Sinner’s Day :: 1 november 2009, Ethias Arena, Hasselt

De Hasseltse Ethias Arena zag deze allerheiligenzondag zwart van het volk en dat mag u voor één keertje letterlijk nemen: voor het nagelnieuwe Sinner’s Day tekenden de organisatoren zelfbewust voor een affiche die het woord new wave telkens opnieuw in knoerten van hoofdletters spelde. Of het festival dan meer was dan een veredelde trip naar de jaren tachtig? De vraag stellen is ze beantwoorden, nietwaar?

Laat ons immers niet vergeten dat de hoogdagen van de new wave al zo’n slordige 25 jaar achter ons liggen; en dat was niet alleen te merken aan de leeftijd van de bands en artiesten, maar ook aan het aanwezige publiek: opvallend veel zwartgeklede veertigers met een buikje en dames die zich met alle moeite van de wereld nog eens hadden gekneld in punky nylonkousen die al een eeuwigheid op zolder lagen. Nu kan een beetje socioloog het u wel op een briefje geven: muziek, jongerencultuur en kleding zijn de drie musketiers van elke tegencultuur die naam waardig en iedereen blijft ergens wel steken in de soundtrack van zijn jeugd. Nostalgie is een verraderlijk iets meneer.

Buiten een verkleedpartij bleef Sinner’s Day uiteraard een muziekfestival, weliswaar eentje waar het merendeel van de bands scoorde met oude hits, toch viel er hier en daar een speldenprikje nieuw werk te horen dat voorwaar nog relevant bleek. Toen festivalopener The Neon Judgement, na kleppers als “Miss Brown”, het onverwoestbare “Tomorrow in the Papers” en “Concrete-it feel so Strong” het nummer “Leash” uit hun nieuwe plaat speelden hoorden we nog steeds die mix van Kraftwerk en The Human League die de band zo uniek maakt, de song stond dan ook met één been verankerd in het nieuwe millennium. Toch bleef het grootste applaus bewaard voor slotsong “Tv Treated”, in de vroege jaren tachtig een wereldhit in België. Met hun veel te korte set van een stief half uurtje smaakte The Neon Judgement naar meer, ook al omdat het geluid beter was dan hun meeste oude concerten, alsof de band vleugels had gekregen na hun excellente Rewind-optreden in de AB.

Was Sinner’s Day een jukebox die aan de lopende band oude hits ophoestte? Jazeker, al was dat heus niet alleen de schuld van de artiesten. De meeste bands in de namiddag hun concert werd door de organisatie afgeklokt op een stiefmoederlijke drie kwartiertjes. Moeilijk om dan je concert een beetje op te bouwen natuurlijk, al kwam Lydia Lunch met haar rommelige maar charmante set alvast dicht in de buurt. Lunch serveerde met haar ‘no wave’ — zelfs new wave was haar destijds te commercieel — een soort punk après la lettre. Ook wij — zo oud als Methusalem — vlogen met een teletijdmachine terug naar de periode van onze eerste kalverliefdes, toen Lydia Lunch in een samenwerking met de zeer enigmatische band No Trend, onze puberteit definitief voor geopend verklaarde. La Lunch was niet ontsnapt aan vadertje tijd, maar hey, onze jeugdhelden mogen zo lelijk worden als de nacht, als hun stem maar intact blijft.

Hits en nostalgie, het blijft soms toch een massage voor de oren. Want wie schetst onze verbazing toen The Bollock Brothers, naast vanzelfsprekende nummers als de Serge Gainsbourgh-cover “Harley David Son of a Bitch” en “Horror Movies” plots “Beats of Love” van het Belgische Nacht Und Nebel inzetten? Goed, muzikaal wegen de tijdgenoten van The Sex Pistols nog lichter dan een light-maaltijd van The Weight Watchers, maar wie maalt daarom met een groep die het eerste risico van de dag neemt door met het minder gekende “Count Dracula” — met stip ons favoriete punknummer — hun concert te beëindigen?

Van DJ Andy Rourke, bassist van de nog steeds kwintessentiële Smiths, onthouden we vooral dat hij niet te beroerd bleek om werk van zijn eigen legendarische band op de draaitafel te leggen. Voor de rest presteerde de man het om “Push It” van Salt’n Peppa te mixen met The Stooges. Ambiance! Nog meer ambiance toen The Gang of Four de annulering van The Psychedelic Furs moest wegspoelen bij het publiek en dat met verve deed. De tijd- en genregenoten van bands als The Fall, The Mekons, The Clash en Wire serveerden zeer hoekige, potige gitaarsongs die sterk deden denken aan de groep The Sound van begin jaren tachtig (Iemand? Neen?). Zeer, zeer sterke set.

Een groter contrast met Anne Clark was niet denkbaar. De new wave-dichteres van het eerste uur, die eerder dit jaar de samenwerking met haar begeleidende band heeft stopgezet, bleek in Hasselt slechts geflankeerd door één toetsenist en tekende voor een dromerig, als vanouds beetje etherisch optreden waarbij het grote deel van het publiek duidelijk zat te wachten op twee nummers. Slotsongs “Sleeper in Metropolis” en een grondig hertimmerde versie van “Our Darkness” schoten dan ook volledig in open doel. Oftewel: hoe je kan dansen op pure poëzie.

Presentator Luc Janssen wist ons te melden dat Gary Numan met zijn eigen privé-jet naar Hasselt was komen vliegen en aan de peperdure lichtshow te oordelen, bleek dat geen grap te zijn. Verder moet de man ook een abonnement op een steengoede fitness hebben. Om maar te zeggen dat Numan er voor zijn leeftijd nog verbazend kwiek uitziet. Uiteraard zat iedereen te wachten op “Are Friends Electric” en die song kwam er ook, zij het in een grondig verbouwde versie. Vervolgens presteerde tweede gast-DJ Peter Hook om niet één, niet twee maar voortdurend songs van zijn eigen bands te draaien. Maar ach, als die groepen toevallig Joy Division en New Order heten, hoort u ons alvast niet klagen.

Tijd voor een band die met Dare één van de beste platen van de vroege jaren tachtig heeft neergepend, tijd voor The Human League. Wie kent er niet vrolijk naar de hitparade lonkende wereldsongs als “The Lebanon”, “I’m only Human”, “Being Boiled” en uiteraard “Don’t you want me Baby”, nummers die nu nog steeds scoren op elk feestje dat uit de hand dreigt te lopen. Frontman Philip Oakey pootte met de twee originele achtergrondzangeressen van weleer dan ook een vrij goed concert neer, misschien ietsje minder dan vier jaar geleden in het Koninklijk Circus (toen ze Vive La Fête vrolijk naar huis speelden), en toch. Hadden wij u al gezegd dat het vrolijk huppelende bisnummer “Together in Electric Dreams” ons inziens heilzamer is voor het gemoed dan een gezinsverpakking Prozac? En dat een kamerbrede grijns op een new wave-festival pur sang moet kunnen?

Uiteraard mocht de band die op z’n dooie eentje begin jaren tachtig de electronic body music heeft uitgevonden niet ontbreken op Sinner’s Day. En dus brachten de heren van Front 242 in hun gekende quasi-militaristische stijl en met de gekende messcherpe beats het publiek naar een kookpunt. Merk wel: gekend staat hier niet synoniem voor belegen; Front speelde immers met de energie van een roedel jonge wolven op jacht naar een prooi. In die zin is het een verdienste dat “No Shuffle”, hun grootste hit , er niet, zoals bij sommige andere bands, uitsprong maar dat heel het concert zo scherp was als een versgeslepen diamant, met een attitude waar veel jonge groepen een punt aan kunnen zuigen.

Sinner’s Day leek bij momenten wel erg op een uit de hand gelopen reünie tussen (ouder) publiek en de muziek uit haar jeugd maar zelf bleken we er ook niet immuun voor: net zoals we ons nog haarscherp onze eerste slow herinneren was het immers de new wave die ons, en talloze leeftijdsgenoten, wegjoeg van de Duran Durans en Kajagoogoo’s en onze ogen opende voor andere muziek. Bovendien is het een verdienste dat geen enkele band echt helemaal door de band viel. En als u ons nu wilt excuseren, wij gaan de organisatoren een jaar lang stalken tot ze een reünie van The Smiths en The Talking Heads geregeld krijgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =