Monsieur Lazhar

Er zijn veel dingen waar Hollywood goed in is (komedies over pratende teddyberen, de wereld opblazen, dat soort dingen), maar vraag ze om de dagelijkse realiteit in beeld te brengen en je merkt al snel dat ze met een probleem zitten. Hollywood en het echte leven: een ideale combinatie is het niet. Eén van de (sub)genres waaraan je dat duidelijk merkt, is de Leerkrachtenfilm. In de handen van mainstream Amerikaanse cinema worden verhalen die zich afspelen in scholen al snel in een voorspelbare formule gewrongen: onconventionele leerkracht gaat aan het werk in een probleemschool en voor je weet zijn alle leerlingen daar lieverdjes geworden die oude vrouwtjes helpen bij het oversteken en ondertussen nog een sonnet van Shakespeare voordragen. Dangerous Minds. Lean on Me. Freedom Writers. Het lijstje is eindeloos. Wil je meer realistische scholen zien, dan moet je het elders gaan zoeken – de Franse documentaire Etre et Avoir, om maar iets te zeggen. Of het weinig geziene Canadese pareltje A l’ouest de Pluto. Opeens zie je leerkrachten en leerlingen die reële relaties met elkaar hebben, die praten zoals ze dat zouden doen in een echte school. Alsof de houterige marionetten uit de Amerikaanse producties zich geeuwend uitrekken en tot leven komen. Het Oscargenomineerde Monsieur Lazhar is zo’n film.

Het verhaal speelt zich af in een lagere school in Québec. Om redenen die nooit definitief worden verklaard, pleegt één van de leerkrachten zelfmoord in haar eigen klaslokaal. Haar lichaam wordt gevonden door haar elfjarige leerling Simon (Emilien Néron), en ook zijn beste vriendinnetje Alice (een schitterende Sophie Nélisse) slaagt erin om een kijkje te nemen voordat ze door de rest van het schoolpersoneel wordt weggeleid. Kort na de tragedie dient Bachir Lazhar (Fellag) zich aan als vervangleraar: een milde man van Algerijnse afkomst, met duidelijk verouderde ideeën over onderwijs. Ook hij worstelt met een aantal demonen, en tijdens de volgende maanden helpen leraar en klas elkaar om hun trauma’s onder ogen te komen.

Wat ongelooflijk melig klinkt en had kunnen zijn, als regisseur/scenarist Philippe Falardeau de voor de hand liggende route had gekozen en er een plotgedreven melodrama van had gemaakt. In plaats daarvan structureert hij zijn verhaal volledig rond zijn personages: elke scène in Monsieur Lazhar is gemotiveerd vanuit hun karakter en volledig consequent met wie deze mensen zijn. Er gebeurt niets in de film dat er alleen maar wordt bij gesleurd om een plot te dienen, wat de prent de smaak van het echte leven meegeeft. De personages geven niet meteen al hun geheimen prijs, hun relaties met elkaar zijn complex en hun daden volstrekt logisch gezien de premisse van de film. Anderzijds is Monsieur Lazhar ook duidelijk geen tranche de vie in de stijl van de gebroeders Dardenne. Falardeau heeft een compacte film gemaakt, die geen tijd verliest (geen vijf minuten durende shots van het hoofdpersonage dat over straat loopt, dankjewel) en ook visueel hanteert hij een heldere, eenvoudige, maar effectieve beeldtaal. Geen prestigeshots, geen artistiekerig gezwier met de camera, maar een glasheldere filmgrammatica, die zichzelf volledig ten dienste stelt van het verhaal en de setting.

Die bescheidenheid is op zich al verfrissend, maar gaat bovendien samen met een goed uitgebalanceerd scenario, dat een aantal verschillende thema’s aanhaalt, zonder hoogdravend of zwaarmoedig over te komen. Ondanks het sombere uitgangspunt – een zelfmoord en hoe zowel kinderen als volwassenen daarmee omgaan – bewaart Falardeau een lichte toets. Er is ruimte voor humor en bovenal veel menselijkheid, waar heel wat filmmakers de gelegenheid zouden hebben aangegrepen voor een uitgebreid jankfestijn (eens mens vraagt zich af wat pakweg een Iñárittu met dit verhaal zou hebben gedaan).

Centraal staat een regel tekst van de (overigens nogal sullige) leerkracht lichamelijke opvoeding, over de politieke correctheid die de school heeft overgenomen: “Ik moet kinderen leren om over een bok te springen, maar ik mag ze niet aanraken, want dan kan ik aangeklaagd worden. Je moet kinderen tegenwoordig behandelen als nucleair afval.” Die opmerking zet zich door op een mentaal niveau: Lazhar mag zijn leerlingen niet fysiek aanraken, maar hij mag ook niet praten over de zelfmoord van zijn voorgangster (een psycholoog komt dat doen, terwijl hij buiten moet wachten). Nochtans merkt hij dat de leerlingen daar behoefte aan hebben. Van de ouders van één van zijn kinderen krijgt hij de opmerking dat hij enkel mag lesgeven, “en niet opvoeden”, want dat is hun taak. Op die manier wordt een leerkracht een persoon die op de één of andere manier kennis moet overbrengen, zonder zijn leerlingen te raken – fysiek niet, maar ook emotioneel en mentaal niet. Terwijl dat net de kern van onderwijzen is – een kern die overigens twee richtingen opgaat: de leerlingen raken ook aan hun leerkracht.

Dat alles zit dus vervat in een ongeforceerd, humanistisch drama, dat bovendien profiteert van uitzonderlijke vertolkingen. Fellag begon zijn carrière in Algerije als standup-comedian, tot hij grappen begon te maken over de verkeerde mensen. In zijn vertolking hier vertoont hij nergens het ego van iemand die het gewend is om alleen in de spotlight te staan. Het is een milde, volstrekt naturalistische prestatie, die enorm veel affectie voor het personage toont. Emilien Néron en Sophie Nélisse zijn eveneens opmerkelijk als de twee kinderen die het lichaam van de leerkracht zien, en daar op heel verschillende manieren op reageren. Vooral Nélisse is een revelatie, met een natuurlijke rol die een oude ziel suggereert.

Monsier Lazhar is een kleine film, die heel goed weet welk verhaal hij wil vertellen en hoe hij dat moet doen. Zonder poespas, zonder franje, maar met enorm veel menselijkheid. Een mini-meesterwerkje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − twee =