COLUMN :: Torhout

“Stond ik maar op de wei van Torhout” schoot het me afgelopen zaterdag, nauwelijks twee nummers ver in de set van The Rolling Stones, door het hoofd. TW Classic had zich al een dag lang tergend traag door de druilerige regen gesleept, en nu op het moment suprême iedereen naar voor schoot, was de pret er voor mij — “verticaal uitgedaagd” zoals tuttige Amerikanen dat zo eufemistisch noemen — meteen van af.

Dat Jim Kerr meer en meer op Kurt Van Eeghem begint te lijken; dat had ik nog kunnen zien. En als ik op mijn tenen stond, misschien even een sprongetje maakte, kon ik dat mottig groene glitterjasje van Mick Jagger ook een glimp lang zien. Op het scherm; van een blik op het podium kon ik alleen maar dromen. En dus droomde ik in de plaats dan maar weg naar de goeie oude West-Vlaamse wei waar ik mijn eerste grote festivals heb meegemaakt. Waarschuwing: dit wordt een nostalgisch stukje.

Zestien jaar is het ondertussen geleden dat het hek aan dat veld voor het laatst werd dichtgeslagen. De geaborteerde editie van 1998, waarvoor The Verve ter elfder ure afzegde als headliner en Björk en Beastie Boys — elk op de top van hun kunnen — om beurten afsloten, zou de laatste zijn. Commercieel was het niet meer leefbaar twee festivals op nauwelijks honderd kilometer van elkaar te organiseren, zou Herman Schuermans de jaren nadien stug blijven volhouden. En omdat het stuk grond in het Brugse achterland in tegenstelling tot die in Vlaams-Brabant niét in zijn bezit was, was de keuze snel gemaakt: Torhout ging, Werchter bleef.

Nochtans beschikte Torhout van de twee festivals onbetwistbaar over de betere weide. Lichtjes hellend, als een amfitheater, met het podium helemaal onderaan, had je er zelfs van ver een prachtig zicht. Ik herinner me hoe ik van op veilige afstand het geweld van Sepultura in zijn hoogdagen in volle glorie kon zien. Of hoe Smashing Pumpkins in 1997 stug de gracht in reed: geen communicatie tussen de bandleden — die ook nog eens een stevig stuk op zich hadden laten wachten — , geen goed geluid, geen sfeer. Hoe ik dat nog zo goed weet? Ik kon dat zien, zelfs van ergens ter hoogte van de PA-toren.

Natuurlijk was het niet allemaal goed. Voor ik de Apocalyps van Dour 2012 meemaakte, was de standaard voor Glastonbury-achtige modderstromen op festivals datzelfde Torhout 1997, toen een nietsontziende stortbui net voor Sixteen Horsepower de wei tot een zuigende slijkvlakte herschiep. Gevolg: toen ik de volgende dag Suede van op de eerste rij wilde meemaken, moest dat met de voeten in het water, dat zijn natuurlijke weg naar beneden had gezocht. Ik wil zelfs niet weten tot waar het sop stond in de frontstage, maar het roze bubblegummeisje dat het nodig vond om naast me hevig krijsend op en neer te springen zodat het nat nog hoger spatte, zie ik nog altijd voor me: ik kon haar op dat moment dan ook wurgen.

Torhout verdween, Werchter werd nog een pak groter, en sindsdien heb ik op een megafestival zelden meer een fijn zicht gehad op het podium. Ik heb er mee leren leven, en met een beetje wring- en zoekwerk vind ik al eens een zichtlijn tussen een paar hoofden in (u bent bedankt om dan niet te hevig heen en weer te gaan wiegen zodat ik zelf zeeziek wordend naar mijn kijkgat moet blijven zoeken). Maar af en toe wordt het me toch te machtig. En denk ik even met weemoed terug aan die goeie ouwe wei van Torhout.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 16 =