Henry van de Velde. Passie Functie Schoonheid :: Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel

Henry van de Velde wordt door velen beschouwd als een van onze grootste ontwerpers. Vermits er geen echte overzichtswerken van van de Velde bestaan in ons taalgebied, valt het alom toe te juichen dat de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis hem naar aanleiding van zijn 150ste geboortedag eren met een grote overzichtstentoonstelling.

Vermoedelijk had niemand een baanbrekende vormgever vermoed in de jonge Henry, toen hij die derde april 1863 het levenslicht zag als zoon van een apotheker. Van de Velde had duidelijk artistieke aanleg wat bleek uit zijn begin als landschapsschilder. In 1888 ziet van de Velde letterlijk en figuurlijk het licht bij de kunstenaarsbeweging Les XX

Ook hier blinkt de tentoonstelling uit in het aanbrengen van het exacte moment waarop de omslag bij Van de Velde zich voordoet: bij het zien in 1891 van “Un dimanche après-midi à la Grande Jatte” van Seurat bekruipt hem de vloek van het pointillisme en slaat hij een nieuwe richting in, gekenmerkt door zijn geleidelijke overgang naar het ontwerpen onder invloed van de Arts and Crafts-beweging die op dezelfde tentoonstelling vertegenwoordigd was. De tentoonstelling werkt rond de keerpunten zoals wanneer hij via de pointillistische schilder Theo Van Rysselberghe kennismaakt met diens begaafde leerlinge, Maria Sèthe. Liefde op het eerste gezicht en een werking als complement: samen beginnen ze kledij te ontwerpen en ze begeleidt Henry ook tijdens zijn eerste stappen als architect, namelijk bij het ontwerpen van hun villa in Ukkel, het befaamde Bloemenwerf.

In wat op het eerste gezicht een bijzonder compacte ruimte lijkt, slaagt de tentoonstelling er meesterlijk in om aan de hand van negentien goedgekozen stadia het hele artistieke parcours van van de Velde helder en duidelijk uit te leggen. Stadia 5 en 6 verklaren zijn doorbraak in het Wilhelminische Duitsland van de late negentiende eeuw, ook weer via een katalysator: het werken aan een affiche- en designcampagne voor een commercieel product genaamd Tropon, een eiwitsupplement dat in allerlei etenswaren voorkomt, brengt hem in contact met rijke opdrachtgevers en opent deuren.

De tentoonstelling idealiseert van de Velde echter ook niet: het toont zijn afgewezen ontwerp voor het befaamde Théatre des Champs-Elysées te Parijs (uitgebreid getoond met maquettes en kleurtekeningen), maar ook voor de vier woonhuizen die hij tijdens zijn leven voor zichzelf ontworpen heeft (Bloemenwerf te Ukkel uit 1896, Hohe Poppeln te Weimar uit 1908, de Tent te Wassenaar uit 1921 en zijn laatste huis in Tervuren uit 1928). Alle vier de huizen worden met foto’s en maquettes en ontwerptekeningen magistraal naast elkaar gezet.

De mens van de Velde komt door het geheel naar voren: hoe hij wegens verblijf in Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog niet meer welkom was in België maar in 1919 uitweek naar Nederland of hoe hij ondanks tegenkanting de school van Ter Kameren oprichtte. Ook vernieuwend is de aandacht voor zijn laatste periode en voor het schrijven van zijn memoires in Zwitserland.

Er bestaan in ons taalgebied eigenlijk te weinig informatie en naslagwerken over van de Velde. Deze tentoonstelling was dan ook hoognodig en ze brengt wat ze als doelstelling had: het Gesamtkunstwerk van de Velde brengen, tot in het kleinste detail, wetenschappelijk onderbouwd, met als afsluiter een gigantische dinertafel met alle materialen en design door de meester zelf ontworpen. Een aanrader.

Nog tot 12 januari 2014 in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark te Brussel, Jubelpark 10, van Dinsdag tot Zondag telkens van 10 uur tot 17 uur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =