Helmut Lotti :: 8 maart 2013, De Roma

Dus hier leidde de ontluizingsperiode van de afgelopen jaren naartoe. Missie geslaagd, na een première die geen minuut minder dan veelbelovend en in het laatste halfuur zelfs imposant was.

Helmut Lotti goes niet langer classic of latino, maar gewoon his own way sinds Jelle Van Riet de architect van zijn creatieve ambities is. Stef Kamil Carlens was de vroedvrouw bij zijn debuutplaat — vanaf nu noemen we Mijn Hart En Mijn Lijf zo. Die verraadt dat dat de juiste keuze is, maar mist nog overtuiging en naturel. Het is een overgangsplaat die dus zowel belofte als marge uitschreeuwt, maar muzikaal een in onze moederstaal onontgonnen gebied van rock en blues aanboort. Soms nog wat stroef, veelal tekstueel, maar live ontbolsteren de nummers zich zoals verhoopt tot vurige vossen die de passie preken.

Veel krediet gaat daarvoor uit naar de waarlijk uitstekende band die Lotti verzameld heeft: Bjorn Eriksson voert aan, Bert Huysentruyt (onder andere Gorki) en Nicolas Rombouts (Dez Mona) vormen een strakke ritmesectie, en Geert Hellings en Wim De Busser geven met banjo, gitaar en toetsen extra accenten en vaak diepgang aan de nummers die live aan dynamiek en diepgang winnen. De grondig op elkaar ingespeelde band speelt een hele set lang feilloos.

Dat die radicale, maar geleidelijk aangebrachte koerswijziging niet zonder risico is, is al gauw aan het publiek te merken. Opvallend veel afgevaardigden van de derde leeftijd lijken voor een (tiri)tombola-avond gekomen te zijn, gestoffeerd met pakweg “La donna è mobile” in plaats van de pompende bluesrock van “Angst”. Tegelijkertijd zitten er door het muzikale ensemble van Lotti ook enkele hipsters in de zaal. Een zeldzaam bont allegaartje, waarvan de ver uiteenlopende verschillen door een soms verrassende setlist nog weggegomd zullen worden ook. Al wordt er halverwege de set vanuit het midden van de zaal een looprek richting uitgang geduwd, dat dan weer wel.

Dat het Lotti (en Van Riet) menens is om serieus genomen te worden in het juiste culturele spectrum, is ook te merken aan het originele, sterke podiumconcept dat door Abattoir Fermé uitgedacht werd. De band speelt in een huiskamer die de leden betreden langs een deur en door de spleten van de muur valt het licht naar binnen, iets wat zijn effect niet mist.

Lotti’s beste nummer, “Je Lijf Is Als Een Vuur”, fungeert als exorcisme van zijn zenuwen, waarbij de band meteen alle herinneringen aan de variétéfiguur van weleer de zaal uitblaast. Lotti zelf haalt al snel de entertainer in zich naar boven met moves die naargelang de avond vordert steeds meer flirten met aanstekelijke en goed gemikte zelfironie. “Roofdier” (live heerlijk naar een haast demonische climax opbouwend) en vooral “Tegenstrijd” beklemtonen in de prille set dat dit een nieuw begin en overgangsfase tegelijk is, met iets te voorgeprogrammeerde bindteksten. De wisselvalligheid van de plaat lijkt zich ook live te herhalen.

Bij de eerste verrassende cover van de avond, Dean Martin’s “Gentle On My Mind”, begint alles op zijn plaats te vallen. Lotti zingt met een uitstekende falsetstem en laat meteen het grote contrast met zijn vorige ik horen: werden voorheen alle songs uit eender welk genre in zijn bewerkingen uitgevlakt voor het grote publiek, dan diept hij nu met medewerking van zijn band de originele nummers uit. Wanneer Lotti nadien zijn gitaar omgordt voor een heerlijk bluesy, stampend “Als Jij Er Niet Bent”, wordt het vuur aan de lont gestoken. Er zal een uur lang niet meer onder een ontzettend hoge muzikale lat gespeeld worden. Hierdoor werken de op plaat wat oppervlakkige momenten als “Veel Te Doen” live wel als peper in de set.

Lotti voelt zich uitstekend in zijn sas en schuwt de moedige, persoonlijke momenten niet, zoals wanneer hij de mea culpa voor zijn dochter “Voed Mij Op” aankondigt met “een nummer over moeilijke dingen in het leven waar mensen helaas geen diploma voor nodig hebben”, maar komt ook gevat uit de hoek wanneer hij een mooie cover van Lennons “Woman” opdraagt aan “my own personal Yoko”. “Kom Terug”, Lotti’s mooiste nummer geschreven door Van Riet voor haar overleden moeder, voelt al als een klassieker aan.

Meer dan degelijk allemaal, tot de band helemaal op stoom komt met een Queens Of The Stone Age-achtige coda van “Angst” en bovenal een waanzinnig verschroeiende versie van de traditional “God’s Gonna Cut You Down”, waarin elke denkbare angel opgezocht wordt. Zelfs Grindermans “No Pussy Blues” had hierna perfect in de set gepast. De triomf wordt compleet wanneer Lotti een nummer vanuit zijn eerste Nederlandstalige periode, het door Hugo Matthyssen (!) geschreven “Ik Wist Niet Waar Ik Het Had”, feilloos dit nieuwe pak aandoet en de band tussen de vlijmscherpe blues van “Mijn Hart & Mijn Lijf” plots op disco overschakelt, inclusief discobol en Saturday Night Fever moves van Lotti, en weer terug. Een hoger muzikaal niveau wordt op geen enkele Vlaamse tournee gehaald deze lente.

Dit is geen opgestoken middelvinger meer naar de boekskes of Lotti’s vorige muzikale leven, dit is een regelrechte aanval op het muzikale hokjesdenken waar Vlaanderen nog steeds moeilijk vanaf geraakt. Laat u verrassen. De titel van comeback van het jaar is voor Bowie, in onze contreien gaat die van metamorfose en verrassing van het jaar naar Helmut Lotti.

Helmut Lotti is nog tot 8 juni op tournee. Concertdata: http://www.helmutlotti.be.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − drie =