PUKKELPOP 2012 :: The Shelter, zaterdag 18 augustus

Waar we bij enola op zo’n Pukkelpop al eens te weinig naar omkijken: methohl. Maar zie, dan duikelt daar toch zo’n (mvm) even die Shelter in voor een oude hardcore punklegende, botst hij toch niet op (lh) die daar al drie dagen postvat? Daar moest wel een verslag van komen.

De verrukkelijke vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

Geen leukere band om op zaterdag The Shelter mee te openen dan Ceremony. De band leunde vroeger dichter aan bij hondsbrutale hardcore en brengt tegenwoordig vooral punk in een fris jasje (misschien wel de reden waarom ze voor hun recentste plaat bij het hippe Matador tekenden). Wat moet een leek daaronder verstaan? De nummertjes klinken ontzettend repetitief en poepsimpel, vooral “World Blue”, en zanger Ross Farrar klinkt én gedraagt zich als een geweldige Johnny Rotten-imitator. Daarnaast komt Ceremony ook behoorlijk catchy — “Hysteria” en “Ordinary People” — en psychedelisch — “Repeating The Circle” — uit de hoek. Reken daarbij nog eens minimalistische teksten en een bas die een voorname rol speelt (wat een heerlijke intro in “Brace Yourself”), en je weet dat Ceremony helemaal geen drie-akkoorden-punkbandje is. Dat de teksten van onder andere “World Blue” (“Talking into telephones! Talking into telephones!”) na afloop in het hoofd blijven dolen, is alleen maar een goed teken.

De prijs voor meest opgefokte en explosieve band van Pukkelpop gaat dan weer naar Trash Talk. Aan een hels tempo worden extreem furieuze nummers onder de voeten geschoven als aardverschuivingen die langer dan één minuut duren. Wie er niet bij was of het thuis eens wil overdoen: blaas “Explode”, “Awake” en “Slander”, in The Shelter bijna onherkenbaar door de overstemde blastbeats, thuis door uw boxen. Een halfuur lang doen de Calinforniërs de benen trillen van de adrenaline. Een langere set zou ongezond voor het hart zijn.

Een podium dat behoorlijk ver staat van het publiek? Geen probleem voor brulboei Lie Spielman. Hij nodigt het al even furieuze publiek uit om doodleuk rond hem een circle pit in gang te zetten en boven (ja, desnoods op) hem wild te crowdsurfen. Het levert de langharige driftkikker overbezorgde securityvrijwilligers op, die hun uiterste best doen om de microkabel niet te laten afknakken. De climax houdt de band voor tijdens “Birth Plague Die”. Spielman steelt (andermaal) de show door het bandlogo, een omgekeerd vredesteken, met zijn micro in een van de tentpalen te krassen. Even later wordt hij, met zijn benen stijl de lucht in, op handen gedragen terwijl bassist Spencer Pollard naar de top van de podiumboxen klimt. De batterijen zijn nu echt opgeladen voor Refused.

Wie moe werd van het onsubtiele en opgeklopte machtsvertoon van Foo Fighters, kon in de Shelter terecht om de oren muzikaal correct te laten uitspuiten door de posthardcorepunker van Refused, ooit zeer links, anarchistisch en schijt hebbend aan al wat op muziekindustrie lijkt en in die hoedanigheid gesplit net nadat ze de wereld meesterwerk The Shape of Punk to Come schonken. Intussen speelt de groep reünieconcerten, omdat de wereld zijn genie erkend heeft en ze dat album live eigenlijk nooit recht hebben kunnen aandoen. (Zoek sowieso voor de gein even het persbericht op dat hun hereniging aankondigt en dan dat waarmee ze veertien jaar geleden het einde van Refused aankondigden: làchen!) Maar zoals verwacht speelde de band, de pose en jeugdige branie voorbij, een superstrakke set vol verwachte en onverwachte crescendo’s, een hardcorecliché of twee, maar vooral een reeks songs die ook u eigenlijk live had moeten horen. Goed verstopt en net niet overstemd door de spierballenrock op de Main Stage, maar: Refused was van het beste dat Pukkelpop 2012 te bieden had.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =