Blood Red Shoes :: Blood Red Shoes

Eerst waren er de riffs op het debuut, dan de songs en tenslotte de bijna-anthems op de derde plaat In Time To Voices. Op hun vierde, titelloze album keert Blood Red Shoes terug naar het begin. En dat is jammer.

Tijdens het gesprek dat we hadden met de band naar aanleiding van de derde plaat, schemerde wat koudwatervrees door voor de grotere status die Steven Ansell en Laura-Mary Carter bereikten. Blood Red Shoes is een van de hardst werkende bands van het moment — al bijna tien jaar verstrikt in een moordend schema van touren, plaat opnemen, touren — en wil alles zoveel mogelijk met z’n tweeën bedisselen en de controle behouden. Het is een van de verklaringen waarom de band het groeiproces van de afgelopen zes jaar zomaar overboord kiepert.

Al is dat misschien wat kort door de bocht: Blood Red Shoes is op z’n best een betere versie van het debuut. Non-stop touren alleen al maakt je een betere band. Dit vierde album klinkt nog rauwer dan we van het duo al gewoon waren: gitaren krijsen en ruisen; de drums van Ansell, die ook vocaal de boventoon voert, doorzeven de nummers. Dat In Time To Voices na een loodzwaar opnameproces voor hen achteraf gezien iets te glad klonk, is een spijtige en onware vaststelling. De muziek van Blood Red Shoes was gebaat met meer gelaagdheid om hun eendimensionale, one-trick punkrock wat meer diepgang te geven.

Die diepgang ontbreekt nu. Binnenkomers “Everything All At Once”, “An Animal” (met hun beste riff tot nu toe) en “Grey Smoke” maken weliswaar stevig boel wanneer ze met akkoorden als matrakken binnenvallen. De band wou gewoon weer doen waar ze goed in was en dat is eraan te horen. Er straalt opluchting uit, maar die verzandt gaandeweg in gemakzucht. Want ook nu weer slaagt Blood Red Shoes er met dit rifffestival niet in de hele plaat lang te boeien. Dat was op de twee voorgangers, door de variatie, wel even anders.

Wanneer de boenwas van catchiness verdwijnt, blijft er vooral een angstaanjagende leegte achter, die live middels tonnen energie en liters zweet wel weer gecompenseerd zal worden. Maar songs als “This Perfect Mess”, “Behind A Wall” en “Don’t Get Caught” worden door Blood Red Shoes ongetwijfeld aan de lopende band geschreven, en zo klinken ze ook. Ook “Cigarettes In The Dark” is stuurloos omdat het zonder strakke riff op geen enkel fundament gebouwd is. Ook tekstueel wordt er al eens duchtig met de pet naar gegooid: “You wanted it all, you like to play ball / This perfect mess we’re in, it doesn’t cost a thing,” hijgt Carter in “A Perfect Mess”. Nee, Blood Red Shoes had blijkbaar echt geen zin om songs te schrijven deze keer.

En dat is zonde, want de band heeft meer te vertellen dan ze op deze plaat laat horen. Wanneer de (soms puberale) woede baan ruimt voor doelloosheid (“Far Away”) en een meer sinistere sfeer (“Stranger”), haalt Blood Red Shoes wel het vertrouwde niveau. De woede-uitbarsting in “Speech Coma” blaast dan weer de middelmaat van de vorige songs uit de oren. Ook slotnummer “Tightwire” laat horen dat er meer in had gezeten: van riffs gelaagde songs maken en weemoed aan woede koppelen, Blood Red Shoes had het op deze vierde plaat verder kunnen perfectioneren.

Maar daar heeft de band bewust niet voor gekozen. Die hardleerse DIY-aanpak (zo gingen ze onlangs in het appartement van de winnaar van een wedstrijd spelen n.a.v. dit album) roept bewondering op, maar mag de eigen evolutie niet fnuiken. Twee jaar geleden voorspelden we dat de band voor een keuze stond: een stap vooruit met meer lagen of achteruit met opnieuw meer riffs. Het is dat laatste geworden. Live zal het wel weer knallen, maar het zal play-off twee blijven voor deze band. Dat lijken ze zelf alvast niet erg te vinden, en wij dus ook niet .

Blood Red Shoes speelt op 18 april in de Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =