Beak :: >>

Bij het verschijnen van Beaks> eerste worp vroeg het verzamelde journaille Geoff Barrow naar de zin van een groter dan-teken achter de groepsnaam te plaatsen. “Omdat we beter zijn dan Led Zeppelin”, klonk het. Die tongue in cheek-repliek verwoordt drie jaar later ook de speelsheid en zelfvertrouwen die op tweedeling >> te horen zijn.

Dat Barrow, bassist Billy Fuller en gitarist/keyboardist Matt Williams zichzelf trouwens niet altijd au sérieux nemen bleek destijds ook uit hun doortocht in de AB-Club. En dat is ook logisch want het drietal speelt Sauerkraut-muziek. Voor wie nu de wenkbrauwen fronst: zo omschreef de legendarische John Peel in 1968 het op Amon Düüls LP Psychedelic Underground te horen deuntje “Mama Düül und ihre Sauerkrautband spielt auf”.

Zodoende was Krautrock een feit en zetten in de seventies bands als Neu!, Can, Faust en Cluster de toon. Dat deze muziekstijl doorheen de jaren trouwens alleen maar aan kracht en invloed won, bewezen ook de platen van onder andere Stereolab, Laika en Disappears. Ook dat trio speelt dus dit genre, behalve dat zijn versie samen met musique concrète, psychedelica en funk door de blender is gejaagd.

Net zoals het debuut namen deze Britten >> volledig live op, zonder overdubs of andere Pro Tool-fraude. En ook stylistisch ligt dit schijfje in het verlengde van zijn voorganger: hypnotiserende baslijnen, fuzzende analoge synths en dwingende grooves roepen de duistere, beklemmende sfeer van weleer op.

Zo snijden de suizende politiesirenes uit het sludgy “The Gaol” het album aan en doemen er allerlei scènes uit David Cronenbergs Scanners voor het geestesoog op. Daarna jaagt het straffe, uit een kluts van math-en krautrock ontstane “Yatton” het tempo de hoogte in en wanen we ons plots in Allegra Gellers “virtual reality”-spel eXistenZ. De dwangmatige, repetitieve motoriek en robotachtige keys slingeren ons een achtbaan op die ons bij het, door magic mushrooms bestuifde, eerste hoogtepunt “Spinning Top” doet aanbelanden. Het gezapige ritme, een zich alsmaar herhalende basriedel en de naar achter gemixte zang bedaren ons. Halverwege het nummer herinnert een spinnijdige en distorted gitaar er ons echter aan dat we nog steeds, met halforganische pistolen bewapend, door een roedel fanatici op de hielen worden gezeten.

Luchtiger gaat het eraan toe tijdens het speelse “Elevator”, de op bordkartonnen percussie voortdobberende, smoezelige Casio synthpatronen vermaken zich hoorbaar opperbest. Feesten doen we verder op de swingende psych-rocker “Wulfstan II” en op het Can-esque, van feedbackende gitaren vergeven èn tweede hoogtepunt “Liar”. Tijdens het maken van “Ladies’ Mile” waren Barrow en de zijnen weer in een grumpier bui en dat het Portishead-brein een grote John Carpenter- fan is, wisten we al.

Verrassen doet >> ons niet, maar toch heeft Beak een sterke opvolger voor het drie jaar oude debuut afgeleverd. Het schetsmatige en freaky karakter van het eerste album heeft plaats moeten ruimen voor meer doordachte en beter uitgewerkte songs en dat vinden wij een grote stap voorwaarts. Het is dan ook uitkijken naar een volgende live-ervaring.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − 5 =