The Middle East :: I Want That You Are Always Happy

PIAS,
2011

New folk is hot. Kijk maar naar het grote enthousiasme
tijdens Fleet Foxes op Werchter of het concert van Bon Iver in de
AB dat opmerkelijk snel uitverkocht was. Het verre Australië staat
op het punt een nieuwe naam toe te voegen aan deze hype. Vanuit de
kuststreek ter hoogte van het Groot Barrièrerif waait een nieuwe
folkwind genaamd The Middle East. Bebaarde jonkies en hipsters
kunnen alvast hun hart ophalen. Het zevenkoppige gezelschap heeft
een gelaagde sound van folk, indie en country. De Australische band
zag in 2005 het levenslicht, maar kwam in zijn beginjaren niet
verder dan wat lokale festivals en concerten. Na de release van hun
ep ‘Recordings of The Middle East’ in 2009 in de Verenigde Staten,
begonnen ze meer in de spotlights te staan. Nu ze hun eerste
langspeler ‘I Want That You Are Always Happy’ internationaal hebben
uitgebracht, lijkt een doorbraak binnen handbereik.

Zelf waren The Middle East niet helemaal tevreden over hun
debuutalbum en toch staat ‘I Want That You Are Always Happy’ vol
intieme songs waar het vakmanschap van afspat. Er zit voor een
recensent niets anders op dan een opsomming van de hoogtepunten te
geven. Het gemoed van het boeiende album fluctueert van
onheilspellend tot hartverwarmend, van opgewekt tot dramatisch. De
referentie bij uitstek voor dit album is niemand minder dan Fleet
Foxes. Dit is niet enkel omdat de stem van één van de zangers,
Jordan Ireland, bijna een exacte kopie is van die van Robin
Pecknold, de zanger van Fleet Foxes. Ook de arrangementen, de
close harmony samenzang en de pastorale folk zijn bij
momenten treffend gelijkend met de veelbejubelde Amerikaanse
folkband.

Zeker bij het prachtige ‘Months’ lijk je wel een nieuwe hit van
Fleet Foxes te aanhoren. De song straalt hoop uit en kippenvel
krijgt de bovenhand. ‘Ninth Avenue Riverie’, een melancholische en
kleurrijke storyteller, is ook schuldig aan een zeker
Fleet Foxesgehalte. Tijdens een concert zouden gegarandeerd alle
aanstekers meewiegend de lucht ingaan.

‘I Want That You Are Always Happy’ is echter zo gevarieerd dat er
ook parels van een totaal andere categorie te ontdekken vallen. De
band is duidelijk op ontdekkingstocht en wil zich niet in één hokje
laten drukken. Daarvoor zorgen onder meer de andere twee zangers,
Rohin Jones en Bree Tranter, die ook af en toe als hoofdzanger op
de voorgrond treden. Jones heeft een iets donkerdere stem dan
Damien Rice,
terwijl de stem van Tranter een sterk poppy gehalte heeft.
‘Deep Water’, ingezongen door Jones, is een lied waar u meteen
verliefd op wordt. Dit acht minuten durende weemoedig gemijmer,
dobberend op een oceaan van liefde waarbij Damien Rice en Ray LaMontagne
spontaan voor de geest worden gehaald, is meteen het hoogtepunt
onder de hoogtepunten van het album.

Bree Tranter zorgt dan weer voor de vreemde eend van dit album.
‘Jesus Came to My Birthday Party’ is een catchy
indiedeuntje met een scherpe gitaarsolo. Tranter kan haar pret niet
onderdrukken en het zou ons niet verbazen als hipsters uit pure
extase een kussengevecht zouden beginnen bij het horen van dit
speelse lied. Het bevat de enige melodie van het album die echt
blijft hangen en werd in Australië dan ook al een bescheiden
hit.

Minder opvallend, maar zeker nog het vermelden waard vanwege de
eenvoudige schoonheid zijn volgende drie songs. ‘My Grandmother Was
Pearl Hall’ is een donker en spookachtig juweel dat bijna ongemerkt
aan u voorbijgaat wanneer u het album als achtergrond beluistert.
Installeer u echter uitgebreid in de zetel en sluit de ogen, u zal
gegarandeerd de luidsprekers luider zetten. De opkomende en
dreigende violen worden telkens weer op de achtergrond gehouden
door een bloedmooie piano en de zachte, hartverwarmende en bijna
kreunende stem van Rohin Jones.

De instrumental ‘Sydney to Newcastle’ verdient al evenzeer uw
aandacht. Dit interludium snijdt het album perfect in twee en is
opgebouwd rond een dromerige pianosolo en de stem van een
conducteur die door de luidsprekers knalt. Bevreemdend, filmisch en
melancholisch. Het album telt ook enkele nummers waar duidelijk
country-elementen inzitten. ‘Mount Morgan’ is veruit het meest
intrigerend. In deze song vindt u onheilspellende, bombastische
country die ideaal zou zijn als soundtrack wanneer Quentin
Tarantino zich zou wagen aan een remake van ‘The Good, the Bad and
the Ugly’. De gitaar snijdt door merg en been, de bombastische drum
onderstreept de tragiek.

Naast twee à drie mindere nummers, waaronder vreemd genoeg de
eerste single van het album, ‘Hunger Song’ die de gekende uptempo
folk van Mumford & Sons van stal haalt en opvallend minder
belegen is dan de rest, bestaat ‘I Want That You Are Always Happy’
uit niets anders dan schoonheid. De indruk wordt echter gewekt dat
verschillende sterke songs bij elkaar gezet werden zonder te willen
zorgen voor één geheel. Dit leidt tot zo’n grote variatie aan
stijlen en duidelijke invloeden dat het album een eigen muzikaal
universum ontbreekt. Bovendien neemt zo de kans toe dat de
luisteraar niet alle hoogtepunten evenzeer zal smaken en slechts
enkele parels zal koesteren in plaats van het album in zijn geheel.
Desalniettemin levert The Middle East een album af van zeer hoge
kwaliteit, gekleurd door bloedmooie stemmen. Eén hit van The Middle
East is voldoende voor een nieuwe indiefolkhype.

http://www.themiddleeastmusic.com/

http://www.myspace.com/visitthemiddleeast

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =