondertussen even hard van haar als van Them, volgt. Het eindsignaal wenkt ondertussen echter, en dus krijgen we niet de stuwende monoloog “Babelogue” zoals op plaat, maar vliegt de band meteen in de razende afsluiter “Rock ‘n Roll Nigger”.

“Edward Snowden was a nigger” tiert Smith daarin; het brengt haar ode aan de outsider meteen in het vandaag. Nog steeds heeft haar tirade niets aan kracht ingeboet, noch aan urgentie. Het is een zinderend orgelpunt aan een concert dat in een oogwenk voorbij leek — is het echt al tien uur? — maar desondanks iets te lang nodig had om op gang te komen. Het zal de leeftijd wel zijn, en misschien was een zevende keer min of meer hetzelfde optreden net iets van het goede te veel. Volgende keer slaan we misschien een keertje over. Als we onszelf daar toe kunnen brengen. Want zelfs in minder ideale omstandigheden blijft Patti Smith niet te missen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + 12 =