BRNS :: ”De droomproducer voor onze volgende plaat? Marco Borsato”

Afgaande op het mistroostige artwork van hun minidebuut Wounded, moet het leven wel echt geen pretje zijn voor de heavy pop-adepten van het Brusselse BRNS. Niets van dit alles. Goedlachs maar gedreven en met een onwrikbare focus gaan ze op hun wel afgemeten doel af: het eigen geluid verder uitpuren. Om uiteindelijk met het ultieme eerste volwaardige album voor de dag te komen. Ze hebben er zelfs hun job voor opgegeven.

De bijnaam van BRNS-zanger/drummer Timothée Philippe is “Tim Clijsters”. Een knipoog naar het Belgische tennisicoon Kim, en nu allemaal tegelijk, Clijsters. Niet omdat er enige fysieke gelijkenis zou zijn.Les gars sympas houden gewoon van tennis (of dat hebben ze ons toch proberen wijs te maken). En omdat Timothée tijdens concerten behoorlijk hard in het rond moet meppen om boven het wervelende groepsgewoel uit te komen. Wie het multi-instrumentale kwartet al eens live aan het werk zag, weet waar we het over hebben. Een concert van BRNS (Brains met een klinkerfobie) heeft vaak iets weg van een opzwepende evangelische misviering. Een pompend gospelspektakel met vooraan een bezwete, zwaarlijvige missionaris die verloren zieltjes tracht te winnen. De eerste tonen zijn vaak bestemd voor een handvol bedwelmde die-hard fans en een paar opgeschrikte passanten. Tegen het einde van de bezwerende gig wordt het moeilijk om in de volgelopen zaal nog een glimp van de bandleden op te vangen.

enola: Hoe belangrijk is die ongewilde single “Mexico” voor jullie bescheiden doorbraak?
Timothée Philippe (drums/zang): “”Mexico” was de eerste persoonlijketrack die we met BRNS hebben geschreven. We speelden daarvoor in verschillende bands en brachten meer poppy, radiovriendelijke nummers.”
Leyder: “Het echte belang van “Mexico”? Het is ons meest catchy nummer dat ons airplay en visibiliteit heeft bezorgd.”
Philippe: “”Mexico” is nooit een doelbewuste single geweest. Het stond op het 3-track album BRNS dat we in maart 2011 hebben uitgebracht. Met 3 compleet verschillende nummers. We waren zelfs een beetje verrast dat de media net dat nummer eruit hebben gelicht als potentiële fictieve single. En het heeft ons geen windeieren gelegd want als je wilt doorbreken in Frankrijk dan heb je een duidelijk herkenbare tube nodig, die gemakkelijk te pluggen is naar de radiostations. Het is ook een dankbare en herkenbare teaser om het publiek naar onze concerten te lokken en kennis te laten maken met onze eigenzinnige, exploderende en misschien net iets meer experimentele set. En daar is het ons om te doen.”

enola: Trouwens, wat hebben jullie met Mexico? Uit het tekstfragment “I’ve never been in Mexico!” kunnen we alvast afleiden dat jullie er in ieder geval nog niet geweest zijn.
Leyder: “Helemaal juist (algemeen gelach). We zijn er nog niet geweest. Da’s net als in het nummer “Mexico” van An Pierlé. Ze zingt ‘A better place than Mexico is hard to be found’ maar ze heeft het land zelf ook nog nooit bezocht. Voor zover ik weet toch niet.”
Philippe: “Als we een song componeren, staat de zang nooit volledig apart. We beschouwen het als een extra instrument of arrangement. Niet meer en niet minder. We vertrekken dus nooit van een tekst op zich. ‘I’ve never been in Mexico’ floepte er opeens uit en dan hebben we er achteraf een verhaal rond verzonnen. Over een man, verloren in een koude woestenij, op zoek naar een beetje warmte. Dat is ook het onderliggende thema van de bijhorende videoclip.”

enola: In die clip zie je vriend en acteur Réal Selliez naakt rondlopen in een eerder traditioneel Ardeens dorpje. Hoe hebben jullie dat voor mekaar gekregen zonder de gebruikelijke pek-en-veren behandeling? Het dorp laten evacueren?
Philippe: “We zijn gewoon heel discreet geweest (algemeen gelach). De opnames in de dorpstraatjes werden erg vroeg ingepland. Maar op het platteland staan de mensen blijkbaar een pak vroeger op dan in de stad. Een kleine vergissing waardoor we toch meer toeschouwers hadden dan verwacht.”
Leyder: “Réal had een klein vijgeblad voor zijn spel maar dat zie je niet in de clip.”
enola: De onderhuidse spanning, de suggestieve setting en het hoofdpersonage dat als aangeschoten wild wordt opgejaagd: de film Calvaire van regisseur Fabrice Du Welz uit 2004 is nooit ver weg.
Philippe:Spot on. De film werd trouwens in dezelfde streek gedraaid en heeft ons wel degelijk geïnspireerd.”
Antoine Meersseman (toetsen/bas/percussie/zang): “De eindscène van Calvaire waarin je het personage, bedekt met bloed, door de sneeuw ziet rennen, was wel degelijk een referentie voor ons. We wilden in de clip dezelfde glaciale sfeer oproepen.”

enola: Bestaat er zoiets als een (Franstalige) Brusselse muziekscène met bands als Montevideo, Great Mountain Fire en waar jullie dus ook deel van uitmaken? En gaat die breder dan enkel muziek met bijvoorbeeld vertakkingen in de kunstwereld? Zo hebben jullie samengewerkt met kunstenaar Carl Roosens, die instond voor het hoesontwerp?
Meersseman: “Er is wel degelijk een Brusselse scène. De basis wordt gevormd door Ghinzu met daarnaast groepen als Les Vismets, Montevideo en Great Mountain Fire. De bandleden kennen mekaar en dat resulteert af en toe ook in muzikale samenwerkingen. Wij hebben daarentegen een compleet andere achtergrond en horen niet echt bij het selecte groepje. Met die gasten van Great Mountain Fire hebben we nog samen op school gezeten maar daar houdt het dan ook op. Neen, we hebben dus helemaal niet het gevoel tot een bepaalde kliek te behoren. Je moet je trouwens ook niet te veel voorstellen. Het gaat eerder om gefragmenteerde, kleine underground gerichte entiteiten die hun eigen ding doen en niet echt bewust op zoek zijn naar cross-disciplinaire interacties.”

Philippe: “Carl is eigenlijk, net als wij zelf, een outsider. We hebben op onze eigen manier aan de weg getimmerd. We zijn gewoon beginnen op te treden zonder enige connecties met andere bands. Maar we zijn wel geboren en getogen ketjes.”

enola: Tim en Antoine, BRNS is destijds opgestart met als doel muziek te kunnen maken die meer aan jullie persoonlijke smaak beantwoordde. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Philippe: “We speelden vroeger in diverse groepjes waarvoor we zelf geen muziek schreven en eerder de rol hadden van backing band. Erg frustrerend voor ons. Net op het moment dat we gestart zijn met zelf te componeren, werden we toevallig bedolven onder nieuwe muzikale invloeden met bands als Do Make Say Think, That Fucking Tank, Menomena, Battles, Le Loup.”
Meersseman: “We luisterden naar diverse math punk rock bands met een muzikaal discours dat we niet direkt konden vatten. Maar het heeft ons wel de ogen geopend.”

enola: In recencies duiken steevast dezelfde namen op: Le Loup, 31 Knots, Animal Collective, Dodos, Foals, Menomena en, met stip op nummer 1, WULYF natuurlijk. Begint dat niet stilletjes aan een beetje op de zenuwen te werken of zijn het nog steeds eerder complimentjes?
Leyder: “Het is nog steeds flatterend.”
Philippe: “Uitgezonderd WULYF dan misschien. Veel mensen vergelijken ons met hen. Al was het maar omdat we ongeveer gelijktijdig op de proppen zijn gekomen. En er zijn natuurlijk de overduidelijke overeenkomsten zoals de brede, uitgesponnen keyboardpartijen, krachtige drums en het typische ambient -aandoende gitaarwerk.”
Leyder: “Ik heb inderdaad wel ergens een reverb-knopje staan (algemeen gelach).”
Philippe: “Feit is dat we die groep helemaal niet kenden op het moment dat we begonnen zijn met nummers te schrijven.”

enola: Vanwaar de keuze voor een mini-album met “slechts” 7 nummers? Was het een kwestie van snel een staalkaartje af te leveren?
Meersseman: “Het zijn de 7 nummers die naar ons aanvoelen perfect afgewerkt waren op het moment van de keuze. Een EP-tje met een selectie eruit, vonden we net iets te min. En voor een volledig album was het nog te vroeg. Er is nog werk aan de winkel wat het geluid van de band en de songs op zich betreft. We zijn nog steeds zoekende. Wat je op Wounded te horen krijgt, is nog niet BRNS Grand Cru.”
Leyder: “Klaar of niet, we hadden wel het gevoel dat we iets moesten uitbrengen. Al is het inderdaad misschien maar een visitekaartje naar de platenfirma’s en organisatoren.”

enola: Het album werd uitgebracht op het eigen Louis Records-label. We hebben er even naar gegoogled en niets gevonden. Vanwaar die low profile aanpak ?
Philippe: “Inderdaad gedwongen low profile omdat we momenteel geen tijd hebben om het label te promoten. Maar het paste gewoon in onze strategie om over alle deelaspecten de totale controle te behouden: label, management, … whatever. Om er zeker van te zijn dat we baas blijven over de muziek die we willen uitbrengen.”
Leyder: “Het stelt ons in staat eigengereide keuzes te maken. Zoals bijvoorbeeld het artwork van de cd. Ik kan me best voorstellen dat bepaalde platenfirma’s hun veto zouden stellen.”

enola: Gaan jullie ermee akkoord als we stellen BRNS in eerst instantie een live-band is en dat Wounded net niet die live-dynamiek kan oproepen?
Leyder: “Er is inderdaad nog werk aan de winkel. En dat is ook een van de redenen waarom we een mini-album hebben opgenomen en nog even willen wachten met de release van een eerste volwaardige cd. Het mag inderdaad allemaal iets dynamischer en krachtiger klinken. Wat niet wegneemt dat we erg tevreden zijn met het resultaat op Wounded.”

enola: Timothée, kunnen of mogen we jou gerust de frontman noemen? Je verzorgt de leadzang en als drummer speel je een erg belangrijke rol. En creatief houd je blijkbaar ook strak de touwtjes in de hand. Zo sta je bij de Mexico-clip duidelijk vermeld als bedenker van het originele idee en art director. Of ligt dit wat gevoelig binnen de groep?
Leyder: “Opgepast,hé…”
Philippe: “Antoine en ik vormen de creatieve spil van de groep als het op het schrijven van de nummers aankomt. Wij leggen de basis en Diego (Leyder) en César (Laloux (toetsen/percussie)) spelen achteraf hun partijen in. Live zingen we met vier en zijn we tot het volgende compromis gekomen: hij die het minst hard kan zingen, mag het meeste aan bod komen en dus de leadzang voor zijn rekening nemen. En dat ben ik dan toevallig. Neen, effe serieus, ik beschouw mezelf niet als de frontman. BRNS is een viermansformatie. Punt.”

enola: Stel dat er een producer moet, of beter, mag gekozen worden voor het eerste full album: hebben jullie een wish list bij de hand?
Leyder: “Oei, moeilijke vraag. Kan jij ons iemand aanbevelen?”
Meersseman: “Ik ga voor Marco Borsato.”
Leyder: “Een naam die vaak circuleert is Steve Albini. Maar hij is misschien net iets te veel het vleesgeworden cliché als meest gevraagde droomproducer. Albini is een beetje een gimmick op zich geworden.”

enola: En hoe moet het nu verder, jongens? Eind oktober vangen jullie aan met een kleine tournee in Frankrijk. Et après? World Domination?
Leyder: “Oeps, big question.”
Philippe: “Het zal een combinatie worden van toeren en werken aan nieuw materiaal. We hebben net onze job opgegeven om ons volledig op het BRNS-verhaal te kunnen storten. Zonder ons echter onder druk te zetten. Ook niet wat de releasedatum voor het eerste full album betreft.”

Concerten BRNS: 14 november STUK Leuven, 15 november Balzaal De Vooruit Gent, 1 december AB Brussel, 2 december Cactus Muziekcentrum Brugge en 14 december Glimps Festival Gent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 1 =