Richard Hawley :: Standing At The Sky’s Edge

Op Truelove’s Gutter uit 2009 werd de donkere, bloedende romantiek van Richard Hawley al niet meer omkleed door grootse strijkersarrangementen als op Coles Corner. Weidsheid ruimde baan voor verstilling. Het zette verrassend genoeg ook buiten de UK de deur naar een groter publiek open. Nu maakt verstilling plaats voor psychedelische rock.

Coles Corner en Lady’s Bridge deden de avond vallen, Truelove’s Gutter wentelde zich in het donkerste uur van de nacht. Op Standing At The Sky’s Edge komt de zon op: luister naar de openingsminuut van “She Brings The Sun” en hoor hoe sitar en strijkers, meteen de enige die u zult horen deze vijftig minuten, het psychedelische kleurenpalet van de mooiste zonsopgang bepalen voor de rest van de plaat. De flessen rode wijn van Hawley’s vorige platen bonken na in het hoofd, maar die majestueuze eerste gitaarsalvo blaast de kater weg. Op z’n zevende plaat verglijdt de crooner en herontdekt Hawley de gitarist in zichzelf. Frank Sinatra maakt plaats voor Syd Barrett.

Vooral tijdens de eerste helft is Standing At The Sky’s Edge wel degelijk een stijlbreuk. “Time Will Bring You Winter” is een oefening in spacy progrock van eind jaren zestig, begin jaren zeventig, die overgaat in het door een stevige riff en gierende solo’s opgeruide “Down In The Woods”. Ook het titelnummer, deze keer genoemd naar een grauwe wijk in Sheffield waar messentrekken destijds een dagelijkse bezigheid was zoals een brood kopen elders, mondt uit in een veelkleurig prisma van gitaarklanken. De poriën van de zanglijnen ademen dan weer blues uit zoals nooit tevoren bij Hawley.

Dat hij als gitarist in de jaren negentig, eerst bij het lang vergeten Britpopbandje Longpigs en vervolgens als sessiemuzikant bij Pulp de schaduw boven de spotlights verkoos, laat zich vandaag nog horen. Fantastisch klinkende gitaarmuren staan de songs nooit in de weg, maar laten voldoende ruimte als een wolkendek waar nog zonnestralen doorpriemen. Gitaarsolo’s gaan nooit met songs aan de haal, maar tillen ze integendeel naar een hoger niveau. Zo trekken ze “Don’t Stare At The Sun” uit de comfortabele armen van Coles Corner los het langetermijngeheugen van uw hart in. De gitaaruitbarsting halverwege maakt slotnummer “Before”, net als “Soldier On” op de voorganger, het bloedstollende orgelpunt van de plaat.

Thematisch mijmert Hawley op vertrouwd terrein, al doet openingssong “She Brings The Sun” het tegendeel vermoeden: waren de songs van Hawley vaak vergeefs geschreven liefdesbrieven die samen met een bos bloemen in de vuilnisbak belandden, is “She Brings The Sun” een liefdesverklaring aan zijn vrouw. Even authentiek als wars van clichés, zonder grote woorden te gebruiken: “And as my heart, now calm beside her / The sweat runs dry and I am hers always.” Amen.

Al kruipt het bloed waar het niet gaan kan. “Nights are growing cold, loneliness just makes them colder” klinkt het in het fantastisch poëtische “Time Will Bring You Winter”. Diezelfde eenzaamheid is een niet-ontplofte handgranaat in het hart, mijmert hij in het meest vertrouwd klinkende “Seek It”. Indringende melancholie is even onveranderlijk als de kleur van je ogen. Maar ook de eigen sterfelijkheid, ons verblijf op aard’ als een tussenstop is een terugkerend thema: “Here we are / Lent to the earth by the stars” croont Hawley in een van z’n mooiste melodieën ooit in “Before”, “You’ll leave your body behind you when you leave this place” in de vooruitgestuurde single. Enkele sterfgevallen in z’n omgeving, en de schoonheid van hoe sommige nabestaanden rouwden in zijn ogen, hebben hun sporen nagelaten. Hawley’s melancholie klonk hierdoor nooit euforischer. Als een soort Carpe Diem, of in zijn geval Noctem.

Van de goot naar de hemel is een heel eind, in Sheffield en het universum van Hawley tout court is de afstand tussen Truelove’s Gutter en Sky’s Edge dan toch beduidend kleiner. Of zoals hijzelf de plaat eindigt: “It won’t be me who closes the door on before.” Wel rukt Hawley zich voor de tweede plaat op rij los van een sound die, hem althans, als een iets te spannend korset rond z’n romantisch-melancholische mijmeringen begon te zitten. Sky’s Edge is daardoor harder en rauwer dan de voorgangers, maar biedt voldoende houvast voor wie graag verzwolg in z’n valavondblauwe melancholie. Het resultaat is deze keer misschien geen instant klassieke krop in de keel, de impact wordt er niet minder totaal op.

Standing At The Shy’s Edge verschijnt op 4 mei. Hawley speelt op 5 juni in de Botanique, maar dat concert was in een mum van tijd uitverkocht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =