Peter Sloterdijk :: Je moet je leven veranderen

Veel dwingender dan “je moet je leven veranderen” kan een boodschap niet worden. Een zin, of zelfs imperatief, die zo weggeplukt lijkt uit een boek of cursus die “mindfulness” en zelfverwezenlijking vooropstelt door via boerenwijsheden, platitudes en zweverige stellingen een onduidelijke maar welklinkende levensreflectie en handleiding te creëren. De stelling zelf komt evenwel uit Rilkes gedicht “Archaïscher Torso Apollos”, dat een heel andere interpretatie vooropstelt.

Dat de Duitse filosoof met de mokerhamer Peter Sloterdijk de zinsnede als uitgangspunt voor zijn nieuwe boek neemt, is niet zo verbazingwekkend. Sloterdijk grossiert zijn hele schrijversleven al in volzinnen en poëtische uitweidingen die zijn stellingen naargelang de bron vaak ondersneeuwen of net extra kracht verlenen. Of zoals Frits Bolkestein hem ooit verweet: “u presenteert helemaal geen theorie, uw boek is een verzameling bon mots, anekdotes, verhalen!” Een waarheid als een koe, althans wat het tweede deel van het verwijt betreft. Sloterdijk lezen is immers als een bokswedstrijd waarbij tussen de vele schijnbewegingen (aforismen, terzijdes en uitweidingen) heen, de onderliggende theorie schemert.

Sloterdijks visie samenvatten in enkele lijnen is daardoor haast onmogelijk, al prijkt het woord “antropotechniek” boven al zijn werken en dit in het bijzonder. De cultuurcriticus Sloterdijk stelt steevast de mens centraal en hoe deze gevormd wordt door de maatschappij en zijn omgeving. In Je moet je leven veranderen staat bij een oppervlakkige lezing de godsdienstkritiek centraal maar voor de auteur is elke vorm van godsdienst slechts een facet van de ruimere religieuze beleving en het adagium dat een leven inderdaad een leven lang gevormd en veranderd dient te worden waarbij de levenskunst en -techniek nu eens voor iedereen weggelegd is, dan weer voorbehouden aan de enkele gelukkigen die zich door ontbering en training naar een hoger niveau weten op te tillen.

Zoals in elk werk van Sloterdijk kan ook ditmaal niet aan Nietzsche en Foucault (een neo-Nietzscheaan) voorbijgegaan worden. Diens laatste filosofische testament (De zorg voor het zelf) vormt slechts een van de vele inspiratiebronnen voor Sloterdijks steeds uitdijende visie op de zorg voor het zelf en de daaraan gekoppelde training: Sloterdijk ziet na een eeuwenlange verbanning de “trainer” weer op het voorplan treden zonder altijd even duidelijk te stellen hoe die trainer zijn rol vervult. Doorheen de geschiedenis zijn er te veel verschillende opvattingen en culturele bepalingen geweest om er slechts een model uit te puren. Het is Sloterdijk, die zichzelf niet als een nieuwe raadsman ziet, er ook niet om te doen er een bepaald model uit te selecteren.

Want net zoals alle wegen naar Rome leiden, zijn er verschillende trainingen mogelijk die allen tot eenzelfde einddoel behoren te leiden. Voor Sloterdijk is de conclusie dat er een “macro-structuur van wereldwijde immuniseringen” moet komen of eenvoudiger gezegd “door dagelijkse oefeningen de goede gewoonten van gemeenschappelijk overleven eigen maken.” Een banale eindconclusie op zich, maar een die zin heeft en krijgt door al wat er aan vooraf kwam en gevormd en gesteund is door een cultuurhistorische en -kritische reflectie op een schier eindeloos aantal theorieën, gewoontes en “trainingen” ontstaan vanuit eenzelfde onvrede met de huidige situatie.

Je moet je leven veranderen is ondanks zijn dwingende imperatief veeleer een uitnodiging dan een bevel. Het is geen handleiding maar een hoogst eigenzinnige reflectie. Sloterdijks werk kenmerkt zich niet door het einddoel maar door de weg erheen. Zijn werken zijn als een labyrint waarbinnen de lezer zich een eigen weg dient te banen en de vele verwijzingen naar andere denkers en theorieën als wegwijzer en als dwaalspoor gelden. De kritische en eigenzinnige interpretatie van de vele filosofische en andere bronnen vormen slechts een deel van het genot dat gepaard gaat met het lezen van Sloterdijk, wiens ongebreidelde eruditie en onwezenlijke kennis (en talent tot het opsporen) van in vergetelheid geraakte werken alleen al indrukwekkend mag heten.

Het is een huzarenstuk dat op zich al een eerbiedige buiging vergt, maar nog versterkt wordt door een combinatie van Duitse doorwrochtheid (sommige kwatongen zullen spreken van (Heideggergelijke) obscuriteit) en Franse lichtvoetigheid die voor een literaire roetsjbaan zorgen die even vermoeiend als stimulerend is. Ook zonder elke finesse uit het werk fijn te kunnen ontleden blijven Sloterdijks werken tot herlezing uitnodigen waarbij de ene keer het literaire het wint van de eruditie en dan weer de achterliggende theorie de bovenhand haalt op de vele naar elkaar refererende reflecties. Je moet je leven veranderen baart veel conclusies en interpretaties, al klinkt één ervan luider dan alle andere; die luidt dat Sloterdijk nog steeds een van de interessantste (en omstreden) levende filosofen en cultuurcritici is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 + 19 =