TIPS VOOR 2014: Head Full Of Flames :: ”De temperatuur kan op repetities al eens tot het vriespunt zakken”

De hele maand januari blikt enola.be vooruit op het jaar dat komt. In Tips voor 20134 laten we enkele van de meest belovende artiesten aan het woord. Hou ze in de gaten en onthou waar u voor het eerst over hen las.

“I want to hurt him/I want to give him pain/I’m a roman candle/My head is full of flames.” Fans van de betreurde Elliott Smith zullen die regels, uit “Roman Candle”, meteen herkennen. Head Full Of Flames haalde inspiratie voor zijn groepsnaam uit het nummer en fans van de bard zouden niet veel problemen mogen ondervinden om ook deze groep die garant staat voor herfstige folk te smaken. Twee jaar na de release van hun eerste EP, eenvoudigweg Seven Song EP geheten, zou dit jaar normaal het eerste album van het viertal moeten uitkomen.

enola: Jullie zijn begonnen als tributeband voor Elliott Smith. Is zijn invloed nog altijd terug te vinden in jullie muziek?
Jan Evenepoel (gitaar): “Ik denk dat Elliott Smith zeker nog in onze muziek zit. Het is soms ook moeilijk in te schatten waar onze invloeden vandaan komen, omdat wij er zoveel hebben, maar ik denk dat zulke dingen sowieso met je muzikale taal verweven zijn.”
Sim Van Thienen (gitaar/zang): “Maar het is nu niet dat als je onze muziek hoort, je direct aan Elliott Smith moet denken. Ik vind dat je dat zelfs van onze eerste nummers niet kan zeggen. En nu zijn we daar zeker nog meer van aan het loskomen, maar natuurlijk zit de geest van de muziek van Elliott Smith ook in die van ons. Dat hoop ik toch. Vooral in de manier waarop hij wat losser omsprong met bepaalde klanken.”

enola: En welke andere invloeden mogen we nog aanstippen?
Van Thienen: “Voor mij zeker Sam Amidon, met zijn schuine ritmes en klanken. Zeker als we er een banjo of een ukelele bij halen.”
Evenepoel: “Nick Drake en Sparklehorse voor mij toch ook.”
Van Thienen: “Jim O’Rourke ook wel, die heeft ook dat dwarse dat je bij Sam Amidon vindt. Hij heeft bijvoorbeeld veel cd’s die aan een stuk doorgaan, zonder duidelijke songstructuur en met veel verscheidenheid tussen de klanken. Niet dat wij zo ver gaan of overwegen om zo te werken, maar het is wel eens interessant te kijken hoe ver het kan gaan. Onze songs zijn ook meer popsongs dan die van Jim O’Rourke.”

enola: Jullie zijn ook klassiek geschoold, dat moet er toch ook wel inzitten?
Van Thienen: “Zeker, maar het is wel de bedoeling daar wat afstand van te nemen. Ik neem ook meer het akoestische gedeelte voor mijn rekening omdat mij dat het beste ligt, terwijl Jan zich dan uitleeft op zijn elektrische gitaar of een andere snaarinstrument. Ik vertrek wel zelden van een klassiek akkoordenschema. De songs begin meestal met wat willekeurig getokkel. Dat heeft wel wat te maken met de klanken die je hebt leren verwerken in die opleiding.”
Evenepoel: “We proberen daar zeker zoveel mogelijk van los te komen. Als we ukelele of banjo spelen, weten we ook niet altijd welke noten we aan het spelen zijn, maar dat maakt het wel leuk. Als je de lessen harmonie van vroeger zou uitschrijven, zou het ook snel saai worden.”
Van Thienen: “Het is ook niet dat we daar zo goed in waren.” (lacht)
enola: Maar bij jou ontstaan dus wel de liedjes?
Van Thienen: “Ja, ik probeer de song altijd in een vorm te gieten die al zoveel mogelijk af is op vlak van tekst en structuur. Met Jan durf ik wel eens te jammen, maar als we met vier spelen heb ik toch liever dat de song al wat gestructureerd is.”
Evenepoel: “Vaak komt Sim met een basis waar we dan een tijdje samen rond jammen zodat hij een beetje een beeld krijgt van waar we naar toe kunnen gaan met het nummer. Dan pas gaan we het met volledige band spelen.”
Van Thienen: “Soms is het wel moeilijk om wat ik hier doe op mijn kamertje naar de band te brengen en een goede liveklank te ontwikkelen. Het is gemakkelijker hier op een whiskyfles te slaan om zoiets tof te verkrijgen dan om het met vier even krachtig te maken. Dat is soms wat de oefening, en daarna repeteren natuurlijk, het vervelendste.” (lacht)
enola: En wordt er dan door bassist en drummer nog veel toegevoegd?
Van Thienen: “Zeker. Er zijn wel bepaalde songs waar ik zelf de baslijn voor schrijf en de bassist die dan naspeelt. Soms kan dat ook niet anders omdat onze bassist fulltime in andere bands speelt en ook niet altijd op repetities aanwezig kan zijn. Maar Lotte (De Troyer, drumster , ml) zoekt altijd zelf waar ze naartoe wil gaan. Wat zij gaat doen met een nummer is natuurlijk heel belangrijk en dat laten we dan ook grotendeels bij haar. Al geven we elkaar wel af en toe commentaar…”

enola: En worden er dan al eens dingen naar elkaar gegooid of valt dat wel mee?
Van Thienen: “Neen, dat valt mee. Soms durft de sfeer al wel eens onder het vriespunt te dalen, als we bijvoorbeeld te veel op Lotte focussen of als Jan eens in een slechte bui is, wat wel regelmatig gebeurt. (lacht) En de Muze moet natuurlijk aanwezig zijn, en soms is dat nietz o, maar dan kan het zijn dat je twee weken later plots wel ziet waar de song naartoe moet.”
Evenepoel: “Pas op, we zijn elkaar nog niet Spinal Tap-gewijs in de haren gevlogen, dat nu ook weer niet.” (lacht)
Van Thienen: “Neen, we zijn een groep van vrienden, en allemaal gevoelige zielen, die rekening met elkaar houden, meestal toch.” (lacht)

enola: Bij het verschijnen van de Seven Songs-EP zei je nog dat je soms wat moeite had om teksten op papier te krijgen.
Van Thienen: “Ja, dat klopt. Ik ben uiteraard geen dichter, wat niet betekent dat ik uiteindelijk niet tevreden ben met mijn teksten, maar ik schrijf gewoon niet zoveel teksten. Als je dat op zoveel jaar bekijkt, heb ik niet veel songs geschreven, maar ik sleutel daar wel lang aan. En Jan is soms ook de scherpe scheidsrechter waar het nodig is. Uiteindelijk ben ik wel tevreden met het resultaat, maar er kruipt veel moeite en tijd in. Ik schrijf niet op een avond een hele liedjestekst uit. Als ik een goede avond heb, schrijf ik een strofe en een refrein waar ik een beetje tevreden van ben, en dan een week later een tweede.”

enola: Jullie zijn ook een tijdje Artist in Residence in de 4AD geweest. Op welke manier heeft dat de groep vooruit geholpen?
Van Thienen: “Het belangrijkste voor ons was dat wij daar altijd terecht konden om te repeteren. De 4AD is een superleuke plek, wel nogal ver van Leuven en Brussel, maar je kan daar blijven slapen en dat hebben we dan ook een paar weekends gedaan.”
Evenepoel: “Voor ons was het juist goed het zo ver gelegen was, omdat we dan niet de mogelijkheid hadden er ‘s avonds even tussenuit te knijpen en we ons echt goed konden concentreren.”
Van Thienen: “Die mannen hebben ons ook goed ondersteund. Zo hebben we vorig jaar enkele keren in Frankrijk gespeeld, allemaal dankzij hun promo. Dat waren echt superleuke concerten.”

enola: Later dit jaar mogen we eindelijk een officiële debuutplaat verwachten. Schiet het werk daaraan wat op?
Van Thienen: “Afgezien van percussie en drums zijn we klaar met de preproductie. Ondertussen heb ik gewoon allerlei dingen opgenomen met Jan. Het meeste van wat op de plaat komt, hebben we doorgenomen, en de hiaten die nog in de teksten zaten hebben we opgevuld. We hopen in de krokusvakantie de studio in te trekken. Nu zijn we nog wat gesprekken aan het voeren met een aantal labels om te zien wie interesse heeft en dan hopen we ze in het najaar te kunnen uitbrengen.”

enola: Met de EP hebben jullie daarmee wat problemen gehad.
Van Thienen: “Ja, we hadden daar toen op voorhand niet veel moeite in gestoken. We hadden alles zelf gefinancierd zonder op voorhand echt te proberen iemand te vinden die zijn schouders eronder wou zetten, wat waarschijnlijk niet zo slim was. Maar goed, uiteindelijk was het ook maar een EP: zoveel nummers zijn dat niet, je kan dat tegenwoordig ook vrij goedkoop opnemen, en dat hebben we dan ook zelf gedaan. Pas op het einde hebben we toch voor de distributie een label gezocht. Maar die zijn dan vlak na de release failliet gegaan.” (lacht)
Evenepoel:“Ik denk zelfs echt een week na de release.” (lacht)
Van Thienen: “We waren wel al een half jaar ervoor met die mensen in zee gegaan en die hebben er wel echt voor gezorgd dat onze cd verspreid is geraakt. Die hebben zeker goed voor promo gezorgd en daar zijn wel wat mooie recensies uit voortgekomen, wat echt wel fijn was.”

enola: Er ligt nu twee jaar tussen de EP en de plaat, en daarvoor waren jullie toch ook al een tijdje bezig met wisselend instrumentarium. Mogen we jullie perfectionistisch en trage werkers noemen?
Van Thienen: “Zeker!” (lacht) Die twee woorden kloppen zeker. Ik werk zeer nauwgezet en traag.”
Evenepoel: “En toch vind ik je een veelschrijver. Naast de songs voor Head Full of Flames schrijf je immers ook andere dingen. Zo hebben we soundtrackgewijs een aantal dingen gemaakt voor twee theatervoorstellingen, waarmee we in Nederland ook op een aantal festivals zijn gaan spelen. En jij hebt voor een documentaire ook een aantal instrumentals gemaakt.”
Van Thienen: Dat is waar. Maar los daarvan hebben de band en ik ook wel periodes dat we op een laag pitje staan. Zeker in vergelijking met andere bands hebben wij niet zo’n grote regelmaat. Het moet komen wanneer het komt. Ik weet ook dat ik heel mijn leven muziek ga maken, dus dan maakt dat zoveel niet uit. Wij maken geen muziek om veertienjarige meisjes te behagen. Hoewel, Jan misschien wel.” (lacht)

enola: Ligt de cd in de lijn van de EP? Jullie zeiden al dat spelen met een volledige band toch een aanpassing is. Zullen er nog nummers als “Red Eye”, gewoon jullie twee akoestisch, op te vinden zijn, of is het nu echt totaal andere muziek?
Van Thienen: “Goeie vraag. Daar zijn we nog niet helemaal uit. De meeste songs zijn zeker wel full-band.”
Evenepoel: “Ik heb het gevoel dat deze plaat veel meer elektrisch zal zijn. Ik denk ook dat onze vorige plaat klankmatig iets meer diversiteit had. Niet dat deze plaat saaier zal zijn, maar ze zal wel meer samenhang hebben.”
Van Thienen: “Voor mij is het zeker wel mogelijk dat we op het einde toch nog over een nummer zeggen ‘we gooien die elektrische gitaar weg en we nemen er een ukelele bij en laten de bas weg’. Zulke dingen liggen nog niet vast, ook omdat dat vorige keer zo goed heeft gewerkt en zo plezant was. Dat heeft ervoor gezorgd dat die EP minder consistent was, en dat is ook tof, maar het is ook tof als je een plaat kan maken die één klank heeft. Maar dan moet die natuurlijk wel goed zijn(lacht). We moeten wel tevreden zijn over de sfeer en dan kan dat wel anders worden dan zo’n EP, dat toch meer een collage is.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + vijftien =