M83 :: ”Sorry voor die geslapte bas!”

Ooit zou Antony Gonzalez een dubbelalbum maken, zo zwoer hij lang geleden. Vrijdag is het zover. Dan ligt Hurry Up, We’re Dreaming van zijn M83 in de winkel. “Maar het is géén Mellon Collie & The Infinite Sadness geworden”, benadrukt hij. Wat het wel werd: twee schijfjes die voortdurend schipperen tussen naar eighties zwemende shoegazepop en een zweverige elektronische soundtrack.

enola: Zozo, een dubbelalbum. Dat is nogal iets.

Gonzalez: “Het is nogal ambitieus, dat weet ik. Maar dat vind ik ook tof: ik hou wel van grote projecten, en ik vond dit het goeie moment om mijn kans eens te wagen. Het laatste jaar ging mijn zelfvertrouwen immers door het dak; ik ben naar Californië verhuisd, begon aan het album, en voelde me in mijn sas. Ik was productief, ging elke avond uit, zag optredens die me inspireerden … Alles klopte om me eindelijk aan zo’n ding te zetten.”
“Het hééft echt iets, zo’n dubbelalbum. Al van toen ik een kind was fascineerde het me; ik was een grote fan van de witte van The Beatles, Ummagumma van Pink Floyd, en later Melon Collie & The Infinite Sadness van Smashing Pumpkins. Als tiener heb ik mezelf altijd voorgehouden dat ik er zelf ook ooit eentje zou maken. Ik hou van het feit dat er zoveel in te ontdekken valt; het is een schat.”

enola: Niettemin heb jij geen Mellon Collie gemaakt, dichtgeplamuurd tot de laatste minuut: je maakte twee compacte albums van elk nog geen veertig minuten.
Gonzalez: “Ja. Meer wilde ik niet. Da’s inderdaad het enige bezwaar dat ik tegen Mellon Collie heb: veel te lang. Ik wilde een dubbelalbum, maar het mocht ook niet te lang of te vervelend worden. Het moest beluisterbaar blijven, zelfs al staan er dingen op die niet echt mainstream genoemd kunnen worden. Het idee was om twee losse platen te maken die niet echt elk hun eigen identiteit hebben, maar toch apart kunnen staan. Alsof elke track op disc één een broertje zou hebben op disc twee. Het zijn bijna dezelfde albums; heel erg verwant.”
“Wat ik geweldig vind, is dat je de ene plaat kunt beluisteren, en het geheel daarna kunt laten rusten, voor je aan de andere begint. Het moet echt niet allemaal in één keer beluisterd worden. En je kunt net zo goed op één of twee nummers focussen. Ik zie het als de soundtrack van een film. Je kunt die van begin tot einde beluisteren, maar net zo goed kun je genoeg hebben aan één kant.”
enola: Je hebt Hurry Up, We’re Dreaming inderdaad beschreven als een trip. Van waar naar waar, dan?
Gonzalez: “Weet ik niet. Gewoon, bij een verhaal, een film die nog niet bestaat. Ik hou van het idee dat een kunstenaar de soundtrack voorziet, en jij maakt er het verhaal, de beelden bij tijdens het luisteren.”

enola: Hoe is het met je plan om een echte Hollywoodsoundtrack te schrijven?
Gonzalez: “Werk ik nog aan. Het is vanzelfsprekend niet gemakkelijk, om zo’n opdracht te krijgen. ‘t Is een kleine wereld, en je raakt er niet snel binnen. Maar ik ga mijn kans wagen, en als ik ooit een goed project binnenhaal, doe ik het.”

enola: Hurry Up, We’re Dreaming is strak gestructureerd, met een strikte afwisseling tussen echte songs en meer vage instrumentals. Vond je dat belangrijk?
Gonzalez: “Ik hou gewoon niet van albums die voortdurend hetzelfde tempo aanhouden. Het mag van mij wel wat afwisselen tussen grote orkestrale tracks, popnummers en kleine interludes. Voor mij werkt dat het best. Zo krijg je dat gevoel dat je op een trip bent: langs de zee, door de woestijn, over bergen … In een filmsoundtrack heb je ook verschillende momenten. Live gaan we dat echter anders moeten aanpakken. Waarschijnlijk gaan we die interludia niet spelen. Mensen verwachten dat we singles spelen, en tracks van de vorige platen. Ik moet er nog wat aan werken, want we zijn inderdaad geen band die zomaar single na single kan spelen. We hebben een soort trip nodig, dus de oplossing zal er in liggen om niet alleen de popsongs te spelen. We moeten het publiek ook laten dromen, en dat zullen we proberen.”

enola: Nog meer dan op je vorige plaat Saturdays = Youth leef je je uit met het botvieren van je eightiesfixatie: saxofoonsolo’s, geslapte basbreaks …
Gonzalez:Yes. Sorry about that. (lachje) Ik weet dat ik mijn liefde voor die typische eightiesgeluiden als saxofoon en zo nog verder heb gedreven. Ik word er zelf bijna bang van: geen idee wat mijn volgende album wordt. Maar ja, ik heb altijd van die eightiesmuziek gehouden, misschien omdat ik in 1980 ben geboren, en tijdens mijn opgroeien niets anders heb gehoord. I just love it; het geluid is zo helder, proper en mooi, maar zo krachtig. Daar hou ik van. Al die bands gebruikten ook allemaal die nieuwe machines, synthesizers, en experimenteerden er op los.”

enola: Dat heeft me ook altijd gefascineerd aan jouw muziek, die klinkt als een synthese van de jaren tachtig met de stofzuigers van My Bloody Valentine. Alsof de grote gitaarrevolutie met Nirvana nooit plaatsvond. Als een alternatieve versie van de geschiedenis.
Gonzalez: “Het is vreemd, maar er zit een grond van waarheid in. Mijn muzikale invloeden stoppen ergens rond 1992. Wat ik maak is dan ook gewoon maar een mix van al die invloeden. Ik ben ook geen typische songschrijver; ‘t gaat me veel meer om het in de studio zitten, en zien wat er uit je machines komt. Ik zou nooit alleen met een gitaar op een podium kunnen staan. Nooit. Ik moet mezelf kunnen verbergen achter al die studiotrucjes.’t Is te naakt. Het voelt niet als mezelf. Ik hou er niet van.”
enola: En toch hoor ik in “Wait” voor het eerst een songschrijver.
Gonzalez: “Ja. Dat nummer en “Splendor” springen er wat uit. Ik gebruik er voor het eerst een akoestische gitaar. We probeerden zo kaal mogelijk te zijn, zelfs al staan er nog heel wat effecten op zang en gitaar. Maar ik heb ook geprobeerd om iets meer een zanger te worden op deze plaat. Ik heb na Saturdays = Youth lang getourd, onder andere in het voorprogramma van The Killers, Kings Of Leon en Depeche Mode, en hun frontmannen zo energiek bezig te zien, kijken hoe zij contact met het publiek maken, heeft me erg doen nadenken. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat ik dat ook moet proberen. Het is indrukwekkend, in zo’n stadion spelen, en die gasten leken er ook plezier in te scheppen. Dat wilde ik ook, en in de studio heb ik dan ook nog nooit zo luid gezongen als nu.”
enola: Je zult heel wat verlegenheid moeten overwinnen om dat ook live te doen.
Gonzalez: “Absoluut. ‘t Zal heel wat van me vragen. Het is een heel andere kant van mezelf die ik moet verkennen. we hebben niet meer live gespeeld sindsdien, dus ik moet nog zien hoe ver ik het kan pushen. Ik moet mijn inner Dave Gahan nog ontdekken.” (lacht)

enola: Je hebt je altijd in een soort geïdealiseerde tienerromantiek gewenteld. Deze keer ga je zo ver terug als je kindertijd.
Gonzalez: “De eerste maanden nadat ik naar LA verhuisde waren behoorlijk moeilijk, en ik kreeg veel herinneringen aan mijn kindertijd. Dromen van toen kwamen terug, en dat hield me op de been. Het maakt me blij om daar aan terug te denken. Dus besloot ik om daar over te schrijven, er inspiratie uit te putten. Hurry Up, We’re Dreaming is dan ook een van de meest persoonlijke platen die ik al heb gemaakt. Ik ben vrij verlegen, en ik heb ontdekt dat ik door de muziek nog het beste over mezelf kan praten. Muziek maken is de oplossing, dat is gemakkelijker om te communiceren.”
Hurry Up, We’re Dreaming voelde dan ook als de perfecte titel voor deze plaat: dromerig en slaperig, maar ook urgent. Soms gaat het ook dwingend en snel, zoals deze tijden. ‘t Is bijna een statement: laat ons nu dromen, niet uitstellen. Haast je, en kom mee dromen. Zoiets, ja.”

enola: Vanwaar die fascinatie met het tienerbestaan?
Gonzalez: “Geen idee. Het was een mooie tijd voor mij. Ik was graag een tiener, ja. En je kunt niet meer terug, maar met mijn muziek kan ik die tijd wel opnieuw beleven. Die kracht heeft muziek wel, en daar hou ik wel van. Ik ben nu eenmaal erg nostalgisch en melancholisch. Ik idealiseer het absoluut, dat is waar. Maar als ik die periode kon overdoen, ik deed het meteen. Zelfs de slechte dingen hadden toen hun reden. Ik weet dat pubers ook wreed kunnen zijn en zo, maar ik heb daar zelf geen last van gehad. Een gelukkige kindertijd? Wees maar zeker.”

enola: En dus schreef je maar een bijzonder kinderverhaaltje met “Racontez-moi une histoire”?
Gonzalez: “Dat is een bijzonder nummer, ja. Ik wilde gewoon mijn versie maken van een kinderverhaaltje; als een grap. De tekst heb ik met mijn broer geschreven en zijn dochtertje heeft het ingelezen. Het moest iets kinderlijks zijn, maar dat verder ging; waar een volwassene ook iets aan heeft. ‘t Is eigenlijk behoorlijk ondeugend, inderdaad.” (lachje)

enola: Ga je akkoord dat je werk over de tien jaar van je bestaan als M83 meer popgevoeligheid heeft gekregen?
Gonzalez: “Ja en neen. Ik vind dat Hurry Up, We’re Dreaming minder poppy is dan de vorige platen. Er staan wat toegankelijke songs op, maar ook veel nummers die doen terugdenken aan oudere platen als Dead Cities. ‘t Voelt bijna aan als een best of van mijn vorige platen, maar dan met nieuwe tracks. Ik had het gevoel dat ik terug naar mijn roots moest; dezelfde synthesizer gebruiken als op mijn eerste platen … Deze plaat doet me ook aan Before The Dawn Heals Us denken. We hebben heel wat gelijkaardige instrumenten en machines gebruikt, en ook de manier waarop ik dialogen in de muziek verwerk is net als toen.”

enola: Hoe kijk je terug op dat voorbije decennium M83?
Gonzalez: “Ik ben een gelukzak dat ik dit mag doen. Ik heb altijd de platen mogen maken die ik in mijn hoofd had. Niemand heeft ooit om een single of iets anders gezeurd. Mijn label vertrouwt me; ze vragen nooit om iets te horen voor de plaat af is. Ik denk dat dat nu een pak minder evident is voor een beginnende groep. Ik zou met geen band willen ruilen: ik ben niet groot, ik ben niet klein, en ik heb een geschiedenis, fans … Ik voel me meer dan gelukkig. Als ik morgen sterf, zal het als een tevreden man zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 5 =