Sinner’s Day :: 30 oktober 2011, Grenslandhallen (Hasselt)

Haa, die donkere jaren tachtig. Die eyeliner, die getoupeerde haren, die pruillippen,… Maar vooral: die muziek. Na drie edities is Sinner’s Day in Hasselt een vaste waarde geworden op de festivalkalender, maar daarmee was ook alles gezegd. Editie 2011 was verre van memorabel, al kwam vreemde eend in de bijt Patti Smith nog het dichtst in de buurt.

We schreven het twee jaar geleden al, bij de eerste editie van het new wavefestival pur sang dat Sinner’s Day is: nostalgie is een verraderlijk iets. Een festival organiseren over een genre dat begin jaren negentig al zachtjes kermend een stille dood stierf, is misschien wel hetzelfde als anno 2011 een film noir — een genre dat al zo’n zeventig jaar niet meer bestaat — draaien: in beide gevallen worden je oren en ogen dan misschien wel intensief gemasseerd, vraag blijft of het allemaal meer is dan een — bij tijd en wijlen prima klinkende — teletijdmachine.

Maar misschien moeten we de vraag ook wat meer opentrekken: is er überhaupt iets mis met een teletijdmachine? Surfen we niet allemaal graag terug op de soundtrack van onze tienerjaren? Mag een mens niet af en toe een beetje heimwee hebben naar zijn jeugd? Een volle dag terug naar de vleermuizen en puntige helleschoenen van de jaren tachtig, why not? En dus waren wij rond de klok van drieën helemaal klaar voor de punk van The Exploited, een punkband die het destijds even bloedserieus meende als pakweg Crass, maar ook toen al niet verder kwam dan belegen hardcore.

Helaas hadden onder meer The Psychedelic Furs — alweer — geannuleerd, waardoor de programmatie als een betere spaghettisaus helemaal overhoop werd geklutst. Gevolg: een verwarring bij het publiek waarbij de toren van Babel slechts klein bier is. Maar soit: een in overdrive lopende organisatie paste later op de middag de concerturen aan en zo konden we dan toch nog de punk van The Exploited — tja — ondergaan. Want laat ons wel wezen: vergeleken met de later op die dag verschijnende punkdichteres buiten categorie Patti Smith verbleekte deze band, verbleekte elke band, haast als een poëzie voordragende keizerin die zich buigt over een vlo. Next!

Over Visage, die destijds een gigantische hit scoorden met het zeer dansbare “Fade To Grey”, hebben wij omzeggens niets te melden. Ja, wij willen het adres van de kapper van de twee dames van de band — louter voor die ene keer dat er nog eens een eightiesfuif in de buurt is, en als niemand van onze kennissen ons kan zien. Verder begon het ons zo stilaan te dagen dat er een steengoed new wavefeestje in een zijhal aan de gang was. Gedanst! Maar soit, we kwamen voor de bands, nietwaar? Helaas bleek Diamanda Galas met haar parttime operastem en haar parttime gekrijs dat verdacht veel leek op de oerschreeuw van een pasgeboren zuigeling, niet voor één gat te vangen. Experimenteel? Yes. Gedurfd? Reken maar. Goed? Geen flauw idee. Wij houden evenveel van klassieke opera als van onze bloedeigen moeder, maar onze moeder krijst dan weer niet als een gespeend varken.

Pas bij The Mission, destijds de nieuwe band rond Craig Adams, de ex-bassist van The Sisters of Mercy, kregen we dan toch voor het eerst het gevoel wat waar te krijgen voor ons ticket. Die zalige hoge baslijnen! Die heerlijke flangerpedaaltjes op de gitaren! Die twaalfsnarige elektrische gitaar! Die heerlijk vettige gothic-sound! Zeker bij “Wasteland” en de nog steeds als de Eiffeltoren overeind staande Neil Young-cover “Like A Hurricane” vlogen ook wij met onze ogen dicht naar het prehistorische jaar 1987 toen de helft van het toenmalige Pukkelpoppubliek — toen nog op een voetbalweide (!) in Leopoldsburg — de band met modder van het podium smeet. Niets van dit alles op Sinner’s Day. Puik, zeer puik concert.

Ze paste niet helemaal in de line-up, en dat was ook aan de publieksreactie te merken: de set van Patti Smith & Band viel genadeloos plat voor een publiek dat nog doodser dan een bos zoutpilaren is. Dat lag nochtans niet aan de punkzangeres, die zich duidelijk in haar element voelde. “Welcome at the sinners’ festival”, grijnsde ze sardonisch in opener “Gloria” voor ze slotzin “Jesus died for somebody’s sins” gewoontegetrouw aanvulde met “but not mine”. Het was een krachtig begin, dat wel gepast was in een grote setting als deze. Een traag “Redondo Beach” volgde, met “Free Money” mocht Lenny Kaye daarna zijn gitaar opnieuw laten scheuren.

Terwijl haar band de “We shall live again”-mantra van “Ghost Dance” van haar overnam, zocht Smith de hoeken van het grote podium op. De reactie uit het publiek was niettemin minimaal te noemen. Een lauw “Because The Night” legde de fout echter bij haar, en het hield haar niet tegen het publiek van “Belgium and Brussels the craziest” te vinden. In “People Have The Power” zorgde ook het bunkergeluid van de Grenslandhallen voor sabotage, en de call to arms die het nummer is, deed slechts her en der een vuist de lucht in schieten. Smith liet het niet aan haar hart komen, zette de bril op, las een — door de geluidsmix slechts gedeeltelijk begrijpelijke — opruiend stuk speech voor, improviseerde van een stuk “Babelogue” naar “We are the future/the future is now” en raasde door in een ziedend “Rock-‘n-Roll Nigger” dat eindelijk vuur aan de lont kreeg. Ostentatief trok ze de zes snaren van haar gitaar.

“We are all saints! We are all sinners! We are niggers!” eindigde de set, maar we waren vooral zoutpilaren in een reservaat voor vijftigers met heimwee. Patti Smith op een festival voor oudere zwartzakken was een miscast van jewelste. En laat ons eerlijk zijn: ze is van de hele affiche de enige die tot de dag van vandaag relevant blijft. Het was zonde om haar hier weg te steken. Als er één lichtpunt was vandaag, dan gelukkig wel dit: volgend jaar brengt ze een nieuwe plaat uit, dus we zien haar nog wel terug. Dat hopen we van harte.

Karl Bartos, de helft van het legendarische Kraftwerk, na Patti Smith? Klinkt alsof je iemand spinazie met frieten serveert. Om maar te zeggen dat Bartos absoluut op zijn plaats staat op een festival als Sinner’s Day — Kraftwerk heeft, dat weet u, op zijn dooie eentje, de elektronische muziek uitgevonden — maar dat de timing op zijn zachtst gezegd wat ongelukkig gekozen was. Toch de mentale switch kunnen maken, en wat blijkt? Bartos en zijn kompaan bleken niet te beroerd om muziek die volledig in het idioom van Kraftwerk stond te onderschragen met hedendaagse beats. Vrij geslaagde set, al bleek de lokroep van de nog steeds succulente fuif te groot, ook voor ons.

Aah, The Cult! Was “She Sells Sanctuary” destijds niet, in de tweede helft van de jaren tachtig, een perfecte cocktail van gothic en pure, ongegeneerde rock? En zijn we die band niet jammerlijk, na die machtige song en de bijbehorende plaat, uit het oog verloren? Terecht helaas, want ook The Cult blijkt in hetzelfde bedje ziek als wat er overblijft van The Sisters of Mercy: de balans slaat bij beide bands vervaarlijk door naar metal. Combineer dat met het al eerder geciteerde slechte geluid in de bunker die de Ethias-arena nu eenmaal is, en je komt uit bij een maaltijdsoep die wij alvast niet lustten. Neem nu pakweg “Rain”: op plaat zo mooi als een hippiemeisje op Woodstock, live anno 2011 een geluidsbrij waar we vooralsnog niet van terughadden. Toen de band dan ook nog “She Sells Sanctuary” door een betonmolen haalden, grepen wij, eens te meer, naar onze beginpropositie: nostalgie is… Juist.

Voor een al fel slinkende zaal deed Front 242 vervolgens wat het moest doen: komen, zien, en met mokerslagen van messcherpe beats het volk dat er nog was inpakken. Hoogtepunt van de set: “Fun Khadaffi”. Je kon de pioniers van de electronic body music alvast niet verwijten dat ze er niet 100 procent voor gingen. Dat springt en danst alsof het nog een jong veulen betreft! Mission accomplished, als u het ons vraagt.

Is Sinner’s Day — een festival voor veertigers met een genre dat, als puntje bij paaltje komt, dood en begraven is — nog relevant? Ergens wel: er is immers niets mis met terugkeren naar je roots, met terugkeren naar een genre dat destijds magischerwijs andere deuren van andere muziekstijlen voor je geopend heeft. Nostalgie is mooi, een deodorant met de geur van je tienerjaren, het bedwelmt je totaal maar blijft verraderlijk. En als u ons nu wil excuseren: wij gaan dringend een film noir bekijken en zo’n slordig dozijn platen klassieke muziek beluisteren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =