Gary Smulyan :: Smul’s Paradise

Baritonsaxofonist Gary Smulyan is in deze contreien niet zo bekend, maar ’s mans cv oogt ronduit indrukwekkend. Bovendien stond hij in de eindejaarslijstjes (van lezers én critici) van het gezaghebbende jazzmagazine Downbeat al verschillende keren op het hoogste schavot. Op Smul’s Paradise gaat de immer rusteloze muzikant voor het eerst het gezelschap van een orgeltrio opzoeken. De resultaten zijn voorspelbaar goed.

Smulyan kan niet bepaald gerekend worden tot de experimentele vleugel: hij bouwt eerder verder op de verwezenlijkingen van klassieke voorgangers als Pepper Adams, Serge Chaloff en Cecil Payne. Anderzijds kan je hem ook niet van luiheid beschuldigen, want hij is een van de sterkhouders die de traditie levend houden en dat doen met onaflatende creativiteit en overtuigingskracht. Smulyan is een muzikant die steeds op zoek is naar nieuwe uitdagingen, iets dat hem altijd al gekenmerkt heeft. Zo was hij aanvankelijk te horen in de context van grotere orkesten — hij maakte z’n entree als baritonsaxofonist bij Woody Herman’s Thundering Herds in de late jaren zeventig (naast o.m. Joe Lovano) en zou jarenlang een centrale figuur binnen het Vanguard Jazz Orchestra zijn –, maar ligt zijn hart naar eigen zeggen binnen de kleinere, bopgeoriënteerde bezettingen.

Een orgeltrio of -kwartet wordt doorgaans gedomineerd door een gitarist of tenorsaxofonist, omdat zo’n orgel al baspartijen voorziet die een baritonsax ‘overbodig’ maken. Smul’s Paradise laat echter horen dat het jammer is dat deze combinatie niet vaker voorkomt, want het samenspel met organist Mike LeDonne, gitarist Peter Bernstein en drummer Kenny Washington loopt van een leien dakje: swingend en groovend in de beste souljazztraditie en virtuoos zonder het patserige van James Carters orgeltrio. Smulyan beschikt over een fabuleuze techniek (en een klank die rechtstreeks verwijst naar baritonicoon Harry Carney), maar die staat nergens de groepsinteractie en bruisende swing in de weg.

Opener “Sunny” werd al tientallen keren opgenomen, vooral in de jaren zestig en zeventig, door o.m. Frank Sinatra, Marvin Gaye, Johnny Rivers (nog steeds onze favoriet) en Boney M., maar krijgt hier een vieve walsuitvoering die het thema compleet binnenstebuiten keert en voorziet van een enorme stuwing, tot het stuk via een wat merkwaardige fade-out aan z’n einde komt. Daarna blinkt het album vooral uit in veelzijdigheid. Rhoda Scotts “Pistaccio” zoekt het bij een exotische latinsfeer die flirt met de grenzen van de kitsch, terwijl de titeltrack uitblinkt in kwieke bop die met vanzelfsprekend gemak gespeeld wordt. Afsluiter “Heavenly Hours” slaagt erin om Miles Davis’ “Seven Steps To Heaven” aan Arlen & Mercers “My Shining Hour” te koppelen. Het resultaat is een explosief brokje turbojazz dat de plaat op adembenemende wijze afsluit.

Daartussen zitten er ook nog een paar hommages aan de onderschatte (zijn ze dat niet allemaal, die culthelden?) jazzorganist Don Patterson. Diens “Up In Betty’s Room” is hier een brokje sensueel heupwiegende jazz dat zelfs de ledematen van de hardnekkigste zoutpilaar meteen in beweging brengt, terwijl ballade “Aires”, die wat aan “Let’s Get Lost” herinnert, met een lichtdimmer geleverd wordt. Smulyans eigen “Blues For D.P.” laat ten slotte horen dat hij net zo goed gezien kan worden als een schakel in een traditie van saxofonisten die begon bij Coleman Hawkins, al is de kronkelende gitaarpartij van Bernstein minstens even geslaagd.

Binnen de vrije improvisatie heeft de baritonsax zich al lang weten te bevrijden van de traditionele rol in grotere orkesten. Binnen de klassieke jazz is dat nog niet zozeer het geval, maar een figuur als Smulyan bewijst dat het ook binnen deze kwartetcontext een ongemeen hard swingend instrument kan zijn. Hij beschikt dan ook over een souplesse die zelfs de meeste altsaxofonisten groen doet uitslaan van jaloezie. Verplichte kost voor souljazz- en baritonfreaks.

Smulyan speelt nog een aantal concerten met SaxConnection (met saxofonisten Dick Oatts en John Snauwaert, bassist Bart De Nolf en drummer Bruno Castellucci) in België: o.m. op 10/11 in de Lokerse Jazzclub, op 11/11 in CC De Muze (Heusden-Zolder) en op 18/11 in de Archiduc (Brussel).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 5 =