Interview My Brightest Diamond :: ”Ik dacht, laat ik de gitaar wegnemen en zien wat er gebeurt.”

Hoewel My Brightest Diamond, het eenmansproject van Shara Worden, allerminst afwezig was in de muziekscene van de afgelopen jaren (ze was onder meer te horen op platen van Sufjan Stevens, Clogs en zelfs de hiphopband Jedi Mind Tricks), was het toch alweer even geleden dat we nog eens wat solowerk van de ijverige dame te horen kregen. Met All Things Will Unwind keert ze niet alleen terug met volwaardig solowerk, maar gaf ze haar muziek ook nog eens een opmerkelijk draai, waarbij ze de kamermuziekelementen van haar muziek veel meer in de verf zette.

All Things Will Unwind is een volledig nieuwe plaat, in tegenstelling tot voorganger A Thousand’s Shark Teeth, wat een ouder, reeds opgenomen album was dat Worden twee jaar lang herwerkte. Wij vroegen haar hoe het aanvoelde om deze keer haar aandacht volledig aan nieuw materiaal te kunnen besteden in plaats van aan oudere songs.

Worden: Het was een opluchting! (lacht) Het was erg aangenaam om snel te werken, snel op te nemen, om niet steeds opnieuw oude ideeën te moeten doornemen. Ik had ongeveer twee en een halve maand waarin ik de nummers schreef, ongeveer een song per dag, waarna ik ze arrangeerde met het muziekprogramma Sibelius. Dan nam ik ze mee naar een repetitie, hoorde ik de muziek, ging ik naar huis en herwerkte ik de songs, waarna we weer een repetitie hadden, en ik weer wat herwerkte. Na drie dergelijke repetities was het merendeel van de plaat zo goed als af.

enola: Er ligt een erg grote nadruk op de bij momenten bijna klassiek aandoende arrangementen op deze plaat. Zie je jezelf misschien meer als een componist dan als een singer/songwriter?
Worden:
(resoluut) Nee, songwriting is het belangrijkste in de wereld voor mij. Ik heb dit jaar wel drie instrumentale stukken geschreven voor het kamermuziekensemble yMusic waarmee ik deze plaat ook opnam. Twee van die stukken staan op hun nieuwe plaat Beautiful Mechanical die net is uitgebracht. Maar het is erg moeilijk voor mij om zonder narratief te werken, waarschijnlijk net omdat ik geen instrumentaliste ben, de impuls om de muziek te maken is voor mij altijd een tekstueel idee. Ik vond het dan ook erg uitdagend om louter instrumentale muziek te schrijven. De manier waarop ik een song schrijf is meestal wel gebaseerd op timbre, wanneer een bepaald geluid van een instrument me prikkelt, maar zonder een of ander tekstueel idee komen de songs gewoon niet. Wat wel aangenaam was, was dat elke song van deze plaat op een dag kwam, en dat alles dus op hetzelfde moment gebeurde, maar toch heb ik een tekstueel idee nodig vooraleer er iets kan ontstaan.

enola: Wat opvalt is dat je voor deze plaat blijkbaar veel minder vanuit het timbre van de gitaar bent vertrokken. Er is zelfs nauwelijks gitaar te horen op de hele plaat, en je bespeelt meestal de bariton ukelele, terwijl je vorige albums in grote mate door gitaren gedomineerd werden. Was je de gitaar beu?
Worden:
Nooit! Maar de uitdaging van de gitaar is dat het een enorm overweldigend instrument is qua klank. Dat is tegelijkertijd de schoonheid en het moeilijke ervan, zeker wanneer je voor de rest met “klassieke” instrumenten werkt. Dus ik dacht, laat ik de gitaar gewoon wegnemen en zien wat er gebeurt. Dat heeft ervoor gezorgd dat de andere instrumenten zich heel anders gedragen, ze kunnen meer de kern van de klank vormen, in plaats van zich altijd te moeten schikken naar een strummy rhythm. Maar de gitaar wordt zeker niet voor altijd opgeborgen, ik heb er zelfs net een nieuwe gekocht. (lacht) De gitaar is fantastisch, omdat je de klank ervan constant kan veranderen, de technologie is er om een oneindig aantal klanken te maken.

enola: Je schreef de nieuwe plaat dus al vanaf het begin met het doel om het yMusic-ensemble erbij te betrekken?
Worden:
Absoluut. Eind januari had ik een concert voor de American Songbook reeks. Ik wou oude nummers brengen, maar tegelijkertijd toch ook een inkijk in mijn huidige ideeën geven, want bij een dergelijk evenement wil je je presenteren zoals je op dat moment bent als singer-songwriter, je wil een getrouwe staalkaart geven. Ik wist meteen dat ik yMusic er volledig bij wou betrekken, het zijn immers muzikanten waar ik al vaak mee heb samengewerkt, dus heb ik mijn oude nummers herwerkt en de nieuwe geschreven met hen in het achterhoofd. Of die oude nummers dan zoveel anders klinken nu? Eigenlijk valt dat wel mee, want alle arrangementen zijn er nog steeds, zeker voor de tweede plaat, waar erg veel basklarinet op stond. De fluit is in feite de enige echte toevoeging.

enola: yMusic is een eerder vreemd ensemble van instrumenten (het ensemble bestaat uit een gitarist, (bas)klarinettist, een fluitiste, een trompettist, celliste en violiste, waarbij veel leden echter ook nog andere instrumenten bespelen). In welke mate heeft schrijven voor die verzameling instrumenten jouw manier van songs schrijven beïnvloed?
Worden:
Bring Me The Workhorse schreef ik voor een rockband, strijkers en vibrafoon, A Thousand’s Shark Teeth schreef ik dan weer gewoon voor gelijk wat ik bij een song wou. Deze keer heb ik me weer grenzen opgelegd, en dat heeft zeker mijn manier van schrijven veranderd. Ook het idee van songs schrijven met aanvankelijk een live event als doel en pas in tweede instantie een studioproductie zorgde voor een andere aanpak. De opname is zelfs in zekere zin wat incidenteel, en biedt een weergave van hoe de live show was. Je hebt daarbij ook het feit dat je een groep muzikanten hebt die sowieso op een podium staat, en dan wil je ze wat om handen geven in elke song. Zo is er niet in elk nummer trompet, maar de trompettist doet wel iets op elke song, bijvoorbeeld pomporgel in “There’s A Rat” of klokkenspel op “Ding Dang”. Je wil niet dat die kerel daar gewoon niets zit te doen! (lacht)

enola: De plaat lijkt ook lichter te zijn in toon dan je vorig werk. Het geluid is helderder en misschien zelfs “gelukkiger”. Is dat een reflectie van je huidige gemoedstoestand?
Worden:
Het is vreemd, want in zekere zin reflecteert het inderdaad mijn huidige positie, maar anderzijds vind ik in het materiaal ook veel oppositie van “licht” en “donker” terug. Misschien is dat niet zo’n goede uitdrukking, en is het meer dat ik blijf verder kijken naar schoonheid, lijden en geluk. Eigenlijk handelt het over het volledige gamma aan menselijke interacties, waarin veel schoonheid is, zoals bijvoorbeeld liefde, maar ook ongelooflijk onrecht. Het is feitelijk een constante worsteling met die twee uitersten. De plaat is misschien helderder omdat ik in een minder intense plaats ben dan tevoren (Worden verhuisde recent van New York naar Detroit en werd bovendien recent moeder, gvdb), en omdat ik misschien meer met de grotere vragen van het leven bezig ben dan met mijn eigen problemen, hoewel er van beide zeker wat op de plaat te vinden is.

enola: In “There’s A Rat” ga je sterk de politieke kant op. Denk je dat muziek de kracht heeft om dergelijke (anti-)politieke ideeën naar voor te brengen?
Worden:
Zeker, muziek is een reflectie van al onze ideeën. Alles is zichtbaar in onze kunst, in onze expressie. Kunst is een soort vergrootglas in dat opzicht, het maakt een idee of een onderwerp groter, en kan dus alles zijn. Het is om die reden dan ook een erg krachtig en zelfs een gevaarlijk medium.

enola: Opvallend is ook dat de album cover van deze plaat erg explosief en kleurrijk is. Daarnaast lijkt het ook een erg opvallende referentie naar de album covers van Björk.
Worden:
Wel ja, het is dezelfde kunstenaar, “Shoplifter”, die met synthetisch haar werkt en die het design voor die foto’s ontwierp. Natuurlijk hou ik van Björk, ze is een erg inspirerende en fascinerende artieste.

enola: Recent liet Björk optekenen dat ze het concept van een “album” voorbijgestreefd vindt, en dat ze eigenlijk geen albums meer wil maken en haar muziek op een andere, lossere manier wil benaderen, nu dat het internet toch alles veranderd heeft. Zou je haar daarin volgen, of denk je dat het “album” nog zijn merites heeft?
Worden:
Het internet heeft zeker alles veranderd. Mensen luisteren erdoor helemaal anders naar muziek. Björk maakt er nu ook een hele ervaring van, waarbij de plaat meer als een deel van die grotere ervaring fungeert. Ik denk effectief dat mensen nu meer op een dergelijke manier muziek willen ervaren. Het probleem voor mij is dat ik daarin nog steeds wat old-fashioned ben. Ik hou erg van het idee om een groep songs te maken die samen horen, maar ik denk ook dat mensen niet meer op die manier naar muziek luisteren. Maar als je bijvoorbeeld één song per keer uitbrengt, is het ook gewoon moeilijker om mensen dat te laten opmerken. Zeker als je een body of work wil maken is dat problematisch, en wanneer je liever muziek in grotere gehelen wil uitbrengen.

enola: In welke mate is “Reaching Through To The Other Side” een knipoog naar “Break On Through To The Other Side” van The Doors?
Worden:
(oprecht verbaasd) Meen je dat? The Doors hebben een song met een gelijkaardige titel? Jij bent vandaag al de derde die me op iets dergelijks betrapt, terwijl ik er zelf niet van wist. Iemand anders vertelde me dat “There’s A Rat” een UB40-song is, “Ding Dang” zou een song van The Beach Boys zijn en “I Have Never Loved Someone” is blijkbaar van Aretha Franklin. En dat wist ik allemaal niet! (lacht) Blijkbaar zou ik wat meer moeten googlen voor ik een plaat opneem!

enola: Die song lijkt ook, net als veel werk van The Doors, een erg spirituele lading te dekken. Zie je jezelf als een spiritueel persoon, en zoja, welke rol speelt dat in je muziek?
Worden:
Muziek is iets etherisch en is oneindig. Het blijft altijd een mysterie, dat je niet volledig kan bevatten. Alles wat mysterie in zich heeft, wetenschap, ruimte, en ook muziek, reflecteert iets groter dan wij. En mensen participeren zowel in het eindige als in het oneindige, want we hebben dromen, het onderbewuste, zaken van ons “zijn” die uit iets groter voortkomen, maar tegelijkertijd hebben we lichamen die erg eindig zijn, die leven en sterven. Dus het antwoord is ja, absoluut. (lacht)

enola: Je lijkt een erg druk muzikaal leven te hebben, en het afgelopen jaar alleen al was je op ettelijke verschillende platen te horen. Niet enkel bij Sufjan Stevens, maar ook bij Prefuse 73, Son Lux, Colin Stetson, etc. Zou je jouw benadering van muziek een soort gemeenschapsbenadering durven noemen?
Worden:
Ja, ik hou van nieuwe dingen maken, van nieuwe ervaringen, van andermans muziek. Het is altijd erg leerrijk om muziek te maken die je anders niet zou maken, of toch niet uit jezelf. Door iemands visie op muziek te dienen, leer je zelf nieuwe dingen en verbreed je je horizonten. Soms gaat het ook gewoon erg gemakkelijk, zoals met Colin Stetson, die blues-traditional “Lord I Just Can’t Keep From Crying” hebben we gewoon in één take live opgenomen, het zat meteen goed. Onlangs werkte ik ook mee aan het multimediaproject Letters To Distant Cities waarbij vooral de opname van de videoclip een vreemde, haast spirituele ervaring was voor mij doordat ik daar drie dagen op een verlaten strand zat zonder echt met iemand te spreken.

enola: Je hebt ook een grote fascinatie met remixes, afgaande op de grote aantallen herwerkingen van songs die je liet maken van vorige platen. Hou je ervan om je muziek afgebroken en volledig anders heropgebouwd te zien worden?
Worden:
Ik heb er sowieso altijd wel het laatste woord over. (lacht) Het is een andere manier van informatie verkrijgen over hoe je iets had kunnen doen, of een andere kijk op dezelfde situatie. Een opname is geen eindproduct meer, want je hebt vandaag altijd verschillende versies van songs. Dan moet je ze akoestisch brengen, en dan is er nog de demoversie, de veertien verschillende mixen enzovoort. Omdat het album toch al gedeconstrueerd is, is er niet slechts één manier meer om een song te horen. Het concept van een remix is daar zeker deel van. Voor deze plaat gaat er sowieso al een remix komen door Prefuse 73, en ook iemand uit Detroit zal een remix maken, maar ik denk niet dat we weer het hele album gaan remixen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × twee =