Sound City

De filmindustrie is niet aan zijn eerste compleet idioot idee ten onder gegaan. Maar het uitgangspunt van de documentaire Sound City heeft vermoedelijk meer dan een bedenkelijke frons veroorzaakt. Dit is namelijk een prent over een mengtafel.

Nerds zijn er in alle maten en gewichten, maar de meest fascinerende soort is zonder twijfel de categorie van de muziek- en geluidsnerd. Deze levensvorm kan, zeker wanneer het een fanatiek exemplaar betreft, urenlang doorbomen over kabeltjes, pedalen en welke band wanneer een zanglijn in een toilet opgenomen heeft. En daar vermoedelijk bij vermelden wie datzelfde toilet al eens opzocht voor een ander soort lijn, dan wel er over het porselein gebogen heeft gezeten. Wetenswaardigheden waarvoor de meeste stervelingen verveeld de schouders ophalen, inderdaad.

Er zijn echter enkelingen die zo vol vuur en vlam staan dat ze buitenstaanders moeiteloos in hun enthousiasme weten mee te slepen. En zelfs zover krijgen dat ze naar een film over een mengtafel kijken.
Dat de enthousiasteling in kwestie Dave Grohl heet en dat de tafel waarvan sprake gebruikt is om flink wat klassiekers van de laatste decennia af te mixen, doet natuurlijk hier en daar een oor spitsen.

Net zoals Dave Grohl bij aanvang van Sound City toegeeft hoe hij niet onder de indruk was wanneer hij voor het eerst een voet over de drempel van de gelijknamige opnamestudio zette, zo moet je als kijker in deze prent getrokken worden. Ook hierbij helpt hetzelfde dat Grohl over de streep trok: de muur met gouden platen die hij te zien kreeg bij het binnenwandelen van Sound City. Niet veel later zou de plaat die Grohl er opneemt eveneens aan de muur prijken.

Voor je het weet, ben je net zo gefascineerd door Sound City en zijn opnameapparatuur. Nochtans is daar op zich niet veel reden toe: de studio is een veredeld krot (“Je kan er in een hoek pissen en niemand zou het merken”, is een veelzeggende en veelgeciteerde quote uit de film) met een mengtafel die zo gedateerd is als wat (al kostte ze wel drie keer zoveel als de gezinswoning die de studio-eigenaar tegelijk kocht).

Toch bleek dat voldoende om de geschiedenis te schrijven die Grohl naar boven gespit heeft. After the Gold Rush van Neil Young, de titelloze van Fleetwood Mac, Nirvana’s Nevermind en een vrachtwagenlading hair metal: ze hebben allemaal het licht gezien in dat halve krot in Hollywood.

Met de komst van de digitale opnametechnieken, waarmee je, zelfs zonder al te veel kennis ter zake, thuis een plaat in elkaar kan draaien, brokkelt het belang van traditionele opnamestudio’s af, zeker van de studio’s die met haken en ogen aan elkaar hangen. Enter Dave Grohl, die in een moeite Sound City van de ondergang redt met de mengtafel én bekend volk optrommelt om niet alleen de loftrompet van het stuk seventiestechnologie af te steken, maar om er ook nieuwe muziek mee op te nemen.

Daarmee is Sound City niet de traditionele documentaire rockfilm geworden waarin de checklist der rock-’n-rollclichés afgewerkt wordt, maar een boeiende kijkervaring die heel uiteenlopende artiesten — Rick Springfield én Masters of Reality in dezelfde prent? Ja hoor! — op zeer natuurlijke wijze de revue laat passeren. Door zelf aan het musiceren te slaan, stapt Grohl uit zijn narratieve rol en krijgt de film een extra dimensie. Over de kwaliteit van de songs die dat oplevert, kan gediscussieerd worden, maar de film die ze mee gestalte geven, heeft er in ieder geval niet onder te lijden. Sound City is een mooi document waarbij de studio en zijn mengtafel als mooie metafoor voor de muziekindustrie als geheel dienst doen. Een must see voor wie de laatste decennia ook maar een beetje interesse vertoonde in gitaarmuziek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − zes =