Pascal Schumacher Quartet :: 20 oktober 2011, AB Club

Met zijn vijfde album, het recent verschenen Bang My Can, bewees het Pascal Schumacher Quartet andermaal tot de boeiendste jazzoutfits van de Benelux te horen. Niet omdat het er allemaal zo virtuoos of revolutionair aan toegaat, maar omdat er een geslaagde mix te horen valt die jazz naar de werelden van minimalisme en pop stuurt, waar sfeerzetting en groove al even belangrijk kunnen zijn als uitdagende interactie en improvisatie. Klinkt het album ook nu nog fris en compact, dan viel dat eigenlijk een beetje tegen op de planken.

Nochtans heeft de band er al aardig wat ervaring op zitten (met concerten op vijf continenten!) en zou je bijna gaan vergeten dat zwaargewichten als Jef Neve en Teun Verbruggen ooit nog deel uitmaakten van de line-up. Pianist Franz von Chossy toonde zich alleszins een prima sideman en live was de interactie met Schumacher soms ook wat pittiger dan op het album. Helaas kon het kwartet als geheel niet altijd overtuigen, met soms wat lange, onopgemerkt voorbijglijdende interpretaties van composities die regelmatig aan spanning en verbeelding inboetten.

Zonder poespas werd gestart met “Water Like Stone”, een van de minimalistische sterkhouders van het album. Het zag er allemaal even uit als een echt rockconcert, met Schumacher die vanuit het duister z’n vibrafoon bespeelde en gaandeweg ook mocht rekenen op een bescheiden portie podiummist. Misschien toch wat misplaatst, net als de sound, die aanvankelijk aan de lompe kant was. Gaandeweg zou dit beteren, al kan niet hetzelfde gezegd worden van de muziek, want ondanks Schumachers drietalige commentaar (Engels, Frans en Di Rupo-Nederlands) en wat stuntelige grapjes leek de band niet op scherp te staan. Integendeel.

Van de podiumenergie waar deze band voor bekend staat viel weinig te merken. Het mooie “Bang My Can”, dat meteen aan de opener geplakt werd, kreeg zo al een beetje een valse start, al liet het wel horen dat de vrijages met de rockmuziek steeds nadrukkelijker geworden zijn. De band speelt soms met een dynamiek die verwant lijkt aan de postrock, terwijl de melodieën ver verwijderd zijn van de bluesroots. Helaas verwaterden sommige van die charmante thema’s snel door weinig interessante uitweidingen. Devisschers kloeke “Elmarno” met z’n hoekige stuwing bleef nog overeind, maar von Chossy’s “Metamorphosis” en Schumachers “Seven Fountains” waren liefkozende strelingen die geen kippenvel teweegbrachten.

De set was best geslaagd opgebouwd – vooral de afwisseling van Düppes speelse “30 Little Jelly Beans” en Devisschers pastoraal ingetogen “A Fisherman’s Tale” zorgde voor een fraai contrast -, maar van opwinding of bij de lurven grijpende impact was geen sprake. Het was bovendien jammer dat de band ervoor koos om een albumvoorstelling af te ronden met een cover, die dan nog eens te horen was op een vorige plaat. “Sing” van Travis was beter dan het halsstarrig saaie origineel, maar ook daar bleef de sprankel achterwege. Idem voor bonusoudje “Personal Legend”, opgedragen aan new age-zwanzer Paulo Coelho en gelukkig minder belegen dan diens boeken.

Wat een kleine triomf had moeten worden, draaide dus uit op een wat flets concert dat de albumversies niet wist te vertalen in even prikkelende uitvoeringen. Sommige van de stukken waren te statisch, terwijl we meer panache verwacht hadden van Schumacher en (vooral) Düppe, die zelden de veelzijdigheid en ritmische inventiviteit van z’n voorganger liet horen. Aan de zuinige glimlachjes te zien leken de muzikanten ook te beseffen dat ze er niet hun beste avond op hadden zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 5 =