Tiny Legs Tim & The Como Mamas :: 11 februari 2014, AB Club

Dat gospeltrio The Como Mamas op de planken van de AB stond, was volledig te danken aan het feit dat de vrouwen werden opgepikt door het hippe Daptone Records (thuisbasis van soulkanonnen Sharon Jones en Charles Bradley). Maar dat is net het mooie: dergelijke labels zijn al wat sneller bereid om over de genremuurtjes te kijken, en als het op die manier betekent dat we vertegenwoordigers te zien krijgen uit wat voor velen onontgonnen gebied is, dan is dat alleen maar mooi meegenomen. Toch?

The Como Mamas hadden trouwens een mooi voorstel bij: waarom geen haasje-over met opening act Tiny Legs Tim? Een gouden zet, waardoor je vier korte sets te horen kreeg, die door hun korte duur geen seconde konden vervelen. Gesteund door een uitstekende sound mocht bluesman Tiny Legs Tim van start gaan met zijn knappe folkblues, die geplukt werd uit zijn prima platen One Man Blues en TLT, met wat nieuw werk erbovenop. Tim De Graeve doet dat nog steeds door vooral inspiratie op te doen bij de akoestische folkblues van voor de elektrische revolutie.

De Graeve kent ook duidelijk de traditie waar hij uit put en gaat de klassieke zinsneden en thema’s niet uit de weg: hij staat meer dan eens op een kruispunt, heeft wat zorgen aan z’n hoofd en is op zoek naar het rechte pad. Kortom: het bekende bluesverhaal, zonder grote vernieuwingen, maar wel met een eigen draai. De combinatie van uitstekend gitaarspel, een afwisseling van enkele bluesstijlen, waarvan sommige (zoals in de luchtig wiegende instrumental aan het begin van de set) eerder op het terrein van de folk en de andere resoluut diep in de modder van repetitieve blues verzonken, bezorgt de set een mooie flow.

Daarbij kreeg de potige groove van “Can’t Win Them All”, een vunzig beest van een song met de vechtlustige boodschap “Nothing in the world could beat me down”, meteen een hoog juke joint-gehalte, dat later wat werd bijgestuurd tijdens “Standing On The Sideline” en vervolgens het nieuwe “I Got Something”, een brok zuivere Mississippi Blues waarmee de eerste overgang naar The Como Mamas naadloos werd gemaakt. Zijn tweede set was net ietsje langer, en bevatte een knap “Worried Man Blues”, een variant op de versie van Leadbelly, en als afsluiter “One Step At A Time” van zijn debuutalbum. Tiny Legs Tim bewees andermaal een van de meest overtuigende uitvoerders van de blues in België te zijn.

The Como Mamas startten zonder al te veel poespas aan hun eerste set. “Put God first” was de boodschap die ze aan de knapen van Daptone gaven en ook aan het publiek in de AB, want het concert zou, net als hun album Get An Understanding, één grote lofzang aan het adres van the Lawd worden, waarbij de ogen naar de hemel gericht werden en handen richting plafond gegooid. Dat gebeurde volledig in de old school-stijl: met z’n drieën rond één micro en Esther Mae Smith als voorganger van de parochie, en zodra die stemmen werden gebruikt, waande je je weer in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, waar er nog zoiets bestaat als een rotsvast geloof in de goedheid van de Heer.

En dat is waarom we, zelf ongelovig zijnde, geen probleem hebben met religie binnen de muziek. Als het dit soort overgave oplevert, verpakt in gedreven, geruststellende en aanmoedigende songs die bulken van de liefde, joie de vivre en energie, dan moet er iets goed aan zijn. Smith is geen geschoolde zangeres, ze zingt nu en dan met een gebroken randje door die amper onder controle gehouden passie, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd (of moet eigenlijk niet eens gecompenseerd worden!) door de overgave, het volume en de soul in die misthoorn van een stem. Een stem die prachtig werd aangevuld door die van Della Daniels, het type van de vermanende bibliothecaresse met het gouden hart, en Angela Taylor, een regelrechte, goedgemutste blues mama.

Het was een feest om te horen en te zien, de manier waarop hints werden overgenomen, slagzinnen eindeloos herhaald en de vuisten gebald bij een nieuwe kreet. “God Is Able”, Ninety Nine And A Half Won’t Do” (compleet met handengeklap en grappig optelspelletje) en het door Taylor gedeelde “Piece Of Mind” (“Y’all want piece of mind!”). De tweede set zette die overtuigende reeks gewoon verder met een beschrijving van Jezus’ lijdensweg (“I Know It Was The Blood”) en repetitieve hoogtepunten als “Hold Me Jesus” en “Meet Me At The River Jordan”. Nog een hoogtepunt: een levendige versie van “Count Your Blessings”, met Daniels als leider die er een dansje bovenop deed. Afsluiter “Nobody’s Fault But Mine” vatte het allemaal nog eens samen, net als op het album.

Kortom: een ijzersterke performance en een krap uurtje gospel zoals je dat hier zelden (en veel te weinig) te horen zal krijgen. Het was dan ook jammer dat een groot deel van het publiek er geen oren naar had. Ondanks het feit dat Tiny Legs Tim, die zelf bij momenten haast overstemd werd door het gewauwel, voor z’n afsluiter nog de volle aandacht vroeg voor het concert van het Amerikaanse vrouwentrio, bleef het getetter vanuit de achterste rangen van het zaaltje onverstoord aanhouden. Een ontstellend gebrek aan respect. En voor een keer had het eens niets te maken met omhooggestoken smartphones, maar met onnozelaars die hun luidkeels gevoerde gesprekken enkel onderbraken voor overdreven applaussalvo’s. Ah ja.

Misschien de normaalste zaak van de wereld als je in een café zit en de muziek erbovenop krijgt, maar in deze context ronduit onbeschoft. Helaas is het iets dat je de dag van vandaag als fervent concertbezoeker steeds vaker vaststelt, zeker in concertzalen die een divers (pop-)publiek aantrekken. Had je vroeger af te rekenen met die ene kerel die net een pint te veel op had aan het begin van het concert, dan is dat nu schering en inslag, word je omringd door kliekjes van 5-10 personen die geen oog hebben voor wat er zich op een podium afspeelt. In de AB lijkt dat nog nog meer dan elders het geval, misschien omdat de verplaatsing naar Brussel centrum voor veel concertgangers iets als een daguitstap is, of een gelegenheid om bij te praten met de vrienden. Misschien is voor concertorganisatoren het moment gekomen om daar eens over te bezinnen, zolang er nog een scheidingslijn mag zijn tussen een feestje en een concert dat je volle aandacht verdient. Of ben je ook al verzuurd als je die vraag stelt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 2 =