PUKKELPOP 2013: Johnny Marr :: Marquee, Donderdag, 15 augustus

Dat hij Smiths-nummers zou spelen, was geen groot geheim. Zelfs de Belgische Staatsveiligheid had kunnen achterhalen dat Johnny Marr dat al deed op elk concert van deze tournee, van Manchester tot Osaka. Dat het vier robuuste uitroeptekens van uitzonderlijke klasse zouden worden was misschien wel verhoopt, maar toch minder verwacht.

Er vallen immers op voorhand wel wat kanttekeningen te maken bij het optreden van Marr op Pukkelpop. Niet omwille van zijn geroemd gitaarspel, daar valt niet over te discussiëren. Onlangs werd hij bijvoorbeeld nog gelauwerd als Godlike Genius op de laatste NME Awards. Vraag was of hij, na talloze omzwervingen bij bands als The The, Electronic en Talking Heads, het ook als frontman zou kunnen. Zoals Morrissey solo je al te vaak deed verlangen naar een fikse scheut Marr, zo zouden we ook wel eens kunnen hopen op betere zanglijnen. Dat achteraf zelfs overtuigde Morrissey-haters ons kwamen zeggen hoe ze genoten hadden van het concert zegt echter genoeg.

Donderdagavond blijkt de Marquee alvast aardig volgelopen voor Marr. Althans, als we het erover eens geraken dat een halfvolle tent beschouwd kan worden als aardig. En dat we het niet moeten vergelijken met uit de hand gelopen trouwfeesten aan de Main Stage. We tellen ook zeker vier ietwat verkleurde Smiths-T-shirts, en op de voorste rijen worden notoire Smiths-fans als Luc De Vos, Stijn Meuris en Iwein Segers gespot. Een verdwaalde idioot met een paar bollen te veel achter de kiezen blijkt zich weliswaar vergist te hebben en kiest na twee nummers dan ook al huppelend het hazenpad richting Boiler Room. Kunnen we het toch weer over muziek hebben. Opluchting alom.

Met een witte bloem in de mond én eentje op zijn hagelwitte Fender Jaguar geklemd komt Marr — scherper en vitaler dan Morrissey de laatste jaren — met gevoel voor dramatiek en liefde voor zijn oude groep The Smiths het podium van de Marquee opgewandeld. In de hoogdagen van die groep belandden er wel eens wat gladiolen op het podium. Deze keer wordt er simpelweg en met bravoure afgetrapt met “The Right Thing Right”, openingsnummer van zijn lauw onthaalde soloplaat. Zelf vinden we “The Messenger” en “Upstarts” nog steeds jammerlijk miskende singles, en zouden het in een andere wereld zomerhits op MNM blijken.

De vijf nummers die uit The Messenger geplukt worden, bewijzen nogmaals dat Marr een song kan schrijven, dat hij een briljant gitarist is en dat hij best wel kan zingen. Het werkt het best bij het stampvoetende “Upstarts”, het schiet een beetje de verkeerde kant uit tijdens “Word Starts Attack”. De vuisten gaan vooral de lucht in en sommige hoofden kijken nog wat nostalgischer omlaag bij de vier uitstekend gekozen Smithssongs.

Het vroege “Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before” (beter zou een gitaar niet meer klinken tijdens deze driedaagse) krijgt een enthousiast herkenningsapplaus van zeker vijf mensen, en “Bigmouth Strikes Again” klinkt nog even kwaad als toen-weet-u-wel. “How Soon Is Now?” en vooral een glorieus “There Is A Light That Never Goes Out” zorgen daarna voor een knockout zonder weerga. Johnny Fucking Marr (u kon het T-shirt ter plekke kopen, maar koos massaal voor iets van een rapper) speelt de Smiths-klassieker met gevoel, dolt even met het publiek, geeft hen de nodige ruimte om er een intiem karaokemoment van te maken en houdt op het eind van het nummer de Fender als een glunderende gladiator boven het hoofd. Mooi, het bleek achteraf gelukkig niet alleen een woord om naar dat andere memorabele concert (van The xx) te refereren.

Het was een concert waarna je – het licht was wel degelijk aan het uitgaan – eventjes wou verdwijnen, in een hoekje kruipen om iets van The Smiths te neuriën. Opgaan in de Pukkelpopmassa bleek echter het hoogst haalbare, en een wandeling en luttele minuten later werden we al opgeslorpt door de donkere kracht van Nine Inch Nails.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 5 =