Freud (Corinne Maier en Anne Simon)

Sigmund Freud, de vader van de psychoanalyse, ziet er op de cover van Freud niet erg tevreden uit. Toch toont deze biografie een minzame Sigmund, die ons meer dan 56 pagina’s lang toespreekt over de hoogtepunten van zijn leven. Hij diept enkele van zijn concepten uit en gaat uitvoerig in op de tendensen in de samenleving van zijn tijd.

Econome en psychoanalytica Corinne Maier (Liever lui en No Kid) en stripauteur Anne Simon (enkel bekend van Franstalige graphic novels, zoals Persephone naar de onderwereld) hebben de handen in elkaar geslagen om vorm te geven aan deze komisch bedoelde biografie, een ietwat provocerend maar tegelijkertijd spannend idee. In werkelijkheid is het medium ideaal voor het illustreren van de rebusachtige dromen, om de woorden aan elkaar te breien en te associëren met de ideeën die geleid hebben tot de moderne psychoanalyse. Maar zoals Freud het zelf verwoordt: “Hoe je het ook uitlegt, je legt het altijd verkeerd uit.”

Corinne Maier heeft er voor gekozen om de grote momenten in het leven van Sigmund Freud te behouden als rode draad, mede door het inbrengen van een historische recontextualisering van de periode waarin hij leefde. Zo worden zijn vrouw Martha en hun zes kinderen vermeld, zijn ontmoeting met professor Charcot en het concept hypnose, het Oedipuscomplex, de neuroses en de onderdrukte seks, de verklaring van dromen en het onbewuste.

De eerste helft van de twintigste eeuw is verschrikkelijk voor Freud: zijn dochter Sophie overleed aan de Spaanse griep, zelf lijdt hij aan kanker aan zijn bovenkaak en de snelle opkomst van nieuwe ideologieën leidt tot een stroom van geweld. Het begin van het nazisme vreet aan de maatschappij. Freud, die wordt gedefinieerd als een doordeweekse kopiist, zal eveneens (figuurlijk) gebrandmerkt worden. Zijn vader had hem trouwens gewaarschuwd: “Het is niet gemakkelijk om joods te zijn, mijn zoon.” Het is trouwens ook niet gemakkelijk om een vrouw te zijn in deze maatschappij, of het kind van je ouders. Freud verwoordt het goed: “We zijn allemaal ziek.” Maier wijst er ook op dat als Freud arts was geweest, de psychoanalyse niet zou genezen.

Visueel is Freud een parel, dankzij het gedurfde tekenwerk van Anne Simon in een schijnbaar naïeve lijnvoering. Ze aarzelt ook niet om het klassieke wafelijzerschema van de modale strip aan te passen aan het verhaal, zoals de volledige pagina die Wenen weergeeft met een rondzwervende Freud in vijf leeftijdsversies. Het gebruikte kleurenpalet — bruin, oranje, geel of groen — ondersteunt de creatieve weergave. De vraag is of dit een economische of een artistieke keuze was.

Het geheel zit vol met doordachte details. In een persoonlijke versie van Reis naar de Maan vervangt Anne Simon bijvoorbeeld de raket door een fallus. Het boek zweeft duidelijk tussen een zekere lichtheid en een sterke visie. Zo komen we te weten dat Freud ook zelf zorgde voor de ‘geboorte’ van de leerlingen die daadwerkelijk ‘de vader’ doodden (Jung, Lacan…). Maier besluit het geheel toch met een zekere sympathie voor Freud met de kreet dat de eenentwintigste eeuw nog steeds behoefte heeft aan Sigmund Freud.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 14 =