Lee Konitz :: 26 september 2012, Muziekcentrum De Bijloke

Vorige maand speelde Konitz nog een paar uitverkochte en goed onthaalde concerten in de New Yorkse Blue Note club met de band Enfants Terribles (met daarin zwaargewichten als Bill Frisell, Gary Peacock en Joey Baron), maar in Gent treedt de kranige 84-jarige opnieuw aan met de jonge begeleidingsband die hem in 2010 nog vergezelde in Brugge. Het was afwachten of ze ook nu zo’n goede indruk zouden maken.

Een paar factoren leken aanvankelijk weinig goeds te beloven. Zo wilde de saxofonist zoals gewoonlijk volledig akoestisch spelen. Geen evidentie in zo’n ruime zaal, en vermoedelijk ging er hier en daar wat finesse verloren voor degenen die plaatsgenomen hadden op de achterste rijen, maar wie vooraan zat, kreeg een luxe huiskamerconcert gepresenteerd. Het was oren spitsen, omdat het zo al geen concert van het grote gebaar of de volumineuze overrompeling was, maar de gewijde stilte en de enthousiaste reacties spraken boekdelen. Ondanks z’n guitig belegen mopjes dwong de legende vooral respect af.

Ziv Ravitz, reguliere drummer van dit New Quartet, was er deze keer ook niet bij, maar geen mens die het zou wagen om te klagen over vervanger Dan Weiss. Die leek meteen z’n plaats gevonden te hebben en slaagde er net iets meer dan zijn voorganger in om buiten de lijntjes te kleuren. Daarbij liet hij de snare drum vaak links liggen, om aan de slag te gaan met de blote hand, brushes of door het subtiel bespelen van cimbalen en randen. Zijn ervaring als tablaspeler was bij momenteel zeker een extra troef, die het concert een beetje exotiek gaf.

Pianist Florian Weber en bassist Jeff Denson waren dan weer hun betrouwbare zelve: doorgaans mooi functioneel meespelend, al liet Weber het initiatief vooral over aan Konitz, om er vervolgens op in te pikken. In een paar stukken zorgde dat voor een wat vlakke dynamiek, waarbij de al meanderende stijl van Konitz wat weinig weerwerk kreeg en de easy listening soms binnen bereik lag. Het trucje met de strijkstok van Denson leek soms ook meer een obligaat nummertje dan een cruciale bijdrage aan het concert.

Suggereren dat het concert niet meer was dan op automatische stand spelen, zou echter een foute interpretatie zijn. Konitz beperkt zich al jaren hoofdzakelijk tot standards, en ook nu was dat niet anders, maar dan gebeurt dat wel op een manier die zo vanzelfsprekend is dat je de kleine gebreken zo over het hoofd ziet. Ondanks een zijdezachte klank leek hij een beetje de scherpte van twee jaar gelden te missen, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door een vrij vloeiende, haast associatieve speelstijl, die nog altijd doordrongen is van de inventiviteit waar hij naam en faam op bouwde.

Bij Konitz geen hyperenergiek machtsvertoon, maar eindeloos variërende melodieën die uit een onuitputtelijke bron blijven stromen. Of het nu ging om “Solar” en “I’ll Remember April” (eerste set) of “All The Things You Are” en “Body And Soul” (tweede set): de stukken werden met gortdroog aplomb gebracht. Die tweede set wist ook beter de aandacht vast te houden dan de ongelijke eerste en werd afgesloten met een sterk “Play, Fiddle, Play”, waarin een flard van Konitz’ klassieker “Kary’s Trance” verwerkt zat. Afsluiten gebeurde met een fluks swingend “Cherokee”, een van de weinige momenten waarin de temperatuur echt omhoog ging.

Dat Konitz weinig verrast, hoeft geen probleem te zijn. Zijn gemoedelijke aanpak draagt nog steeds volop de sporen van de legendarische creativiteit die hij in een carrière van vijfenzestig (!) jaar tentoonspreidde, en de organisatoren hadden dan ook gelijk toen ze zich sterk maakten een belangrijk stuk jazzgeschiedenis in huis gehaald te hebben. Dat er op de eerste rijen, die vooral gevuld werden door tieners die al dan niet verplicht werden om het concert bij te wonen in kader van de les muziek, geen kik gegeven werd, was misschien wel het ultieme compliment. Petje af voor Mr. Lee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie − drie =