The Leisure Society :: Alone Aboard The Ark

Er zijn zo van die platen die alleen in een bepaald seizoen tot hun recht komen, en de nieuwe van The Leisure Society heeft duidelijk tot doel de komende zomer van een soundtrack te voorzien. Maar mag het soms iets meer zijn, jongens?

Na jaren aanmodderen in allerlei obscure groepjes, vormde Nick Hemming in 2005 met Christian Hardy The Leisure Society. Ze grossieren in songs met breed uitwaaierende arrangementen en al snel volgden vergelijkingen met Grizzly Bear en Fleet Foxes. Nu, acht jaar later, heeft de band zijn derde plaat uit, opgenomen in de Konk studio’s van Ray Davies. Die laatste is een grote fan en programmeerde de groep al op zijn Meltdown festival, en voor een sunny afternoon, daar is deze derde worp ongetwijfeld goed voor geschikt.

Alone Aboard The Ark opent sterk met “Another Sunday Psalm” dat met een krachtige pianoaanslag alle ramen opengooit, waarna een perfecte popsong zich ontrolt. De mondharmonica die na een tijdje opduikt, geeft het nummer nog wat extra levenskracht. Zelfs de meest zwartgallige persoon zal een glimlach niet kunnen onderdrukken. Ook “Fight For Everyone”, waarvoor Nick Hemming zijn inspiratie haalde bij de Olympische Spelen van vorig jaar, is ongegeneerd uitbundig met zijn blazers en bijbehorend rondhotsend ritme: niet meer uit het hoofd te krijgen en meefluitbaar tot de laatste noot. Dit zijn het soort onbezorgde zomerse nummers waarvoor een groep als The Leisure Society bestaat.

The Leisure Society blijft echter geen volledige plaat boeien met dit soort lichtvoetige maar oh zo verslavende popsongs. Waar de eerder genoemde nummers, hoewel ook niet echt uitblinkend in originaliteit, zich ongenadig in het hoofd van de luisteraar nestelen, is dit bij de rest van het album veel minder het geval. De groep probeert met strijkers, openbarstende (vrouwen)koren, opzwepende trompetten en een rondfladderende dwarsfluit de aandacht wel bij zich te houden, maar slaagt hier op songs als “The Sober Scent Of Paper” of “One Man And His Fug” niet in. Ze zijn te slepend of bevatten te zelden verslavende hooks om potten te breken. Daarbij zit er te weinig variatie in de kleurloze nummers. De banaliteit gluurt te veel om de hoek en de nummers worden onderling inwisselbaar. Alleen “Everyone Understands”, dat zijn springerig ritme bij de titelsong van Come On! Feel The Illinoise van Sufjan Stevens haalt, is opzwepend genoeg om de oren wat meer te doen spitsen.

Alone Aboard The Ark bevat echter ook enkele nummers waar The Leisure Society het over een andere boeg gooit en wat variatie in zijn weelderig gearrangeerde folkpop probeert te brengen. “A Softer Voice Takes Longer Hearing” bijvoorbeeld ( pluim voor de titel trouwens), dat met zijn melancholische toon meer bij hun winterse debuut The Sleeper aanleunt. Door zijn schuifelende kalme ritme, gevoelige pianoaanslagen en een prachtig opstijgend refrein behoort dit nummer zeker tot de categorie Betere Popsong. Andere nummers als “Life Is A Cabriolet” en “We Go Together” tonen met een nachtelijke trompet — waarvoor Chet Baker goedkeurend zou fluiten — en hun jazzy ritme, een andere kant van de groep waar zeker toekomst in zit.

Alone Aboard The Ark heeft dus zeker een aantal knappe, goed gearrangeerde nummers te bieden waarop het fijn op meefluiten is. Origineel is het echter allemaal niet en te veel songs missen een eigen gezicht om te blijven hangen. Je kan The Leisure Society anderzijds wel niet verwijten geen poging te doen het verzuurde mensenras weer tot lachen aan te sporen, en voor uw zomerse barbecue is deze plaat zeker uiterst geschikt. Fans van dartelende en druk gearrangeerde folkpop zullen hun hart hier dus wel kunnen ophalen, maar voor ieder ander zijn er betere platen te vinden in dit stilaan verzadigde genre.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + zes =