BEST OF: Captain Beefheart & His Magic Band

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van goddeau om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van Captain Beefheart & His Magic Band.

1. Sure ’Nuff ’N’ Yes I Do

De versie van "Diddy Wah Diddy" uit 1966 was een straffe single, maar de échte Beefheart krijgen we pas te horen bij de opener van debuutalbum Safe As Milk. Past bij oppervlakkige beluistering binnen de trend van de tijd (white boys die blues en rock verenigen), maar vertoont dan al genoeg eigenzinnigheid om een carrière vol onzin aan te kondigen. Met snotneus Ry Cooder op gitaar.

Hoogtepunt: 0:05, "Well I was born in the desert"… en een leidmotiv was geboren.

2. Electricity

"Electricity", het nummer dat de eerste plaatkant van Safe As Mil afsloot, was volgens Van Vliet het nummer dat de toenmalige labelbazen van A&M (die al singles van Captain Beefheart uitgebracht hadden) deed besluiten de plaat niet uit te brengen. Ook al is het mooie verhaal van Van Vliet volledig verzonnen, de stevige bluesrock met randjes blijft ook na veertig jaar nazinderen dankzij de spacy geluiden en pompende drums die door tal van andere genres gekopieerd zou worden.

Hoogtepunt: 0’38 : Kon het nummer in de eerste halve minuut nog als stevige bluesrock met een excentriek kantje beschouwd worden, dan maakt een sluw gebruikte theremin daar meteen komaf mee waarna het alleen maar vreemder wordt.

3. Abba Zaba

"Abba Zaba", eveneens terug te vinden op Safe As Milk en genoemd naar een snoepje, laat de blues grotendeels voor wat hij is en omarmt in volle weeddampen de psychedelische trips doorheen de sprookjes van Duizend-en-één-nacht die zich uitstrekken van de Arabische vlaktes tot de Indische hoogtes. De kenmerken van de (generische) psychedelische rock zijn volop aanwezig, maar Van Vliet weet de verschillende stijlkenmerken zo te interpreteren dat het een tijdloos document wordt.

Hoogtepunt 0’03: Na een korte drumintro wordt meteen de teneur van de song vastgelegd met wat aanvankelijk nog ijle gitaaruithalen zijn en een bezwerende Van Vliet in de rol van goeroe.

4. Tarotplane

Tussen het chaotische, minder geslaagde Lick My Decalls Off, Baby en het toegankelijkere duo "Clear Spot / The Spotlight Kid maakte Captain Beefheart Mirror Man: een plaat vol lang uitgesponnen bluesjams waarvan "Tarotplane" het hoogtepunt vormt. Over een naar krautrock riekend drumritme declameert van Vliet schijnbaar à l’improviste goedklinkende wartaal gedurende negentien minuten. Dit buitenbeentje in het Beefheartuniversum had niet misstaan op een vroege plaat van Can.

Hoogtepunt: 14’07": Wie het al zover gehaald heeft, wordt beloond met een meeslepend stukje mondharmonica dat door merg en been gaat.

5. I’m Gonna Booglarize You Baby

Als Dulle Don ooit als een vettig nonkelke klonk, dan is het wel in deze broeierige brok swamp blues, met z’n verkapte gitaarpartijen, grommende bas en parlando waar ene Tom Waits een niet onaardige variant op maakte. Werd destijds, net als de rest van het album, verketterd door een paar betrokkenen (te traag, te simpel, te saai), maar is intussen in ere hersteld als de fantastische opener van wat misschien wel de ideale kennismaking met Beefheart is.

Hoogtepunt: de slingerende bas, na een goeie halve minuut.

6. Low Yo Yo stuff

Het eerste nummer op Clear Spot, de plaat die Captain Beefheart definitief voor een groter publiek diende aanvaardbaar te maken, vertoont inderdaad nog weinig van de waanzin van de begindagen. Ondanks de toegankelijkere sound en soepele productie wist Captain Beefheart de massa niet te overtuigen. Wie een hart voor goed onderbouwde bluesrock heeft, zal desalniettemin aangenaam verrast blijven bij dit toegankelijke, zonder plat commercieel te willen klinken, bluesnummer.

Hoogtepunt : 0’00: Het nummer start met een soulvolle gitaarlick, waarmee het meteen zijn intenties duidelijk maakt. Wie hoopt op georchestreerde gekte, is er aan voor de moeite, maar wie zich meteen in de luim van de song verplaatst, zal een nummer lang goedgemutst meeknikken.

7. Big Eyed Beans From Venus

Ja er zijn nog blues-invloeden te horen op Clear Spot maar in het geval van "Big Eyed Beans From Venus" krijgen ze een proto-hardrocksausje mee dat voor een flinke dreun zorgt. Niemand hoeft Van Vliet er op te wijzen dat ook hardrock geworteld in de blues is en bovendien overgoten is met een flinke scheut soul. Hij behoort tot degenen die het zo vastgelegd hebben.

Hoogtepunt : 1’00: De stilte voor de storm. De groove houdt het even voor gezien om dan op de rug van de aanzwellende gitaar opnieuw te voorschijn te springen.

8. Her Eyes Are A Blue Million Miles

In sommige kringen wordt Clear Spot als een knieval van Captain Beefheart voor de mainstream gezien. En ook al is het waar dat Van Vliet zich op deze plaat als minder frenetiek en geobsedeerd uit, toch kan niet naast de intrinsieke schoonheid van dit nummer gekeken worden. De soulvolle liefdesballade toont een verrassend zachte Beefheart , die met een rauwe stem en getekende ziel optekent wat eenieder die ooit verliefd is geweest, weet: alles is te lezen in de ogen van het object van affectie.

Hoogtepunt: 1’39 : "I look at her and she looks at me" croont Beefheart op onnavolgbare wijze waarmee en waarna alles gezegd wordt wat te zeggen valt. Niemand denkt ooit zijn (haar) geliefde waard te zijn en dat maakt het net zo mooi.

9. The Floppy Boot Stomp

Openingsnummer van wat misschien wel Beefhearts beste plaat is: Shiny Beast (Bat Chain Puller). Dankzij de heldere productie waarbij in de chaos ieder detail hoorbaar wordt (iets waar het zijn andere albums te vaak aan ontbrak), knalt "The Floppy Boot Stomp" vanaf de eerste seconde uit de boxen. Wat volgt is een bijzonder bizar verhaal, iets over een apocalyptische ontmoeting tussen een boer en de duivel, verteld in typisch Beefheart-proza.

Hoogtepunt: 1’14’: Een jankend gitaarlickje schenkt de luisteraar een welgekomen rustpauze van circa twee seconden, waarna de herrie weer losbarst.

10. Tropical Hot Dog Night

"I’m playing this music / so the young girls would come out / to meet the monster tonight." "Tropical Hot Dog Night" inspireerde PJ Harvey tot haar "Meet Ze Monsta" maar dat is niet de enige verdienste van dit nummer. Met zjin redelijk straightforward geluid is het een atypische Beefhearttrack. "Tropical Hot Dog Night" roept beelden op van een zonovergoten cocktailparty; de angel zit hem echter in de sinistere lyrics. De kapitein is op meisjesjacht en hoe beter nietsvermoedende juffers te lokken dan met een swingend sambanummer?

Hoogtepunt: 0’05": het aanstekelijke ritme en de onweerstaanbare blazers maken van "Tropical Hot Dog Night" veruit het meest dansbare Beefheartnummer.

11. Ice Rose

Beefheart had de traditie om telkens eeéén of twee instrumentale nummers op zijn albums te plaatsen. Ook zonder van Vliets doorleefde vocals leverde dit enkele memorabele songs op. Niet in het minst dankzij het vakmanschap van The Magic Band, een wisselend collectief van briljante muzikanten die de ideeën van Beefheart in muziek omzetten. ""Ice Rose"" is de enige instrumental die deze lijst heeft gehaald, omdat het een parel is die bedacht en artificieel aanvoelt (zoals vaak het geval is bij Beefheart), maar tegelijkertijd ook een gevoelige snaar weet te raken.

Hoogtepunt: 2’01": Een melancholische sax leidt de aandacht weg van het omringende kabaal, als een koppeltje dat ongestoord verder vrijt terwijl het huis in vlammen opgaat.

12. Bat Chain Puller

Surreële mars die het scharnierstuk van Shiny Beast werd. Ronduit bevreemdend (wat is dat in godsnaam? — Een synth, achterwaartse loops, pacmangeluidjes en een tekst die zelfs naar Beefhearts normen eerder ’apart’ was), maar tegelijkertijd verslavend in z’n koppige aanstekelijkheid. Hoogtepunt uit de kataloog en bijgevolg een rockklassieker. Weliswaar eentje om de schoonouders mee buiten te jagen.

Hoogtepunt: 4:00: de dolfijntjes!

13. Ashtray Heart

Hoogtepunt uit Doc At The Radar Station, dat achteraf bekeken een van de beste platen van de postpunkperiode was. Vooral berucht omwille van z’n gort-, gortdroge sound (de drums lijken wel kartonnen dozen) en de gemene bezetenheid die van het album druipt. De stem begon het stilaan te begeven (al is dit een van z’n allerbeste vocale performances), maar jezus, wat een intensiteit.

Hoogtepunt: 2:40: YOU UUUSED ME FOR AN ASHTRAY HEART!

14. Run Paint Run Run

Belachelijk catchy zattemansmars, gemaakt voor Indianendansjes. Lijkt weinig om het lijf te hebben en is verrassend rechttoe-rechtaan naar ’s mans normen, maar het zijn de details — van Bruce Fowlers misbruikte trombone tot de ingenieuze gitaarpartijen — die ervoor zorgen dat dit een van de meest gedraaide tracks in onze Beefheart Hit List is.

Hoogtepunt: 0:19: "Paint hears this and he begin to run"

15. Ice Cream For Crow

In december 2010 overleed de mens Don van Vliet. ’s Mans muzikale alter ego Captain Beefheart was op dat moment al 28 jaar dood en begraven. Op zijn laatste plaat voor hij de muziekwereld definitief vaarwel zou zeggen om zich in de schaduw van de Mojavewoestijn als schilder terug te trekken, klonk Beefheart nog even vitaal, bizar en energiek als voorheen. Titelnummer ""Ice Cream For Crow"" shaket en groovet als de pest en doet vermoeden dat Beefheart nog veel meer geniale muziek in zich had.

Hoogtepunt: 3’41": "Now now that’s it / Now you can go." Alsof hij plots beseft dat met dit laatste meesterwerkje zijn leven als muzikant erop zit, op naar een vrediger schildersbestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 1 =