Hamed Abdel-Samad :: De ondergang van de islamitische wereld

De Franse schandaalauteur Michel Houellebecq beschouwt de islam als ’de kloterigste godsdienst’ en voorspelde in zijn magistrale roman Platform (2001) haar failliet. Hij kreeg een proces wegens ’belediging en aanzetten tot rassenhaat’ aan zijn pantalon. Gelukkig volgde de vrijspraak. Ook volgens de Duits-Egyptische politicoloog Hamed Abdel-Samad ligt de islam te stuiptrekken op haar sterfbed. Hoewel velen in het Westen de sharia, een herislamisering en een Eurabië vrezen, schetst hij in De ondergang van de islamitische wereld het verval van een van de drie grote Abrahamistische religies.

De auteur zelf heeft een bizar parcours afgelegd: als vroom moslim — zijn vader is een soennitische imam — en getergd door de decadente westerse beschaving, verkneukelde hij zich, vervuld van Schadenfreude, in zijn nieuwe thuisland Duitsland bij de zogenaamde op til zijnde ondergang van de Europese samenleving en hij ging de zwaktes van zijn eigen cultuur vergoelijken. Na een reeks identiteitsconflicten en de lectuur van Oswald Spenglers Der Untergang des Abendlandes (1918) komt hij tot de vaststelling dat het cultuurpessimisme van Spengler uitstekend voor de moslimwereld opgaat.

Abdel-Samed duikt de geschiedenis van de islam in, werpt gedurfde vragen op (op de vraag wat voor goeds de islam vandaag de dag voortbrengt, antwoordt hij ’weinig’ of ’helemaal niets’), zet islamapologeten en –hervormers voor schut en maakt met onder andere Plato en Fromm als metgezellen fijne filosofische en psychologische uitstapjes. Daarna kijkt hij met een analytische maar ook meedogenloze blik doorheen de façade van de islam.

In een aantal uiterst hapklare essayistische stukken legt hij uit dat de implosie van de moslimwereld onvermijdelijk is. Het is het verhaal van verstarring (de Arabische taal kent het woord ’proces’ niet), paranoia (een perfide mix van almachtsfantasieën en het gevoel van permanente vernedering), voorgeprogrammeerd sociaal en psychisch geweld, geschiedenisvervalsing, islamitische eigendunk, een leugenachtige seksuele moraal, hevige antiwesterse ressentimenten en de nutteloosheid van de Koran. Ook voelen moslims zich steeds chronisch beledigd en is er een stuitend gebrek aan deugdelijk onderwijs.

Abdel-Samad ontmaskert, zonder daarbij de fouten van de Europese koloniale machten en de westerse machtspolitiek van tafel te vegen, de doorsnee moslim als een schuldafschuiver en Calimero en heeft het zoals Ayaan Hirsi Ali over het miserabele leven van de vrouw in moslimstaten die vaak politieke nachtmerries zijn. Ook de massale mishandeling van gastarbeiders in de Golfstaten komt aan bod.

Een fatwa viel Abdel-Samad al ten deel, maar de boude, polemische stellingen niet schuwend weet hij toch genuanceerd en verzoenend over het thema te schrijven, onderbouwt hij zijn these met eigen ervaringen en trekt hij boeiende parallellen met andere tijden (Japan van net na de Tweede Wereldoorlog) en samenlevingen (Vrijstad Christiania in Kopenhagen).

De islam als politieke idee kan niet overleven en de gespletenheid en culturele desoriëntatie binnen de moslimwereld vormen een rode draad doorheen het boek. De ketterse Abdel-Samad stelt de zaken soms ietwat scherp maar is geen oproerkraaier of ordinaire islambasher. Net als Salman Rushdie, Ibn Warraq, Necla Kelek of Seyran Ate? is hij een insider die de hand in eigen boezem steekt, zonder daarbij te vervallen in het fanatisme van de Nederlands-Iraanse Afshin Ellian, die met een verknipte gedachtekronkel in een column de Noorse nutcase Anders Breivik een ’door politieke islam geïslamiseerde psychopaat’ noemde.

De toekomst is echter verre van rooskleurig: ongebreidelde voortplantingsdrift, overconsumptie en massatoerisme veroorzaken in moslimlanden een aanslag op het milieu zonder weerga. De olie- en waterschaarste en de teruglopende voedselproductie zullen nijpend worden en de klimaatverandering zal ongenadig toeslaan. Het is ook zo dat de demografische bom in de vermolmde islamitische wereld (met uitzichtloze jeugdwerkloosheid en bijgevolg frustratie tot gevolg; u kunt in dit verband Zonen grijpen de wereldmacht van de Duitse socioloog Gunnar Heinsohn lezen) voor gigantische migratiestromen richting Fort Europa zal zorgen.

Het zijn moedige en lovenswaardige aanzetten tot een persoonlijke maar gewaagde voorspelling over het lot van een van de pot gerukte woestijnideologie die uitgroeide tot een wereldgodsdienst. Wel kan de vraag opgeworpen worden of Abdel-Samad niet iets te optimistisch is over het langzame verscheiden van de islam. De ondertitel mag dan ook ’een prognose’ luiden, voorspellen blijft hachelijk, ook al omdat de wereldgeschiedenis bijna altijd waanzinnige capriolen maakt. De verlichte auteur neemt vaak Egypte als voorbeeld om zijn theorieën te staven: is zijn vaderland — de gindse situatie is niet dezelfde als die in pakweg Indonesië, Iran of Saoedi-Arabië — representatief voor de islam tout court?

Het boek werd in het najaar van 2010 uitgebracht. Het ware boeiend geweest om Abdel-Samad te horen over de volksopstanden tegen de despotische regimes in Egypte, Tunesië en Jemen en de oorlogen in Syrië en Libië. Interviews met de schrijver over de politieke omwentelingen in bepaalde moslimstaten bieden hier soelaas, want nu zijn sommige teksten wat gedateerd na de plotse aanvang van de Arabische Lente.

Enkel zielenpoten roepen ’racist’ naar ieder die gegronde kritiek op de islam spuit. Moge De ondergang van de islamitische wereld een verdere kiem zijn tot een niet-verkrampte strijdcultuur waarin over thema’s als islam en migratie in alle openheid gedebatteerd kan worden. Hamed Abdel-Samad legt met kennis van zaken de vinger op de etterende wonde genaamd islam.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + twee =