Tape Cuts Tape + Seval :: 3 mei 2012, CC De Kern

De derde avond van de “Chicago Jazz Connection” had de minst nauwe link met de stad, maar met de figuur van Fred Lonberg-Holm was wel een van de markantste afvaardigingen gekomen. In het gezelschap van zijn Scandinavische kompanen zorgde hij alleszins voor het meest verrassende concert uit de reeks totnogtoe.

Maar eerst dient toch benadrukt te worden dat het trio Tape Cuts Tape – Rudy Trouvé, Lynn Cassiers en Eric Thielemans – behoorlijk wat indruk maakte. Hun eerste (en voorlopig enige) album Pagan Recorder (2010) liet al een band aan het werk horen die er moeiteloos in slaagt om de meest diverse invloeden te verwerken tot een erg knap geheel dat voortdurend een dans uitvoert tussen de werelden van eclectische rock en klankexperiment. Tape Cuts Tape liet bovendien horen dat experiment niet altijd voor vervreemdende resultaten moet zorgen, maar soms ook ronduit mooi kan zijn. De set, die opgebouwd was rond nummers uit het album, maar ook daarbuiten kleurde, vloeide op erg ongedwongen wijze, waarbij een zeer geslaagde afwisseling gevonden werd tussen noisy rockers, filmisch ingekleurde geluidsexperimenten en moderne pop met een hoek af.

Trouvé en Cassiers zorgden naast hun gitaar- en zangpartijen voor allerhande geluidsgolven die de songs van Tape Cuts Tape aandikten. Dat ging lang niet altijd om benauwende soundscapes, maar net zo vaak over repetitieve riedels of live bewerkte geluiden die in gerecycleerde vorm een rol konden spelen. Op andere momenten ging het er zelfs behoorlijk opzwepend aan toe. “Petrol Blue” groeide met z’n vervormde zang, pulserende elektrogroove en melodica zo uit tot iets dat we gemakshalve een plaatsje toebedelen tussen Portishead en Clinic. Op andere momenten, met klepper “This Red” voorop, zorgde Trouvé’s gitaar voor een rauwere fond die vaak leek te verwijzen naar de 90’s gitaarrock van bands als Shellac.

Opvallend was ook de rol van Thielemans, die nogmaals bewees een meester van de eenvoud te zijn. Niet dat zijn spel flets of voorspelbaar was, maar het was vaak gestoeld op even schijnbaar simpele als efficiënte ideeën, waardoor zijn repetitieve drumpatronen het geheel meer dan eens richting krautgroove trokken. Was het nu eens breekbaar en dromerig, dan nam de band je iets later op sleeptouw door een gebied van steeds verschuivende ideeën of hoekigheid. De lat werd voor Seval meteen op uitdagende hoogte gelegd.

Of die hoogte bereikt werd, hangt vermoedelijk af met welke verwachtingen je naar De Kern afgezakt was. I Know You (2011), de enige release van de band, is immers het soort plaat dat zowel kan overtuigen of afschrikken. Op dat album vond het kwintet een mooi evenwicht van folky pop en ideeën en tactieken uit de improvisatie, waarbij de balans overhelde naar het eerste. Voor hardcore improv-liefhebbers werd het zo waarschijnlijk iets te weinig uitdagend of te wollig. Live was dat alleszins heel andere koek. De songs die gebracht werden waren op bepaalde momenten amper te herkennen, werden regelmatig twee of drie keer zo lang als de studioversies en bleven doorgaans ver weg uit popterrein.

Toegegeven, de melodieën van “Just Don’t Listen” (het blijft elke keer opnieuw moeilijk om niet aan “It Must Be Love” van Madness te denken) en “I Went” waren ook deze keer van de charmant fragiele soort en bleven zelfs overeind tussen passages die de rode draad (al dan niet bewust) kwijtgespeeld hadden. De échte popsong van het album, “I Won’t Go”, bleef dan weer achterwege en had plaats geruimd voor een set die onversaagd de kaart van het experiment trok, met radicaal opengetrokken structuren, gebruik van ongebruikelijke speeltechnieken en een veel expressievere performance van zangeres Sofia Jernberg. Op I Know You liet ze al regelmatig horen meer in huis te hebben dan het lieflijk zingen van folkriedels, iets dat nu sterk uitvergroot werd. De schrapende en klikkende keelgeluiden keerden terug in meerdere songs, waardoor “This House”, op plaat met voorsprong het taaiste stuk, nu eigenlijk voor een veel minder grote schok zorgde.

De meer open en verrassende aanpak leidde vaak, maar niet altijd, tot consistent sterke resultaten. In een aantal composities vond het kwintet een sterk evenwicht tussen vrij klassieke en uitgesproken vrije partijen, en dan leverde het een sterk spanningsveld op. In de composities waarbij de teugels gevierd werden voor alle muzikanten durfden ze wel eens een duidelijke focus uit het oog verliezen, waardoor de muziek wat te vrijblijvend aanvoelde. Niettemin liet Seval horen aardig wat bagage en lef in huis te hebben. Wie gekomen was voor de popkant van de band ging misschien een wrang gevoel buiten, de improv-liefhebber kreeg dan weer waar hij om vroeg.

De volgende concerten in de reeks: Chaos Of The Haunted Spire feat. Sickboy & Pierre Vervloesem + Sonore (21/5) en Jozef Dumoulin Trio + Mike Reed’s People, Places & Things (1/6).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 7 =