We Are Open :: 21 + 22 februari 2014, Trix

Sinds 2009 opent Trix het concertjaar traditiegewijs met We Are Open, een showcasefestival waarmee het de boeiendste Belgische bands van het moment in de kijker zet. Liefst 35 bands komen er op vier podia — naast de Botrange en Fabiola Stage op de eerste verdieping was er ook op het gelijkvloers naast de Waffle Stage ook de Maes Music Stage — het beste van zichzelf geven in de hoop een reeks (festival)optredens te versieren. En er was voor elk wat wils.

Vrijdag 21 februari

De vreemde eend in de bijt

Als binnenkomer kan de stevige portie speed metal van Evil Invaders wel tellen. De vier Noord-Limburgers brengen een ode aan de vroegste Slayer, Iron Maiden, Sacred Reich, Judas Priest en consorten. Vier jongens met het metalhart op de juiste plaats dus en ze zijn er met hun strakke jeansbroeken, kogelriemen en cowboybotten ook naar gekleed — ze lijken wel 30 jaar te laat geboren. Over naar de muziek: die is extreem snel, extreem technisch, extreem agressief en extreem strak. “Tortured By The Beast” is een (euh) mooi voorbeeld. En het gaat snel voor de band. Ze zijn bezig aan nieuw werk, maar startten deze maand al hun veroveringstocht in Japan. Dat het publiek er maar rustig bij bleef — op een paar groupies vooraan na –, heeft meer te maken met het vroege uur en het feit dat op We Are Open in tegenstelling tot vorig jaar maar weinig heavy bands geprogrammeerd staan. Niettemin: Evil Invaders zou dit jaar al verdiend op Graspop staan.

De belofte

Nederland heeft Jacco Gardner, wij Yawns? Het jonge grut uit Grobbendonk is alvast aardig op weg om een rijzende ster aan het psychedelische firmament in de Lage Landen te worden. Naarmate de set vordert, wordt het geheel steeds meer hypnotiserend. Als je geen LSD-trip aandurft, luister dan gewoon naar “I Wanna Go Where Nobody Knows My Name”. In “Dreamer” is het dan weer die ene gitaarlijn, die je naar andere oorden brengt. Het op sixtiesrock geënte “Lucid Dream” tenslotte zweeft op een wolkje van effecten en ijle ‘aaaaaa’s’ van zanger-gitarist Jeroen Geboers. Yawns is samengevat traag, slepend en psychedelisch. Een eigen sound hebben Geboers, gitarist Thijs Boyen, bassist Willem Meeus en drummer Robbe Vekeman alvast gevonden, nu nog goed scoren in Humo’s Rock Rally en De Nieuwe Lichting, en alternatief België ligt aan hun voeten.

De ontdekking

Van bij het eerste nummer van Children Of The Palace weet je zeker: dit is theatrale pop met een ferme hoek eraf. Zeker bij de frontman. De extravagante Mat Morris is meer dan een zanger live: hij ontpopt zich tot een markant performer en danser, aan wie Michael Jackson-dansmoves niet vreemd zijn. Zijn superieure muzikanten — een geoefend muzikant kan zich de ogen uitkijken op de drummer — wisselen funky beats, strakke ritmes, ingetogen stukken en verschroeiende stukken met de vingers in de neus af. Children Of The Palace is nog een goed bewaard geheim in de Belgische experimentele scene. Deze vreemde snuiters hebben voor zover we weten niets op plaat uit, we hopen dat daar zo snel mogelijk werk van gemaakt wordt.

De vaste waarde

Psycho 44, ooit ‘artist in residence’ van Trix, heeft al meerdere passages in de Antwerpse club achter de rug, dus verrassend was de set niet voor het (trouwe) publiek. Maar de Grobbendonkse jonkies zijn in levende lijve altijd beter dan op plaat, niet dat hun debuut Suburban Guide To Springtide een tegenvaller is, integendeel! Maar een beukende luide en schreeuwerige rockband hoor je toch liever live dan in je luie sofa? Aan de optredens van Psycho 44 valt er dan ook niets meer op aan te merken. Alles moet kapot; bewijzen daarvan zijn kopstoten als het Queens Of The Stone Age-achtige (“65 Days”), het punky “Surfer Shell” en “Suburban Guide To Springtide”, een mooi eerbetoon aan Kurt Cobain die vorige donderdag 47 jaar zou zijn geworden. Het titelnummer is een verrassend hoogtepunt, die herinnert aan de hoogdagen van de grunge. Afsluiten gebeurt zoals iedereen het wil, met klassiekers “All My Demons Have Distortion” en “Dance MTHRFCKR Dance”, waarop de jonge meute vooraan aan het pogoën slaat. Dit is ongegeneerd rocken zoals in de jaren negentig. We hopen dat Psycho 44 eeuwig zestien blijft.

Het mocht iets meer zijn (al lag dat vooral aan het geluid)

De hoogste verwachtingen heersten voor de Franstalige Brusselaars van Robbing Millions, die onlangs nog in het voorprogramma van Girls In Hawaii en op Glimps Festival in Gent hoge ogen gooiden. Maar om met de deur in huis te vallen: Robbing Millions klinkt beter vanuit de toiletten. Het geluid op de Waffle Stage kan stukken beter, maar trekt het geniaal gekke vijftal zich niets van aan. Gelukkig maar, want van hitje “Tenshinhan” wordt het publiek zoals altijd opgewekt en slaat de eerste We Are Open-bezoeker al subtiel aan het dansen. Robbing Millions wordt wel eens vergeleken met MGMT, Yeasayer en Empire Of The Sun, maar intelligente indiepop is meer dan deze haastig bij elkaar verzamelde referenties. Dour of zelfs Pukkelpop zou nog niet te vroeg zijn voor Robbing Millions.

Maar er viel nog meer te beleven op de eerste avond van de muzikale braderie die We Are Open een beetje is. Nog een aanrader is het zoveelste project van Philipp Weies, met niet van de minste artiesten (Hans De Prins van Broken Glass Heroes en Antoni Foscez van Meuris): Go March. met repetitieve, industriële rock hield het drietal de Fabiola Stage in een hypnotiserende houdgreep, een beetje hetzelfde effect als goeie minimal techno. Ook de fantastische Bert Vliegen en zijn band Horses en de indiepopmeisjes Say Say speelden er ten dans. Ook The Go Find betoverde als vanouds met zijn melancholische pop over liefde. Op basis van de eerste feestavond kunnen we alvast zeggen dat de muziekliefhebber een goede zomer tegemoet gaat.


Zaterdag 22 februari

Ook dag twee van We Are Open had heel wat muzikaal lekkers naar ieders smaak te bieden en nóg sterkere namen dan de eerste dag. Zij die graag meegenomen worden op een muzikale trip waren dan wel vooral verwend (Spookhuisje, Manngold, Spookhuisje en Angels Die Hard) ook fans van garage, stevige rock of — geloof het of niet — zelfs Customs konden aan hun trekken komen in Antwerpen.

De verrassing

De mysterieuze Raphael Absolonne, die als Spookhuisje door het muzikale leven gaat, zagen we al twee keer aan het werk en hoe meer we hem live aan het werk zien, hoe meer we worden meegesleept door zijn intrigerend gitaarspel. Normaal gezien speelt hij onder een arafatsjaal middenin het publiek omringd door kaarsen, in Trix wordt Spookhuisje bijgestaan door een accurate drummer. Het klinkt allemaal minder intiem, maar wel rauwer. Daardoor verlaagt de drempel voor wie hem nog niet kent of wie vindt dat de Oosters getinte rock/blues eentonig klinkt. Het optreden is een aaneenschakeling van hoogtepunten, maar een krachtig en meeslepend “Palm Tree Tattoo” en “Dune Boogie” springen er bovenuit. In het tweede nummer wordt het contrast tussen verschroeiende uitbarstingen en duistere, oriëntaalse stukken het best uitgesponnen. We missen alleen nog dansende derwisjen en buikdanseressen. Sterk, heel sterk optreden.

De kopstoot

Opwindend. Duister. Vuil. Het Gentse Falling Man, die de Brugse acteur Sam Louwyck in zijn gelederen heeft, had maar een paar minuten nodig om te overtuigen. De instrumentale opener “Elliot” is er meteen boenk op. “Raccoon Attacks” is dreigend als de nacht, het oudere nummer “Moron” staalhard. “We hebben een hekel aan voorspelbaarheid”, zeiden gitarist Polie Van de Velde en drummer Sven De Potter in een interview. Van die woorden is niets gelogen. Louwyck, in het wit geschminkt en met een blik Maes in de hand, is de perfecte frontman. In “Liars” (of is het “LIARS!!!”?) blaft hij erop los, terwijl snijdende gitaren en de efficiënte mokerslagen van De Potter je knock-out slaan. Wie fan is van Shellac zal dat beamen. Maar ook de avant-garde van TC Matic en post-punk The Fall komen om de hoek loeren, in “Hot Hotel” en “Stripper”, dat geschreven werd in een…stripclub. Ga Falling Man zien als deze ongelooflijke sterke band — dit is meer dan een gewone rockband — in uw buurt komt dreigen.

De party animals

De omschrijving ‘jong geweld’ is alvast letterlijk van toepassing op de drie van Double Veterans. De band met Lee Swinnen (zoon van Guy) grossiert nagenoeg in dezelfde stijl als het Amerikaanse Fidlar: gemeen ophitsende garage rock met psychedelische invloeden. Dat ze goed geluisterd hebben naar The Velvet Underground, Pink Floyd en The Stooges is duidelijk — de sound is dan ook niet super origineel –, maar het trio geweldenaren zorgt wel voor het plezantste optreden van We Are Open. De lol druipt eraf, en ook de energie, wanneer bijvoorbeeld een covertje van The 13th Floor Elevators en “Beach Life” waarvoor een hoogst amusante video gemaakt is, met zo veel gretigheid gebracht worden. “Beach Life” duurt maar twee minuten, maar het zijn wel de leukste van de avond. Getuige de voorste regionen, die het op een headbangen zetten. Wanneer Swinnen en gitarist Thomas Meukens het publiek induiken, verwordt het net niet tot een kolkende massa. Dat is iets voor de release show van de band op 11 april in dezelfde club. Een dikke, vette aanrader wat ons betreft.

De luistert(r)ip

Alsof we nog niet genoeg geestesverruimde muziek hebben gehad na Spookhuisje en Tone Zones, en later Manngold, moet het relatief nieuwe Angels Die Hard nog het podium betreden. De headliner van de Waffle Stage brengt één lang uitgesponnen psychedelische trip, die ook niet te onzacht is en het filmische van Condor Gruppe heeft. Psychedelische bands trappen vaak in de val van de eentonigheid, maar dat geldt niet voor Angels Die Hard. De oosters getinte surf-‘n-roll wordt afgewisseld met iets meer krautrock-achtige composities. Psychedelische rock spelen is gemakkelijk, maar daar iets ongewoon mee doen, dat is een kunst. “A Walk In The Black Forest”, waarvoor Elko Blijweert het podium betreedt met een theremin (een elektronisch instrument waarbij twee antennes met de hand bespeeld worden), is daarvan het mooiste voorbeeld. De Antwerpse ondergrond heeft er een pareltje bij.

Dat het vrijdag en zaterdag hoogtepunten regende in Trix, daar zal menig bezoeker ook van overtuigd zijn. Maar sta ons toe toch één kanttekening te maken. Wat hebben bands als Psycho 44 (live reeds een gevestigde waarde, dat weet u ook), Customs (ook al lang niet meer onbekend) of Filip Kowlier (die moet toch niet om optredens smeken?) te zoeken op een showcasefestival? We Are Open was niettemin weer een voltreffer; voor de TRIX-crew ongetwijfeld een huzarenstukje om in een mum van tijd vier podia draaiende te houden. Chapeau daarvoor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − twee =