Ben Folds Five :: Live

Met het risico als oude zak afgeschreven te worden, willen we er toch even op wijzen: vroeger waren liveplaten heel vaak artistieke statements, een momentopname in de evolutie van een band of een artiest. Niets daarvan hier. Jammer genoeg is Live, een verslag van de reünietoernee van het Ben Folds Five-trio, zo’n stoplap tussen twee studioplaten in die de fans weer ettelijke euro’s lichter maakt en in se weinig nieuws of essentieels te bieden heeft.

De comebackplaat van Ben Folds Five die vorig jaar uitkwam, The Sound Of The Life Of The Mind, was al geen hoogvlieger en motiveerde ons vooral om nog eens met veel genoegen naar het oudere werk terug te grijpen. Het helpt dan ook niet dat dit album hier met vier nummers (over)vertegenwoordigd is. Daarnaast heeft Ben Folds ook de vreemde beslissing genomen om niet één concert, maar de beste opnames van verschillende avonden op één schijfje te gooien. Niet dat het opvalt, maar wij hadden graag gewoon de sfeer van één speciale avond opgesnoven, met de eventuele bijbehorende, charmante imperfecties.

Je kan ook nauwelijks beweren dat Ben Folds erg creatief is geweest in het bedenken van live-arrangementen of oude nummers een nieuwe draai geven. Zo speelt “Erase Me” leentjebuur bij The Beatles in de strofes en heeft het een godsonmogelijk irritant refrein met Ben Folds in falset. Op die laatste plaat was het al een sof en live is dat het nog stééds. “Brick”, met de naar de keel grijpende tekst over een trip naar de abortuskliniek met zijn vriendin, mag dan wel het emotionele hoogtepunt van het album zijn — het is en blijft een onverwoestbaar straf nummer — veel nieuws of bijzonders voegt deze versie niet aan het origineel toe.

De zeldzame keren dat Ben Folds Five dan toch afwijkt van de albumversie, zoals op ”Narcolepsy” bijvoorbeeld, gaat het de mist in: halverwege begint de band erop los te improviseren, het nummer verliest zijn spanningsboog en verzuipt naar een waterig graf met een kakofonisch einde. Bovendien is 15 nummers Ben Folds ook iets te veel van het goede; de aandacht verslapt naar het einde toe met een zwaktebod als “Tom And Mary” en komt pas weer tot leven bij “One Angry Dwarf And Two Hundred Solemn Faces”. De titel is beter dan de dansbare meezinger die erachter schuil gaat.

Natuurlijk is het leuk om te horen hoe het publiek opleeft bij de eerste noten van “Jackson Cannery”, of hoe Ben Folds, als hij erg in een nummer opgaat, als een bezetene op zijn piano ramt, of hoe goed er wordt gespeeld in “Uncle Walter” waarbij de melodieën over elkaar tuimelen en waaruit blijkt dat Ben Folds Five als trio perfect op elkaar ingespeeld is. Ben Folds op zijn best, niemand die daar niet vrolijk van wordt. En toch: als we, in tijden van crisis, ons zuurverdiende geld aan een livealbum gaan uitgeven, dan verwachten we wel iets meer dan vakkundig en enthousiast gebrachte klonen van de albumversies.

We zouden kunnen zeggen: dit is een album voor de fans, en dat zou niet gelogen zijn. Maar misschien wordt het tijd voor een statement, misschien moeten we zeggen: dit is een album voor niemand — ook niet voor de fans. Kortom: het is genoeg geweest met die marktverzadiging en nodeloze geldklopperij. Laat u niet bedotten, maak een vuist in uw plaatselijke cd-winkel — het risico op een GAS-boete moet u er dan maar bij nemen — en koop dergelijke halfbakken, zelfgenoegzame tussendoortjes niet. Vive la résistance!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + 15 =