Artefact Festival :: 23 februari 2014, STUK

De slotavond van het Leuvense Artefactfestival bood een brede waaier aan elektronische genres en een gezonde mix van aanstormend talent en gevestigde waarden. Daarbij scheerde niet elke act even hoge toppen, maar werd wel steeds op z’n minst een boeiende kijk gegeven op het verleden en de toekomst van de elektronische muziek.

Nieuwe geluiden

Inwolves, een trio rond energieke drumster Karen Willems (vooral bekend van Yuko), doet beide door zich enerzijds sterk te laten inspireren door de krautrock van Neu, Can en Kraftwerk, en anderzijds door ermee aan de slag te gaan om nieuwe kosmische regionen te verkennen. Dat zorgt voor best wel eigenzinnige muziek die vooral in de steviger groovende stukken ook redelijk indruk weet te maken, al doet het eveneens vaderlandse Going dat nog wel wat meeslepender. De meer sfeer en soundscape gerichte stukken kwamen niet van de grond en stonden maar wat doelloos te verdwalen tussen de uptempo gedeeltes.

Bij Rauelsson, een jonge Catalaan die al enige tijd verkast is naar Portland, gaat het er een pak minder experimenteel aan toe. De jongeheer bouwt samen met een violist gestaag zijn fragiele composities op door subtiel knisperende electronica, dreunende soundscapes en zelfs een bescheiden beat hier en daar te draperen over simpele melancholische pianowijsjes. De klankwereld van bijvoorbeeld Peter Broderick, Nils Frahm of Olafur Arnalds is nooit veraf, maar de bevlieging van dat drietal om dit soort muziek ook daadwerkelijk interessant en niet enkel mooi te brengen op een podium mist Rauelsson quasi volledig. Voor zijn nieuwste plaat Vora nam hij de zee als uitgangspunt: de muziek hier deed vermoeden dat hij daarbij iets te veel naar een rustig kabbelende kust heeft staan staren en geen woeste zeestormen heeft meegemaakt.

Wat horen we daar? Het gerommel en geritsel van een aanzwellende hype? Recentste Warp-aanwinst patten wordt her en der genoemd als nieuwste electronicamessias. Zijn postmoderne hyperactieve interpretatie van de LA sound (met bijpassende hutsepotvisuals) is inderdaad op z’n minst interessant te noemen, en er passeren ook heel wat knappe momenten in de set van deze Brit. Net als laatste plaat ESTOILE NAIANT ontbeert patten live echter focus, en toont hij een totaal (maar wellicht bedoeld) gebrek aan subtiliteit dat voor een nogal rommelige set zorgt. Geen idee of ’s mans gitaar en micro aangesloten waren op de PA overigens, want alles wat hij ermee uitspookte verzandde meteen zonder schijnbare invloed in de denderende geluidsbrij die patten drie kwartier lang de Labozaal in stuurde. Vette beats gehoord? Zeker wel. Goede songs waargenomen? Hoegenaamd niet.

Nee, voor de goeie songs, en voor de vette beats ook eigenlijk, bied het Britse Cloud Boat meer soelaas. Debuut Book Of Hours vloog onterecht ietwat onder de radar en ook bij een concert in de Beursschouwburg dat we van hen meepikten vorige zomer hadden we de indruk dat het publiek vooral voor de pintjes en de gezelligheid op het dakterras was gekomen. Artefact bood een terechte herkansing en Cloud Boat kopte die open doelkans mooi binnen met een uitstekende set die balanceerde tussen enkele hoogtepunten uit het debuut en een handvol nieuwe songs.

Aangevuld met een extra gitarist wist de band een wat vollere sound neer te zetten, en werden sommige songs wat vrijer geïnterpreteerd. Het verstilde “Bastion” kreeg zo bijvoorbeeld een extra intro mee, en “Lions On The Beach” mocht nog gevaarlijker grommen dan zijn spiegelbeeld op plaat. In de nieuwe nummers, waarvan een groot deel hier zelfs voor de eerste keer live werd gebracht, was duidelijk dat Cloud Boat geen grote stijlverschuivingen te wachten staat. Het trademark huwelijk van ijle postrockgitaren en knetterende dubstepbeats, met de prachtige stem van Tom Clarke erbovenop, is anderzijds ook zo geslaagd dat het duo daar gerust nog even op kan teren. Al hopen we wel dat ze weer wat plaats voorzien voor het soort verstilde pracht dat ze met “Youthern” en “Dréan” brachten op hun debuut, maar dat in deze liveset weinig aan bod kwam.

Ouwe rotten

Na een pauze wordt het tweede luik, dat door omstandigheden ook gewoon in het STUK doorgaat, afgetrapt door Yves De Mey. De Mechelaar is vooral bekend voor zijn werk onder de naam Eavesdropper maar levert onder eigen naam in feite muziek die maar weinig verschilt van dat eerdere werk. Sterk geïnspireerd door de klankexperimenten van Autechre stuurt De Mey stevig denderende en dreunende technopulsen de zaal in waarboven allerhande synthttexturen worden uitgespreid. Melodieën zijn onbestaande, songs komen niet aan bod; deze muziek draait om de trance en de overspoeling. Dat de muziek kundig aan elkaar wordt gebreid als was het een DJ-set, maar dan zonder andermans materiaal, helpt daarbij zeker, maar de spanningsboog was hier en daar toch wat te slap om volledig in de beats en clicks te kunnen verdwalen.

Een slot aan de avond en aan het festival mag dan weer aangereikt worden door Oostenrijkse ambientlegende Fennesz, die bijgestaan wordt door Lillevan op visuals. Zowel de muziek als de visuals deden echter weinig schokkends en het nogal burgerlijke voorkomen van het tweetal (keurig hemdje voor Lillevan) dat een spelletje om ter geconcentreerds laptop kijken lijkt te spelen is ook niet bepaald opwindend te noemen. Ook hier draait alles weer om de textuur en om de overspoeling, maar zelfs grootmeester Fennesz botst hier op de beperkingen van een dergelijke aanpak en blijft ergens halverwege in zijn opzet steken.

Na een dermate lange tijd aan de spits van het elektronisch experiment kan je zo stilaan wel verwachten wat Fennesz live uit zijn gitaar, laptop en synth zal schudden: traag verschuivende ambienttexturen met onder effecten bedolven gitaargolven erboven (of eronder) die dan doorsneden worden met Fennesz’ typerende knip- en plakwerk van glitches en taperuis. De kwaliteit blijft weliswaar hoog, en het feit dat Fennesz dit grotendeels improviseert on the spot is nog steeds best indrukwekkend. Bovendien varieert hij ook genoeg om de beweging erin te houden, maar hoge toppen scheert hij daarbij niet echt meer.

Als er iets duidelijk werd gemaakt met Artefact festival en met deze slotavond des te meer, dan is het wel dat er vandaag meer dan ooit een enorme diversiteit aan de dag gelegd wordt in de elektronische muziekwereld. De clichés van artiesten die maar wat aan hun laptop staan te knoeien, of die niets nieuws tegenover hun studiogerief kunnen brengen werd hier ook ruim ontkracht, al blijft de elektronische act die een echt boeiende liveshow kan neerzetten vooralsnog een eerder zeldzaam goed. Zolang Artefact echter zodanig de vinger aan de pols blijft houden van de verschuivingen in de scene blijven wij van de partij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =