Leffingeleuren 2013 :: Er zijn ergere dingen dan door Seasick Steve bezongen te worden

Leffinge… deelgemeente van Middelkerke, thuisplaats van de ‘Kathedraal van het Noorden’. In de schaduw van deze Onze-Lieve-Vrouwekerk vindt jaarlijks, net als de zomer dreigt te eindigen, LeffingeLeuren plaats.

Vrijdag

Traditioneel is het weer tijdens het Leffingeleurenweekend altijd top, maar wie was het ook alweer die zei dat tradities er waren om doorbroken te worden? De rit naar Leffinge is regenachtig en eens we aankomen, lijkt het daar ter plekke niet veel beter. Het festivalterrein oogt rond 17u. dan ook somber en zo goed als leeg. Onterecht, want Coely begint haar set in de coulissen, met een loepzuivere a capella-versie van “A Woman’s Worth”. Met “All I Do” steekt ze definitief van wal en al is er nog niet veel volk. Wie er is, staat wel te bewegen. Coely is nog maar negengtien, maar ze rapt als een volleerde, en haar zanglijnen zijn er ook niet naast. Coely bracht dit voorjaar haar eerste EP uit, en dat steekt ze niet onder stoelen of banken. “Guess what: I got my own CD!” deelt ze ons opgetogen mee. Ze maakt ook meteen van de gelegenheid gebruik om een aantal exemplaren het publiek in te mikken. Bij “Bump” komt DVTCH Norri$ haar vergezellen en uiteraard moet ook hitje “Ain’t Chasing Pavements” de revue passeren, onder oorverdovend gejuich van de aanwezigen. Mogen we spreken van een Vlaamse Lauryn Hill? Daar is het misschien nog wat vroeg voor, maar de 19-jarige Congolese Antwerpse is wel verdomd goed bezig.

De Waalse jongens van Girls In Hawaii zijn een bende apart. Ze bestempelen zichzelf als ‘indie’, maar eigenlijk zijn ze moeilijk in een vakje te proppen. Nu eens is het met “Sun Of The Sons” 60’s surf, dan weer hedendaagse elektropop in de vorm van “Organeum”, dat meer dan eens aan Coldplay doet denken, maar steeds blijft de Brusselse groep trouw aan zijn eigen herkenbare en warme sound. De heren staan relaxed op het podium en dat maakt, vooral in het begin van de set, het contrast met de explosieve Coely groot. Bindteksten zijn hier uit den boze. Het gaat om de muziek. Na een paar nummers komt het aanstekelijke “I’m Not Dead” aan bod en meteen zit heel de tent in de juiste de gemoedelijke sfeer die de Hawaiiaanse Walen scheppen.

Daan vangt zijn set aan met een kleine tien minuutjes vertraging. De klank is van de eerste noot echter zo perfect dat we hem dat wel moeten vergeven. Deze set staat vanaf moment één als een huis. “Exes” volgt meteen op opener “Irrelevant” en is zo mogelijk nog bombastischer. De muzikanten zijn goedgeluimd en strak als ze immer, en Daan maakt een heldere, enthousiaste indruk. Hij is duidelijk in zijn element tijdens “La Crise”, en nog steeds de showman van weleer tijdens “Housewife”. Nieuw werk en klassiekers wisselen elkaar net op de goeie momenten af en Daan toont dat hij zich ook de nieuwe wending die zijn laatste plaat Le Franc Belge is, prima van zijn taak kwijt. Topact.

Laten we al vrij vroeg een feestje bouwen, moeten de organisatoren van Leffingeleuren gedacht hebben toen ze beslisten om niet één maar twee DJ-sets te programmeren. Squarepusher bijt rond 23 uur de spits af en laat er geen gras over groeien; meteen vliegen de loodzware beats ons om de oren, vergezeld van een perfect synchroon lichtspel voor hem, achter hem én op ‘s mans hoofd in de vorm van een helm die rechtstreeks uit de privécollectie van Daft Punk zou kunnen komen. Al vrij vroeg in zijn set moet “Unreal Square” er aan geloven. Vette sounds? Absoluut. Onversneden breakbeats? Dat ook. Helaas laat Jenkinson zich bij momenten tot zoveel effectjes en spielerei dat het verwarrend wordt. Het is dan ook geen wonder dat de overgrote massa staat te kijken en het dansen aan een kleine minderheid laat. Het mag dan allemaal wel lekker klinken, na enkele nummers hebben we het toch gehad en daar kan zelfs een ijzersterk monochroom lichtspel geen verandering in brengen.

Tiga begint aan zijn set, zomaar, zonder aankondiging en een paar minuten te vroeg. Het publiek heeft altijd gelijk, wordt wel eens gezegd. Tiga heeft niet lang nodig. bij pakweg het tweede nummer heeft hij al een groot deel van de tent op zijn hand. Zijn set is ritmisch een stuk toegankelijker dan die van Squarepusher en dat vertaalt zich in een paar duizend man die ritmisch op en neer bewegen. Dat blijft behoorlijk indrukwekkend om te zien. Dat wordt fuiven tot laat in de nacht.

Zondag

De Leffingeleuren zondag is steevast het moment voor het alternatievere genre. Ook dit jaar is dat absoluut weer het geval met Dez Mona die plechtig het lintje doorknipt. Ook de zon is fan, want het weer is gevoelig beter dan op vrijdag. De groep gaat stevig van start met “Soon” en het duurt geen tien seconden voor frontman Gregory Frateur heen en weer begint te springen op het podium. Zijn hoekige maar aanstekelijke danspasjes zijn een perfecte vertaling van de muziek.

Af en toe klinkt de band poppy, zoals in “Suspicion”, dat al op redelijk wat airplay kon rekenen, maar nooit zonder de obligatoire hoek eraf. Dez Mona is sterk en strak, ook als er vierstemmig gezongen wordt. Het publiek is opvallend stil, het applaus oprecht na het breekbare “Time To Cherish”. De set bouwt explosief op naar een erg overtuigend “Raining Children” en sluit af met het atypische jazzwalsje “Get Out Of Here”. Omdat het publiek zo enthousiast klapt (en waarschijnlijk ook een beetje omdat ze wat vroegtijdig gestopt waren) keert het gezelschap nog terug voor “Lack Of Love”, een gloednieuwe rokerige barballade waarin Frateurs stem prachtig naar voor komt. Een droom van een opener.

Moeilijk om zo’n band op te volgen en die taak weggelegd voor meester-liedjesschrijver Johannes Sigmond en zijn gevolg. Blaudzun heeft tijdens de eerste nummers echter te kampen met een niet al te best geluid, dat gelukkig in schril contrast staat tot de kwaliteit van de muziek en de positieve energie die de band uitstraalt. Opener “How Many Lovers” kan op een niet onaardig applaus rekenen, maar pas bij het opzwepende countrynummer “Who Took The Wheel” staat dit optreden op de rails.

Sigmond heeft een ongelofelijk charisma en als de band plots stilvalt om hem en zijn gitaar alleen over te laten, blijft hij overtuigen. Leffinge is de juiste plaats voor nieuw werk, zo besluit de man. Hij trakteert ons op het nog ongekende maar daarom niet minder mooie “Watch your mouth”. Een sterke band achter je hebben is één ding. Als singer-songwriter nummers schrijven die al die uitstekende muzikanten ook echt tot hun recht laten komen, is nog net iets anders. Afsluiter is zijn misschien wel bekendste nummer “Elephants”.

Als er één naam is op de affiche waar zowat iedereen naar uit gekeken moet hebben, dan is het Trixie Whitley wel, die opkomt in kimono. Ze had het koud, zo blijkt. Na het een energiek “Never Enough” stijgt de temperatuur op de bühne en ervoor aanzienlijk en moet haar oosterse look er aan geloven. Met een beklijvend “Breathe You In My Dreams” wordt het verbazend stil.

Whitley heeft een dubbele reputatie. Ze blijkt dan wel garant te staan voor 24 karaats muzikaal goud, er wordt haar ook wel eens slordigheid aangewreven, en dat is hier niet anders. Tijdens “I”d Rather Go Blind” valt er al eens een vals akkoord en niet alles is altijd even afgewerkt. Stubru-favoriet “Need Your Love” is dan wel weer foutloos. Trixie Whitley is een ruwe diamant die hier en daar al wat blinkt en als er effectief nog veel meer inzit dan dat, dan staat ons nog iets te wachten.

Arno is niet alleen kind aan huis op Leffingeleuren (dit jaar is zijn zesde passage), het festivalterrein ligt ook zowat in zijn achtertuin. De charmezanger is al een tijdje een karikatuur van zichzelf, en alle nummers, van “Hoedje Van Papier” tot “Je Veux Nager” klinken eigenlijk hetzelfde: een keistrakke band speelt een soort electro/punkrock begeleiding, Hintjes zingt er flarden van zijn tekst over, gelukkig bijgestaan door een publiek dat blijkbaar nog altijd niet genoeg van hem krijgt. “Putain Putain” wordt door alle aanwezigen zo hard meegebruld dat de dB-meter voor de eerste keer dit weekend een stuk boven de 100 stijgt. Poppenkast of niet? Geen idee, maar het publiek lust er wel pap van, en zolang de formule scoort mag men daar niet over mopperen. Hintjes gaat de nacht in met “Bathroom Singer” en was hij de Rattenvanger van Hamelen, dan waren we nu heel de tent kwijt.

Van het circus van Arno gaat het naar erg basic. Seasick Steve is pure essentie. Tijdens zijn eerste concerten in België kwam hij niet zelden het podium op met enkel een sigarenkistje met een snaar of drie. De tijden zijn veranderd. Mister Seasick laat zich al even vergezellen door een drummer en deze keer heeft hij ook een batterij aan gitaren en zowaar een gigantische backdrop bij. Zou de man op zijn gezegende leeftijd nog ten prooi gevallen zijn aan de commerce? Blijkt van niet. Al meteen krijgen we wat we van hem gewoon zijn: straffe blues.

Het opgetogen “Say It To my Face” swingt van jewelste en de tent hangt aan zijn lippen als hij één van zijn straffe verhalen afsteekt. Nog zo’n vast element in een set van Seasick Steve is het moment waarbij hij een vrouw uit het publiek plukt, haar vlak voor hem op een stoel neerpoot en haar bezingt met de gevleugelde woorden: “My name is Steve, and I’m your walking man…” Er zijn ergere dingen dan door Seasick Steve bezongen worden. Seasick Steve relativeert zijn eigen succes nog: “We are the no hit wonder”, maar het mag niet baten. Eenieder aanwezig op Leffingeleuren is in de ban van deze nog steeds geniaal eenvoudige man en simpelweg geniale bluesmuzikant.

Leffingeleuren 2013 was alweer een erg geslaagde editie. Het publiek ging van luid naar luider wat alleen maar kan betekenen dat het zich amuseerden. Leffingeleuren moet het volgend jaar met een stuk minder subsidies doen, en dat is jammer. Maar volgend jaar, halfweg september is het weer van dat. En als VZW De Zwerver ook deze keer weer de reputatie hoog houdt, zou het wel eens de moeite waard kunnen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + twaalf =