Talulah Gosh :: Was It Just A Dream

“Talulah Gosh was a film star for a day / Talulah Gosh was a top celebrity / You can lie to everyone / But please, please don’t lie to me”. Laten we dan maar meteen open kaart spelen: ofwel ben je gecharmeerd door het aanstekelijk enthousiasme dat achter de kakofonie schuilgaat, ofwel krijg je het zuur van hun zogeheten artificiële kigheid en berekende onschuld. “If anybody needed murdering it’s this lot” schuimbekt recent een recent YouTube criticus. Je kan ze bestempelen als onweerstaanbare cuties of idioten zonder bestaansrecht die aan de hoogste wilgen horen te bengelen, maar ondanks hun korte bestaan laten ze weinigen onberoerd.

Talulah Gosh ontstond quasi ongepland in 1986 toen vijf berooide universiteitsstudenten in Oxford een band opstartten. Met de stereotiepe, maar toen nog onbezoedelde, indielooks (obligate anoraks, cardigans met bolletjespatroon, haarbanden met strik, ruitjeshemden, brillen en zelfbeschilderde roze gitaren) zagen ze er zo aseksueel en sullig uit dat het algauw weer op de grens van hip balanceerde. Hun onschuldige, twee uitstraling sprak vooral schichtige adolescenten en nerveuze giechelaars aan die tijdens hun schoolgaande jaren duidelijk niet in populaire middens rondzwierven. Muzikaal opereerden ze in hetzelfde universum van groepen als The Wedding Present, The Primitives en The Pastels door licht chaotische gitaarnoise en melodieuze pop te fusioneren.

De kern van Talulah Gosh bestond uit de twee frontvrouwen, Amelia Fletcher (Marigold) en Elizabeth Price (Pebbles), die een groot deel van de nummers schreven en inzongen. Die clashende kruisbestuiving tussen de punky gitaren uit de jaren zeventig en de stroopachtige lyrics en melodieën van meisjesgroepen uit de jaren zestig resulteerde in licht subversieve nummers met een wel erg hoog doe-het-zelfgehalte. In die zin kan je ze zelfs een uitbreiding of girly tegenhanger van de punkbeweging noemen, maar in essentie maakten ze simpelweg pure pop: korte, krachtige nummers waarvan de laatste noot weerklinkt nog voor je je neus kan snuiten. Vaak racen ze naar het einde van een song alsof hun leven ervan afhangt zonder al te veel stil te staan bij hun eigen muzikale competentie, imago of hoe ‘goeie muziek’ hoort te klinken. Gedurende een korte periode waren ze de supersterren van de underdogs, gewoon fun en zonder al te veel bestudeerde cool.

Was It Just A Dream levert een postume compilatie af van 29 tracks en bevat elke single, EP, radiosessie, live-opname en demoversie die ze ooit uitbrachten. Om te beginnen zijn er de typische liefdesliedjes vol teen angst en verliefde odes aan je favoriete “Beatnik Boy”. Handjes vasthouden, wandelen in het maanlicht, gigantische hoeveelheden roomijs wegwerken… Het is een schattig aspect van Talulah Gosh dat soms iets te serieus werd opgevat door de snoepjesetende, zeepbellen blazende fans, terwijl het vaak net humoristisch bedoeld was. In nummers als “My Boys Says”’ en “Looking For A Rainbow” doorspekken de cuties de boel met een vrachtlading “sha-la-las” en teksten als “I will be true” of “I’ll love you forever more”. De demo van “Mmm Mmm He’s So Dreamy” mag dan wel klinken alsof ze is opgenomen met een krakende walkman, maar ademt voorts een girlgroupperfectie uit waar Phil Spector jaloers op zou zijn. Ook in het nostalgische “Just A Dream” hangt diezelfde naïeve, weemoedige magie in de lucht: “But I remember days building castles in the air / Night flying kites to the moon / Or was it just a dream”.

Met het vertrek van Elizabeth Price (een reuzefan van The Ronettes) verdwijnt ook de zachtere, poppy kant van Talulah Gosh en treden invloeden als The Buzzcocks en The Ramones meer op de voorgrond. Getuige daarvan zijn snedige punkliedjes als “Way Of The World” en Matthew Fletchers gewelddadige uitbarstingen op de drums (live wilden de cimbalen er wel eens afvliegen). Het catchy “The Girl With The Strawberry Hair”, “Be My Baby” of het woeste “Break Your Face” (“I’m sick and tired of you right now” / “I don’t want to have to break your face”) vormen andere hoogtepunten. Er zijn echter ook tracks die de goodwill van de meest doorwinterde fans op de proef stellen. Bij “Sunny Inside” kom je tijdens het vioolgekras vingers tekort om je oren te stoppen en we kunnen niet ontkennen dat ze nooit echt geleerd hebben hun stem of instrumenten te beheersen. Toch kunnen we het hen bijna vergeven op basis van hun jeugdige uitbundigheid en zwierige gevoel voor chaos. Het is vooral die chaos die er in 1988 voor zorgde dat de stekker er definitief uitging. De onverzoenbare meningsverschillen (elk bandlid wilde een andere richting uit, van hardcore trash tot hip hop) zijn hoorbaar op laatste single en schreeuweriger krijslied “Testcard Girl” dat zodanig ver verwijderd ligt van de oorspronkelijke “ba-pa-pas” dat je sokken ervan afzakken.

Nog steeds zijn er de haters die ze bestempelen als onvolwassen, groteske aandachtshoeren en underachievers die hun incompetentie vermommen als spontaniteit, maar toch moet je enig respect kunnen opbrengen voor de dappere Goshies en hun tijdsgenoten, die met hun ontwapenende, simpele aanpak een inspiratie vormden voor hedendaagse groepen als Camera Obscura, Belle & Sebastian, Dear Nora en talloze anderen. Tijdloos zijn ze allerminst, perfect nog veel minder, maar gedurende twee jaar veroverden ze hun plekje in de muziekgeschiedenis en belichaamden ze de indiescène van eind jaren tachtig. Was It Just A Dream vormt een blij weerzien voor fans van het eerste uur en een mooie kennismaking annex samenvatting voor wie eens graag uitpakt met een minder voor de hand liggende groep.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =