Aver :: Aver

Eigen beheer, 2011.

Hoewel de kans groot is dat het Australië van de toekomst 2011
vooral zal herinneren als het catastrofale jaar dat ze te kampen
kregen met overstromingen van bijna Bijbelse proporties, mag er nu
toch alvast één troost wezen. Althans op muzikaal vlak: het
gelijknamige debuut van de psychedelische stonerrockband Aver. De
rauwe, ongepolijste grunge van dit viertal uit Sidney katapulteert
ons terug naar de late jaren ’80 (lees: het
pre-‘Nevermind’-tijdperk, toen de mainstream het nog beschouwde als
smerige kettingherrie) en wordt gekoppeld aan slepende,
geestverruimende grooves tot een dynamische en levendige
trip – gaande van gewichtloze vluchten in het luchtruim tot de
daaropvolgende confrontatie met de zwaartekracht.

Het resultaat is een zacht kabbelende, bezwerende atmosfeer van
reverb en traag stuwende bastonen, die vervolgens bruusk
uit haar voegen barst tot een draaikolk van alles verpulverende
grunge- en stonerriffs. Net wanneer we denken tegen de kliffen van
de branding gesmakt te worden, dobberen we gewoon verder in
diezelfde ondiepe waters, alsof de hypnotiserende vocals ons willen
geruststellen dat alles maar een illusie was. Drijft u rustig
verder.

De veelzijdige stem van zanger Bredt volgt die turbulente stroom
perfect: van een ijl, bijna apathisch gemijmer in de stijl van
wijlen Alice in Chainsfrontman Layne Staley, naar uitbarstingen die
variëren van rasechte metalscreams tot gescheurde keelklanken
waarvoor Kurt Cobain model stond. Geen betere voorbeelden dan het
overdonderende ‘Jacob’ of de nog intensere opvolger ‘Acid Rain’,
die wordt ingeleid met de vervreemdende galmen van een didgeridoo.
Bij het horen van dat laatste zou een welgemeende ‘qué?’
weldegelijk op zijn plaats zijn, mocht dit niet de ideale mystieke
sfeer scheppen om even later compleet ten gronde te richten met een
mokerriff à la ‘Sleep’. Een terechte ‘FUCK YEAH’ kan er
wel aan af.

De intro van ‘Retreat to Space’ had dan weer zo op een ‘rare and
unreleased’ van Kyuss kunnen hebben gestaan en accumuleert tot een
beukend drumritme en een schreeuw die waarschijnlijk nét geen
klaplong heeft uitgelokt, te midden van een woeste orkaan van
gitaargeweld. Na zoveel furie is het onverwacht breekbare, maar
vooral wondermooie ‘Phantom Limb’, met de aanlokkelijke
afscheidsregels “Come take a trip with me, you never know what we
might find”, de ironische uitgeleide om bij te beginnen
ontnuchteren.

Zoals u kunt lezen: veel vergelijkingen met grote namen in hun
‘genre’, maar probeer vooral niet deze vrij unieke sound, die
ergens in een parallel universum zweeft tussen stoner, psychrock en
grunge, onder één noemer te brengen. De Aussies mogen dan al eens
in herhaling vallen (na het voor de vierde keer terugkerende
patroon van trage opbouw met climax is ‘Real Eyes’ echt niet meer
zo verrassend), maar de sublieme flow van het album blijft niets
minder dan indrukwekkend. En dat voor een kwartet jonge stoners dat
deze plaat onder eigen beheer heeft uitgebracht!

Het debuut van het jaar mag dan nog wel voorlopig op naam van
Josh T.
Pearson
staan, binnen het bewustzijnsverruimende, zwaardere
werk mag er nog heel wat uit de kast komen om deze nieuwe wind die
Aver brengt te overtreffen.

Een fysieke versie van de CD is te verkrijgen via
averdistro@gmail.com,
maar je kan hem ook gratis downloaden via MySpace.

http://www.myspace.com/aversound

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 3 =