“The Boy In The Bubble” :: Hoe Paul Simon zichzelf en zijn schrijfproces heruitvond

Graceland mag Paul Simon dan wereldpopulair hebben gemaakt (afgelopen jaar nog herdacht met een luxueuze box-heruitgave van het album en een rist Graceland-reünieconcerten, inclusief één in Vorst Nationaal), toch liggen de kiemen van dit album in het zowel artistiek als commercieel geflopte Hearts And Bones uit 1983. Graceland was een tegenreactie op dat album en stond aan de wieg van een voor Paul Simon geheel nieuw schrijfproces dat zijn werk nog jaren nadien zou blijven beïnvloeden.

“Maybe I think too much for my own good/Some people say so/Other people say no no/The fact is you don’t think as much as you could”

Toen Hearts And Bones in 1983 verscheen, ging het Paul Simon al een tijdje niet voor de wind. Zijn eerste zelfgeschreven film en bijbehorende soundtrack One Trick Pony waren geen succes (ondanks de hit “Late In The Evening”), hij had een bijzonder moeizame relatie met de manisch-depressieve actrice Carrie Fischer en hij kampte met een knoert van een writer’s block. Hearts And Bones kwam daarom met horten en stoten tot stand en werd één van Simons meest introverte albums.

Oorspronkelijk werd Hearts And Bones aangekondigd als de comeback van Simon & Garfunkel: het zou hun eerste plaat worden sinds Bridge Over Troubled Water uit 1970. Think Too Much, de veelzeggende werktitel van Hearts And Bones, zou namelijk in het kielzog van een Simon & Garfunkel-reünietournee verschijnen. Zowel de repetities voor de concerten als de opnames verliepen echter bijzonder gespannen en het werd Simon duidelijk dat hij een probleem had: “Deze nieuwe liedjes gaan teveel over mijn eigen leven om ze door iemand anders te laten zingen” zei hij daarover achteraf. Hearts And Bones verscheen uiteindelijk met enige vertraging in 1983 zonder de opnames met Art Garfunkel.

Het introspectieve openingsnummer “Allergies” dekt eigenlijk al onmiddellijk de lading: “Allergies, melodies/Allergies to dust and grain/Maladies, remedies/Still these allergies remain”. Het nummer kwam als eerste tot stand na enig aandringen van zijn therapeut en beschrijft de totale inertie van een writer’s block: “My hands can’t touch a guitar string”. Liedjes schrijven komt als thema ook terug in het metareflexieve “Song About The Moon” waarin ongeïnspireerde schrijvers aangespoord worden met “Hey songwriter, if you want to write a song about a face/Think about a photograph/That you really can’t remember but you can’t erase”: dit allesbehalve opbeurende advies zegt iets over het bloedende hart waar Paul Simon zelf zijn inspiratie vandaan haalde.

“Everybody loves the sound of a train in the distance/Everybody thinks it’s true”

De mooiste liedjes van Hearts And Bones gaan dan ook over mislukte liefdes. “Train In The Distance” beschrijft een relatie die passioneel begint en vervolgens tragisch uit elkaar valt. Aan het eind, zoals een koor in Griekse tragedies, stelt Paul Simon zichzelf en ons de vraag: “What is the point of this story?/What information pertains?/The thought that life could be better/Is woven indelibly into our hearts and our brains”. Ook titelnummer “Hearts And Bones” gaat over de onwil om een getroebleerde relatie op te geven. “One and one-half wandering Jews” gaan samen op reis door de woestijn van New Mexico, ze trouwen en branden elkaar op tot het koppel in de brug van het lied vaststelt dat ze uit elkaar gegroeid zijn. Dat het toch niet volledig kapot gaat, suggereert de laatste zin: “You take two bodies and you twirl them into one/Their hearts and their bones/They won’t come undone”. Is het de herinnering aan de liefde die voorgoed blijft of is het de mens zelf, de eigenheid van het individu die standhoudt?

Net zoals de twee hoofdpersonages van het van blauwe maneschijn en doo-wop doorregen “Rene And Georgette Magritte With Their Dog After The War” in “the cabinet cold of their hearts” oude doo-wop groepen stiekem blijven koesteren, zo gaat Paul Simon doorheen Hearts And Bones op zoek naar de essentie van zichzelf en van wat het betekent om mens te zijn. Dat dit soms tot banale, ironische vergelijkingen tussen auto’s en mensen leidt in “Cars Are Cars”, moet je er als luisteraar dan maar bijnemen. Simons gevoel voor ironie blijkt ook uit niemendalletje “Think Too Much (a)” en zijn trage, sfeervolle tegenhanger “Think Too Much (b)” die natuurlijk onderling net bewijzen wat het probleem is: Hearts And Bones is een bijzonder navelstaarderig album, een verslag van oeverloos, neurotisch getob.

Dat Hearts And Bones niet Simons meest coherente album is, hoor je in de gedateerd klinkende jaren tachtig-productie van “When Numbers Get Serious” of “Allergies”, in het grote contrast tussen het door vroege rock-‘n-roll getinte “Song About The Moon” en de nog steeds prachtige outro van Philip Glass in “The Late Great Johnny Ace”. Wegens de insulaire aard van het album was Hearts And Bones niet toegankelijk voor het grote publiek, er stonden geen hits op, en Simon zelf liet het album na een korte tour voor wat het was. Hearts And Bones is tot op de dag van vandaag misschien wel zijn meest schromelijk onderschatte werkstuk. Voor zijn volgende album zou Simon niet alleen zijn schrijfproces veranderen maar zou hij ook de muren doorbreken die hij zelf had opgetrokken.

“A man walks down the street/He says why am I soft in the middle now”

Een jaar later, in 1984, besluit Paul Simon dat het helemaal in de soep gelopen is: hij scheidt van Carrie Fischer en beëindigt diep ontevreden zijn solotoernee van Hearts And Bones (het hielp ook niet dat het een commerciële flop was). Niet zozeer de liedjes zijn het probleem, het is de productie van de tracks die hem stoort. Eigenzinnig als hij is, besluit hij het moeizame schrijfproces van Hearts And Bones om te gooien. Voor zijn volgende plaat gaat hij eerst de backing tracks maken, om daarna een liedje erover heen te schrijven, onder het motto: een liedje kan je altijd weggooien, aan de tracks zit je vast.

Het begint allemaal in de zomer van 1984 met het cassettebandje Gumboots: Accordion Jive Hits Volume II waarop niets dan ‘town-ship jive’ staat, straatmuziek uit Soweto, Zuid-Afrika. Omdat hij zo weg is van de muziek, besluit Simon vervolgens om zijn nieuwe album in Zuid-Afrika op te nemen. Bij één van de nummers van het cassettebandje, dat voor Graceland opnieuw opgenomen wordt, schrijft hij een nieuw liedje, “Gumboots”, de naam van het muziekgenre dat mijnwerkers in Zuid-Afrika graag hoorden.

Graceland staat dan ook bol van de (Zuid-)Afrikaanse muziek. Die is nog het sterkst hoorbaar op “Homeless”, een a-capellanummer waarin de zware stemmen van Ladysmith Black Mambazo als dikke mist over een maanverlicht meer hangen: “Many dead, tonight it could be you”. “The Boy In The Bubble”, met zijn kritiek op de consumptiemaatschappij en kapitalisme (“A loose affiliation of millionairs and billionairs”), tot op de dag van vandaag nog steeds relevant, komt dan weer tot stand op basis van improvisaties met Tao Ea Matsekha, een groep uit Lesotho, Zuid-Afrika. Dat Simon zijn nieuwe schrijfmethode erg ter harte neemt, bewijst ook dat hij een lied had geschreven dat op die track paste, maar waar hij dusdanig ontevreden over was dat het lied geschrapt werd. De track zelf bleef echter zoals die was, Simon schreef een nieuw lied en “The Boy In The Bubble” was geboren.

Het was niet de eerste keer dat Paul Simon zich aan wereldmuziek waagde, maar het was wel de eerste keer dat hij een volledig album met grotendeels Zuid-Afrikaanse muzikanten inspeelde. Zoals op de documentaire uit de Graceland-boxset Under African Skies blijkt, was het een op zijn zachtst gezegd controversiële beslissing. Door met zwarte muzikanten samen te spelen en een interculturele dialoog aan te gaan, maakte Paul Simon natuurlijk net een punt tégen apartheid. Paul Simon wou vooral de vrolijkheid en de levensvreugde (die er ook was) vatten en zijn eigen hartzeer vergeten, net zoals de man uit “You Can Call Me Al” die compulsief te veel nadenkt en uiteindelijk zijn redding vindt in een vreemde cultuur.

“This is the story of how we begin to remember/This is the powerful pulsing of love in the veins”

Het bloedstollende “Under African Skies”, een duet tussen Simon en countrylegende Linda Ronstadt, is niet alleen een beschrijving van wat Simon op zijn reizen in Zuid-Afrika zag, het is ook een eerbetoon aan het voorbijgaan van de tijd en het terugvinden van inspiratie: “This is the story of how we begin to remember/This is the powerful pulsing of love in the veins/After the dream of falling and calling your name out/These are the roots of rhythm/And the roots of rhythm remain”. Met andere woorden: de liefde en hartzeer zijn van voorbijgaande aard, maar de muziek blijft als een hartslag kloppen, iets wat hij zelf na zijn scheiding van op de eerste rij ervoer.

Op Graceland, Paul Simons meest extraverte album tot dan toe, passeren opnieuw relaties en de mislukkingen van de liefde de revue, zij het in een genuanceerder daglicht dan op Hearts And Bones, waar relatieproblematiek als een zwaard van Damocles over de vertellers hing. Op Graceland gaat het er gelukkig anders aan toe, zijn de vertellers gedreven door het besef dat alles vergankelijk is en daar vinden ze ook berusting in. Het is “the myth of fingerprints” uit de afsluiter “All Around The World”, het is het besef van de beperkingen van het menselijke bestaan in het door de felle Gaza Sisters gekleurde “I Know What I Know”: “We come and we go/That’s a thing that I keep/In the back of my head”.

Ook pijn en hartzeer zijn vergankelijk, zoals in het titelnummer. Paul Simon heeft “Graceland” vaak één van zijn allerbeste songs genoemd en je kan begrijpen waarom. Het lied klinkt weids als een uitgestrekt landschap met gitaarlicks van Ray Phiri helder als sprankelend zonlicht op een ochtendbeekje. Bovendien bevat het enkele van zijn meest poëtische beelden (of wat dacht u anders van: “Losing love is like a window in your heart/Everybody sees you’re blown apart”?) en heeft het een meanderende, weemoedige melodie die haaks staat op de gedreven drums. In het begin gaat het op het eerste gezicht over een Elvis-bedevaart naar Graceland in Memphis, Tennessee. Naarmate het lied verder gaat, wordt “Graceland” ongrijpbaarder: “I’ve a reason to believe/We all will be received in Graceland”. “Graceland” is de horizon aan het eind van de “walking blues” voor mensen zonder diamanten aan hun schoenen. “Graceland” is de trein in de verte die we allemaal horen, datgene wat we als ideaal voor ogen houden, maar dat net door de tragische aard van het menselijke bestaan nooit (helemaal) wordt vervuld.

Nostalgie en verloren gegane glorie, sowieso een prominent thema in het oeuvre van Paul Simon, was op Hearts And Bones nog iets om in te zwelgen. Op Graceland gaat het er heel anders aan toe: met het opzwepende, van accordeon doordrenkte “That was your mother” zitten we midden in Lafayette, Louisiana waar een vader aan zijn zoon over zijn glorieuze jeugd vertelt. Het hele lied is een luchthartige aanvaarding van voorbije zorgeloze jeugdjaren en heeft in hetzelfde bed als “Late In The Evening” geslapen. Het is opnieuw een goed voorbeeld van hoe Paul Simon op Graceland een optimistischere draai aan de dingen die voorbij gaan heeft gegeven.

“A man walks down the street/…He looks around, around”

Graceland was niet alleen een culturele revolutie, het is voor Paul Simon ook een persoonlijke revolutie geweest. Het werd het eerste album van een reeks waarin Paul Simon eerst de tracks opnam, om daarna pas een lied te schrijven dat erop paste. Tijdens het maken van Graceland keek Paul Simon naar de problematiek van een raciaal verdeeld Zuid-Afrika, van armoede en onrecht en relativeert in die context zijn persoonlijke euvels. Zo verandert hij, net als de man die in “You Can Call Me Al” vol zelfbeklag door de straten wandelt, een man vast in de “bubble” van zijn eigen mislukkingen, in een man die naar de wereld om zich heen kijkt. Misschien is net dát in de context van het verdere oeuvre van Paul Simon wel de allerbelangrijkste revolutie geweest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − twee =