I Am X :: The Unified Field

Het is natuurlijk te begrijpen. Ook Chris Corner wordt al een dagje ouder, en dan gaan de stormen wat liggen. Dan ga je niet meer elke nacht loos in een of andere hippe discotheek om overdag beukende elektrorock te maken; je wordt rijper, en je wil antwoorden: een Unified Field dat alles verklaart. Maar moet dat verdorie met zo’n lamme plaat?

Zou het dan toch geen goed idee geweest zijn om voor één keer een beetje controle los te laten, en ook — slik! — andere mensen in de studio toe te laten? Was hij afgelopen zomer nochtans nog enthousiast over, die Corner. “Eenmaal ik de drempel om ruw materiaal en demo’s aan andere professionals te laten horen over was, werd het al snel één grote plezante familie met een gemeenschappelijk doel”, schreef hij toen op zijn blog. Het heeft helaas niet geholpen.

De beste songs op The Unified Field dragen immers nog altijd het exclusieve “Voices, guitars, synthesizers, programming, blabla: Chris Corner”. Laat hem het maar alleen doen, want dan komt hij met zijn beste melodieën af, zoals die voor de titelsong, die in het refrein heerlijk echoënd uitwaaiert, of het klaaglijke “Sorrow” dat een Oosters aandoende klank meekrijgt.

Toegegeven: op “I Come With Knives” — een opener die de deur met overtuiging inbeukt — en het kille “The Adrenalin Room” tolereert de kleine zanger nog wel een drummer en het kinderrijmpje van Janine Gezang. De aanvankelijke productierol van Jim Abbiss (Arctic Monkeys, Adele en vroeger Sneaker Pimps) is echter gereduceerd tot “inspirational production advice”. Het stuur delen blijft iets moeilijks voor Corner, maar het werkt dan ook het beste als hij alleen mag, zo blijkt.

Met ander volk over de vloer om xylofoon, blokfluit (zijn oude Sneaker Pimpskompaan Liam Howe) en diverse belletjes te bespelen, vergeet Corner op de rest van zijn vierde plaat immers om pakkende songs te schrijven. “Quiet The Mind” is nog een vergeefbaar slepertje, maar als “Under Atomic Skies” daarna al even klaaglijk en vervelend klinkt, dan zakt The Unified Field al snel in om niet meer te herstellen.

Ook tekstueel is Corner her en der ver de weg kwijt. Zoekend is hij altijd, en dat gebeurt met een fascinatie voor wetenschap die zich doorheen het album ontplooit. Maar wat daar het cliché ‘misbruikte kind wordt hoer’-verhaal van “Screams” tussen komt doen, is niet zo duidelijk. Erger nog: de tekst is van zo’n tenenkrullend niveau (“Skin soaked in the chlorine and the cocaine (…) Wake up, Daddy’s Little Girl”) dat het de mooie zanglijn zelfs onderuit haalt.

Het is bijna jammer dat in een song als “Come Home” niet meer werk kroop, want net als op het elegische “Land Of Broken Promises” versmelten die talloze klassieke instrumenten moeiteloos met de elektronische kant van de muziek. Het organische geluid dat Corner op deze plaat nastreefde, vond hij dus. Dat is alvast een opluchting, want de zanger zwoer nooit meer een plaat alleen te maken. Dat mag hij. Zolang hij de songs maar vooraf alleen schrijft. Want soms is het zo plezant onder vrienden, dat je vergeet je huiswerk te maken. En ga dat maar uitleggen aan de meester dan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + acht =