Ab Baars Trio :: een eenheid van 20 jaar samengevat in 5 cd’s en een tournee

Twintig jaar samenwerken met dezelfde mensen is bijzonder zeldzaam. Binnen de geïmproviseerde muziek, waar muzikanten voortdurend duiventilgedrag vertonen om maar te kunnen ontsnappen aan het risico om voorspelbare dingen te doen, is het een haast miraculeuze gebeurtenis. Het Ab Baars Trio lijkt dat te beseffen en viert het op gepaste wijze: met de prachtige 5cd-box 20 Years (1991-2011) en een concerttournee met een paar buitenlandse gasten.

Exact een jaar geleden kregen we nog een vergelijkbaar verhaal bij Ig Henneman, die haar vijfenzestigste verjaardag en vijfentwintig jaar als bandleider vierde met de box set Collected en concerten onder de noemer Kindred Spirits. Hoewel Baars al langer bezig was binnen en buiten de Nederlandse scène — zo viert hij intussen ook al vijfentwintig jaar bij het ICP Orchestra –, is dit trio z’n meest stabiele band, een thuisbasis die misschien niet altijd even actief was (voor het gloednieuwe, aan deze box toegevoegde Gawky Stride, was het al even stil), maar op geregelde tijdstippen van stal gehaald werd om concerten mee te spelen, al dan niet in het gezelschap van bekend volk. Zo verscheen een paar jaar geleden nog Goofy June Bug (2008), waarop het trio te horen is met de Amerikaanse rietblazer Ken Vandermark.

Gezien de fascinerende verhoudingen tussen compositie en improvisatie en het delen van vergelijkbare ideeën over muziek, mag het geen wonder heten dat net die muzikant uiteindelijk bij Baars & Co. belandde. Het moet bovendien gezegd dat weinig trio’s zo’n mooie democratie vormen. Ze beweren dat allemaal te zijn, die improvbands, maar met bassist Wilbert de Joode en drummer Martin van Duynhoven vormt Baars werkelijk een trio dat uit drie even eigenzinnige en sterke muzikanten bestaat. Als blazer en componist van de meeste stukken staat hij het vaakst in de spotlights, maar deze albums bewijzen met verve dat van een potje spelen in dienst van … geen sprake is.

De muziek leent zich daar ook niet toe: ondanks de occasionele acrobatische intervalsprongen en het soms erg ongepolijste gejammer van Baars op de tenorsax, is het niet al brute expressiviteit dat de klok slaat. Integendeel. De overheersende algemene indruk die je overhoudt aan het beluisteren van deze albums is er een van discipline, relatieve kaalheid en controle. Geen controle in de zin van opgelegde beperkingen en duidelijk uitgetekende composities, maar van een welomlijnde speeltuin met bepaalde grenzen, maar geen innerlijke bewegwijzering. Zelfs als het trio het anker binnenrijft en de muziek laat vloeien, krijg je nergens een gevoel van exces. De schetsen zijn soms rudimentair, maar nooit morsig of ondoordacht.

Stravinsky, Ayler, Carter

Net als bij het ICP Orchestra wordt ook hier snel duidelijk dat niet enkel inspiratie gezocht wordt in de jazzgeschiedenis, ook al kennen ze die goed en durven ze te verwijzen naar de meest volkse elementen ervan. Het draait net zo goed om elementen uit de moderne klassiek, de zuivere vrije improvisatie en hier en daar misschien zelfs een knikje naar de rock en het absurde. Maar dat het formele niet overboord gegooid wordt, komt meteen aan bod op het eerste trioalbum 3900 Carol Court, een album dat genoemd werd naar het adres van John Carter, de Californische klarinettist, die vooral in muzikantenkringen bedacht wordt met een status zoals Steve Lacy dat aan de sopraansax te danken had. Het laat een band aan het werk horen die van meet af aan z’n ding gevonden heeft.

Er is ruimte voor improvisatie, maar chaos zal je er niet vinden. Baars, die zich liet beïnvloeden door Albert Ayler, Roscoe Mitchell, Stravinsky, Monk en Mengelberg, verbreekt de composities met geïmproviseerde passages en past op z’n improvisatie tactieken toe die uit de compositie lijken te komen, iets dat hij gemeen heeft met z’n partner Ig Henneman. Gaat het er nu eens speels aan toe (het uitgebeende “Kimmel” lijkt zelfs even de attitude van The Lounge Lizards over te nemen), met een robuuste duik in de roots, dan draaien de drie er ook hun hand niet voor om even later een veel rigider spel te laten horen. Zo neemt “Visser Van Lucebert” een lange basaanloop en lijkt het wel een rudimentaire, verwrongen schets in de lijn van het artwork dat door diezelfde Lucebert voorzien werd.

Dat het niet enkel avant-garde moet zijn, wordt trouwens bewezen met een prachtige versie van John Lewis’ “Trav’lin In Plastic Dreams”, waarbij de band z’n kaarten op tafel gooit en een verwantschap met het Modern Jazz Quartet bekent. Geen echte verrassing, gezien de voorliefdes voor klassiek en vormexperimenten van die band. In de klarinetstukken, waar Baars zich doorgaans een zachtaardiger, maar soms ook grilliger improvisator toont, waart de sfeer van Carter rond, iets wat volledig uitgewerkt wordt op A Free Step (1999), dat enkel Cartercomposities bevat. Baars beperkt zich niet enkel tot de klarinet, iets wat Carter wel deed, maar vindt wel een vergelijkbare tussenvorm van toegankelijke, uit de blues ontsproten freejazz en abstracte improvisatie die flirt met kamermuziek.

Er wordt gestoeid met marsachtige ritmes (“Juba Stomp”), maar er zijn ook meer introspectieve momenten, zoals in het machtige “Enter From The East”, waarin het arcowerk van de Joode prachtig tegen de sax van Baars aanschurkt. En dan is er nog het duo “Sticks And Stones” / “Karen On Monday”, beide geplukt van het legendarische Seeking, van John Carter en Bobby Bradford; het één een vingervlug huzarenstuk, haast een bijendans van prikkelingen, en het ander een prachtige compositie die steeds nieuwe geheimen lijkt prijs te geven. Je krijgt een paar keer Baars op z’n rauwst en meest tegendraads te horen, met uitschieters in het hoogste klarinetregister, en Van Duynhoven in een minder conventionele rol, maar zelfs binnen de kortere stukken blijft dit een album waarin de verbeelding en het mysterie hand in hand blijven gaan.

Van een iets andere orde is Songs (2001), waarvoor het trio zich liet inspireren door de Native American-cultuur. Er passeren een paar verwante tracks — “Indiaan” van Guus Janssen en het alombekende “Cherokee” — maar de meerderheid van de composities vist in dezelfde traditionele vijver, wat regelmatig leidt tot stukken als peyoterituelen, koortsdromen die meer dan ooit in- en bijgekleurd worden door van Duynhovens percussieve details en zelfs in haast onnozele niemendalletjes (“Jeux”) blijven opvallen. Niet de plaats waar je het Trio het beste ontdekt, maar wel een merkwaardig en waardevol hoofdstuk uit hun oeuvre.

Als je dan toch op zoek bent naar een insteek en niet meteen van plan bent om deze box in huis te halen, dan is Party At The Bimhuis (2003), opgenomen ter gelegenheid van een decennium Ab Baars Trio, misschien wel de ideale plaat. Het biedt een dwarsdoorsnede van hun oeuvre tot dan toe, met uit elke plaat wel een representatief nummer (het titelnummer uit 3900 Carol Court, “Indiaan”, deze keer mét Guus Janssen erbij, uit Songs, en als afsluiter een prachtige versie van John Carters “Enter From The East” uit A Free Step), een handvol nieuwe tracks en een paar favorieten, zoals Monks “Reflections”, uitgevoerd met gasten Jansen, Mengelberg, Mariëtte Rouppe van der Voort en Ig Henneman. Zonder z’n eigenzinnige sound te verloochenen, hoor je toch hoe het Trio iets meer de teugels laat vieren en een iets bruisender en ‘open’ sound laat horen. “A Portrait Of Roswell Rudd” en “Von”, beide uitgevoerd door het septet, zijn hoogtepunten.

2011

Daarna was het even wachten op een nieuwe trioplaat zonder gasten. Die komt er nu met Gawky Stride, dat laat horen waar de drie nu staan en enkel verkrijgbaar is als onderdeel van de box. De conclusie hadden we eigenlijk al zien aankomen. Net als Henneman lijkt Baars immers een beweging naar steeds meer uitgepuurde improvisatie te maken. Hun duoplaat Stof (2006) draaide helemaal rond ontrafelde exploraties, terwijl Baars, net als ook z’n Amerikaanse collega Vandermark, een steeds groeiende interesse voor improvisatie aan de dag legt, wat ook al bewezen werd op het soloalbum Time To Do My Lions (2010). Op Gawky Stride laat het trio voor het eerst volledig geïmproviseerde stukken horen (“Spray Of Rooks”, “Lace-Rocked Foam”), maar ook binnen de composities krijg je nog veel grillige variatie, van een schetsmatig “Ochre Vrges” en het in stilte verzonken “White Scream”, tot het met shakuhachi opgeluisterde minimalisme van “Toru’s Garden” en de potige afsluiter “Wake Up Call”, waarin De Joode z’n snaren aardig zit te geselen.

Net als bij Henneman wordt het jubileum dus ook gevierd met een tournee. Van 10 tot 26 november gaat het trio de hort op met twee Amerikaanse gasten: hoornspeler Vincent Chancey en vocaliste Fay Victor, die zich steeds sterker profileert als een van de leading ladies van de vocale freejazz. Onder de titel Invisible Blow, een term uit de bokssport voor ‘de niet geziene klop’ die je elk moment te wachten kan staan, ook in het leven, werkte Baars aan een reeks nieuwe composities geïnspireerd door het werk van o.m. Seamus Heaney, Charles Bukowski, Joyce Carol Oates, Emily Dickinson en Hans Faverey. Het slotconcert in het Bimhuis (26/11) zal op cd worden opgenomen en uitgebracht. Voor enkele concerten, zoals dat in Amsterdam, zal de band bovendien worden bijgestaan door Anneke Brassinga, die poëzie zal voordragen.

Kortom: boeiende tijden in het verschiet voor dit trio. Wie de box set aanschaft krijgt niet enkel heel wat muziek voor een eerlijke prijs, maar ook, en dat kan niet genoeg worden benadrukt, muziek die z’n mannetje weet te staan op de internationale scène. Begin 1993 schreef Frans Van Leeuwen in een recensie over 3900 Carol Court in NRC Handelsblad al “Niet ‘wel leuk, voor Nederland dan’ maar zo universeel als een kunststuk maar zijn kan.”. Dat kan je net zo goed doortrekken als conclusie bij deze imponerende release, bijna twintig jaar later. Een visitekaartje zoals je er zelden te horen krijgt. De band balanceert tussen volks en cerebraal, vrij en gecomponeerd, expressief en ingetogen, op een steeds in beweging blijvende manier. Daarmee heeft het, net als pakweg het Willem Breuker Kollektief en het ICP Orchestra, stilaan een plaats verdiend binnen het Nederlands Cultureel Erfgoed.

Belgische concerten zitten er helaas niet bij. Wie de band aan het werk wil zien moet daarvoor naar Nederland: Leiden (10/11), Oostum (11/11), Baarle Nassau (12/11), Zaandam (13/11), Enschede (14/11), Den Haag (25/11) of Amsterdam (26/11). Tussen 15 en 24 november speelt de band elders in Europa. Meer informatie over de concerten via de website van Stichting Wig (zie link).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × twee =