DIT WAS 2011 :: Some Say Yes Some Do Less :: ”Ik heb hiermee wel wat dingen van me afgeschreven”

De hele maand december blikt goddeau.com terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2011. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

Sorry Tom Barman, maar toch is Some Say Yes Some Do Less de beste Belgische band van het jaar. Zonder waarschuwing, vanuit de cul-de-sac die “Eigen Beheer” heet, bracht de groep rond Jonas Tournicourt met Can Not Be Played In Mono immers een monument van een rockplaat uit: zo eentje met riffs uit gewapend beton, bezwerender dan een fakir met zijn fluit, krachtiger dan de rechtse van Freddy De Kerpel.

Een interview heeft een soundtrack nodig: doe ons een lol en ga, voor u verder leest, de plaat even opzetten; ze is te beluisteren op de site van de groep.

Het komt nochtans niet helemaal uit het niets. Tournicourt was vroeger actief bij I Do I Do, en stond met Land enkele jaren daarvoor nog in de finale van de Rock Rally. Voor ons zit dan ook een muzikant die zijn sporen heeft verdiend, maar pas nu helemaal zijn eigen stem lijkt te hebben gevonden: “Ik wil mensen bereiken, niet buitensluiten”.

enola: Some Say Yes Some Do Less bestaat vijf jaar. Het heeft even geduurd voor je het ook in plaatvorm gezegd kreeg?
Tournicourt: “Daar waren genoeg redenen voor. Zeker omdat ik aanvankelijk ook nog in I Do I Do speelde. Het is pas toen we daar niet langer mee tourden, dat ik de tijd en de energie vond om ook mijn eigen project ter hand te nemen. Die eerste jaren stond het maar op een laag pitje. Het is ook andere muziek, al lijkt dat van dichtbij meer zo dan van ver. De link met Land is in elk geval groter dan met I Do I Do. Die band was in mijn ogen veel compromislozer en donkerder dan Some Say Yes, misschien zelfs ontoegankelijker. Wat we nu doen is popmuziek. We hebben geen moeilijke plaat gemaakt.”
“Ook bij Land was ik al degene die vond dat het toegankelijk mocht zijn. Ik spreek graag mensen aan; ik wil ze overtuigen, niet buitensluiten. Stefaan (Decroos van I Do I Do, mvs) is daar anders in, norser en teruggetrokken. Het kan hem helemaal gestolen worden wat anderen ervan denken. Nu, het is niet alsof ik mijn broek afsteek met Some Say Yes Some Do Less, maar vergeleken met hem is het een pak gemakkelijker.”

enola: Ik hoor in je plaat met plezier de vroege jaren negentig herleven. Ik moest meer dan eens aan het gitaargeluid van pakweg Alice In Chains denken.
Tournicourt: “Dat zal wel geen toeval zijn. Het is in die tijd dat muziek mijn hart is binnengekomen. Ik denk zelfs dat ik na het jaar 2000, laat ons zeggen in 2004, ben gestopt met naar nieuwe muziek te luisteren. Mijn harde schijf zat vol; er hoefde niets meer bij. Vroeger, als ik met Stefaan een nieuwe band ontdekte, smeten we ons daar volledig op: we luisterden een miljard keer naar Pinback, probeerden die muziek te ontleden.. En zo ging dat ook met Motorpsycho en Afghan Whigs. Dat zijn ninetiesbands, dus het verwondert me niet dat je dat ook hoort in mijn muziek.”

enola: Vind je dat niet jammer dat het op is, dat je je niet meer kunt verliezen in nieuwe muziek?
Tournicourt: “Neen. Of ja, toch wel. Soms. De laatste groep waarin ik me nog eens ben verloren, en dat is toch ook alweer een paar jaar terug, is The Wipers. Maar zo erg is dat niet. Ik ben voortdurend met muziek bezig. Ik heb genoeg bagage, dus het moet zo niet. Nieuwe bands hebben het moeilijk om me te overtuigen, vrees ik. Ik heb niet het gevoel dat ik iets mis.”
enola: Ik zou die opwinding missen, hoe een plaat mijn leven even kan gaan beheersen.
Tournicourt: “Ik haal heel veel opwinding uit mijn eigen muziek; het schrijven en maken geeft me heel veel voldoening. Ik ben er constant mee bezig. Maar ik kan me voorstellen dat die honger naar nieuwe muziek wel terug zou komen als dat muziek maken zou wegvallen.”

enola: Je bracht Can Not Be Played In Mono in eigen beheer uit. Uit noodzaak?
Tournicourt: “Ja. Ik heb er zelfs over getwijfeld om die plaat uit te brengen. Ik heb er heel lang aan gesleuteld tot ik er tevreden over was, en ik ben ze beginnen rondsturen naar labels op hetzelfde moment dat ik ook de mixer de muziek heb bezorgd. Ik heb alles wat een emailadres heeft lastiggevallen, maar slechts weinig reactie gehad. Ik voelde me enorm afgewezen, maar na een dag is dat wel voorbij. Uiteindelijk: misschien paste onze soort van muziek niet in hun visie of hun planning. Ik heb het uiteindelijk nog eens geprobeerd met de gemixte versie, maar de reacties bleven hetzelfde.”

enola: Dat mixen is in Boston gebeurd, door Alex Hartman van de Camp Street Studios.
Tournicourt: “Ik heb het eerst zelf geprobeerd, zodat die volledig klonk zoals ik het wilde. Uiteindelijk bleek dat niet voor honderd procent, maar slechts voor 95 procent te lukken; er is maar zoveel dat je kunt doen met je eigen kennis en techniek. Ik wist nochtans dat die ontbrekende vijf procent het verschil zou maken. Blij dus dat ze bij de Camp Street Studios met hun tweede versie duidelijk de vinger op die vijf procent konden leggen. Het was exact hoe ik het wou. Daarom had ik hen ook ingeschakeld, natuurlijk; ik wist hoe ze werkten en dat zij dat konden. Voor mij was dat gewoon het gemakkelijkste, het had niets te maken met een soort exotiek, de romantiek van iets naar Amerika te sturen.”

enola: Was dat dan betaalbaar?
Tournicourt: “Best wel. Ik denk dat ik voor de eerste mix 800 euro heb betaald, en voor de tweede versie nog eens honderd euro. Dat is niets hoor, om een plaat te laten mixen.”

enola: Je hoort het wel aan het resultaat. Een van de sterktes van de plaat is het krachtige geluid dat uit de boxen spat.
Tournicourt: “Dat is zo, en ik heb dat zelf maar gaandeweg ontdekt. Het is een plaat waar ik heel graag in zit. Als ik hem aan mensen laat horen, dan merk ik dat we meteen de hele plaat uitzitten, goed luid: omringd door de muziek. Op zo’n moment ben ik blij dat hij zo goed gemixt is. Je merkt wel dat mensen er moeilijk één nummer uit pikken. Als je ze vraagt naar een favoriete song, wordt het moeilijk.”
“Ik begrijp dat wel. De plaat is héél traag gegroeid. Ik ben begonnen met Karel, de toetsenist, en het heeft er nooit om gedraaid om eens een nummer te maken. We maakten muziek, de hele tijd door. Die songs hebben altijd al samen bestaan. We deelden dat dan wel op in aparte tracks, maar het was één geheel. Op de volgende plaat zal dat anders zijn; dat wordt meer een plaat met afzonderlijke songs.”

enola: Je maakt het ook niet gemakkelijk om aparte tracks uit de plaat te halen. Waarom koos je voor songtitels die nergens op slaan?
Tournicourt: “Nummers beginnen meestal met een riff die ik opneem op computer. En dan heeft die file een naam nodig, dus ik tik maar wat: “fi-li-dra”, bijvoorbeeld. In de communicatie met de andere muzikanten gebruik je die naam vervolgens, en dus leek het wel leuk om die ook gewoon te houden. Het maakt het inderdaad moeilijk om de verschillende songs van elkaar te onderscheiden. Tom Goethals (van Barbie Bangkok, mvs), onze nieuwe bassist, werd er gek van toen hij ze op korte tijd moest instuderen, want hij kon ze nergens op vastpinnen. Nu goed, op de tweede plaat wordt het weer zo, maar geen idee of ik dat verder zo hou. Ik ben niet iemand die graag hetzelfde blijft doen, dus het kan veranderen.”

enola: Ook je songteksten zijn behoorlijk vaag.
Tournicourt: “Dat is bewust. Ik vind het lastig om naar muziek te luisteren met teksten waar ik geen fantasie bij moet gebruiken. Laat het maar gaandeweg pas betekenis krijgen. Ik zou het zelf snel beu raken als ik altijd dezelfde, heldere zin zou moeten zingen, maar het is niet alsof mijn teksten nergens over gaan. Ik heb echt wel dingen van me afgeschreven. Het is meestal vrij emotioneel, maar ik heb er geen zin in om dat dan te simplistisch te zitten verwoorden. Niet “je hebt mijn hart gebroken”. Maar dat hart ís wel gebroken en ik moet het er wél over hebben.”
“Er is heel hard gesleuteld aan die teksten. Eén nummer gaat over mijn vader, maar je gaat dat uit de songtitel niet afleiden. En zo is het goed, want dan zou iedereen dat nummer zo lezen. Ik heb liever dat het zo vaag is.”

enola: Je zit met je hoofd duidelijk al bij een opvolger voor Can Not Be Played In Mono. Is die dan al af?
Tournicourt: “Ze is geschreven. We werken echter nogal omslachtig, want ik schrijf eerst alles op computer en dan pas vraag ik de muzikanten afzonderlijk om er hun ding bij te verzinnen. Dat komt vervolgens samen op repetities, waar het opnieuw moet in elkaar klikken, en dan duurt het nog een jaar bijna voor alles op zijn plaats valt.”
“Je kunt het vergelijken met het werk van een regisseur, ja: de anderen hebben wel inbreng, maar ik hak de artistieke knopen door. De nummers schrijven doe ik thuis, in alle rust, zonder dat ik het met de anderen moet toetsen. Niemand heeft ook iets te maken met dat proces; dat is heel intiem. Ik laat die opnames ook nauwelijks horen aan mensen. Daarna trek ik naar de drummer, en na een dag heeft die de meeste drumpartijen, terwijl je normaal maanden repeteert. Het gaat erg vlot zo. Hij en Karel (Thant, rhodes en geluiden, mvs), krijgen van mij de grootste vrijheid. Kristof (Braekeveld, gitarist, mvs) vraag ik specifieke lijnen en gitaareffecten; daar ben ik heel streng op, net als met Tom op bas.”
“Met vijf repeteren is plezant hoor, maar je hoort veel moeilijker wat de ander dan doet tussen al dat geweld. ’t Is veel aangenamer werken zo. De andere muzikanten hebben het overigens zo gevraagd. Ze hebben allemaal hun eigen projecten en willen een basis om van te vertrekken zodat het onmiddellijk resultaat oplevert. Het klinkt omslachtig, maar dat is het dus niet.”

enola: Heb je al een idee hoe de plaat zal klinken?
Tournicourt: “Het is nog delicaat om dat in deze fase te zeggen, nog voor de anderen er mee aan de slag zijn gegaan, maar het startpunt was dat het ritmischer mocht. Eén iemand heeft me al gezegd dat het veel lichter is. Er zit iets Afrikaans in. Curtis Mayfield en Fela Kuti, dat vind ik ook goed, zeker live, als ze er een trip van maken. Je hoort dat ook in “Sinthia”, dat we geschreven hebben in opdracht van het Entrepot in Brugge als soundtrack bij een avond vuile filmpjes. Goed, nu worden het nummers van slechts plusminus vier minuten, maar dat trippende zit er wel in. En ik heb ook gekozen voor een ander gitaargeluid, weg van dat scheurende van Can Not Be Played In Mono; het wordt cleaner en strakker, dromeriger, met effectjes die regelmatig terugkomen zodat de nummers aan elkaar hangen.”

enola: Wanneer mogen we die plaat verwachten?
Tournicourt: “Volgende zomer gaan we opnemen. Er kan nog veel gebeuren, maar ik zou ook graag eens in een studio opnemen. Can Not Be Played In Mono heb ik zo goed als alleen opgenomen, en dat heeft me verschrikkelijk veel energie gekost. Het ging ontzettend traag. Ik ben heel tevreden met het resultaat, maar ik was zodanig detaillistisch bezig… Ik heb de plaat twee keer ingespeeld. Of drie of vier keer.”
“Ik heb zin om, eenmaal het hele repetitieproces achter de rug is, een studio in te trekken met een producer er bij. Als ik het zomaar voor het kiezen had, werd dat Bryce Goggin, die ook Don’t Ask Don’t Tell van Come heeft geproducet. Die plaat heeft een fenomenaal geluid. Ik heb ooit met die groepsleden gesproken, en toen ze vertelden over hoe hij was, wist ik dat ik eens met hem moest werken. Ik heb hem ook gecontacteerd voor de mix van Can Not Be Played In Mono maar hij vroeg te veel geld en wilde het ook niet doen zonder dat ik er bij was. Ook nog een vliegtuigticket en een hotel erbij, dat was onbetaalbaar voor me. Maar ik wil het ooit doen, ’t is een zeer interessante mens.”

enola: Denk je nu wel een platenfirma te vinden?
Tournicourt: “Eerlijk gezegd? Neen. We hebben die plaat nu in eigen beheer uitgebracht en overal rondgestuurd, en ik krijg heel veel positieve reacties van mensen buiten de platenindustrie. Maar ik snap dat ook wel. In deze tijden hebben die andere prioriteiten. Het is niet zo gemakkelijk meer. Ik zit er niet op te wachten. Ik heb gemerkt hoe het werkt, en dat het ook niet hoeft; we hebben ons geld van Can Not Be Played In Mono nu al terug. Dus waarom zou ik?”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − tien =