The Tallest Man On Earth + Francis

Noem ons devote muziekliefhebbers of gerust echte
fangirls, welk van de twee epitheta u het meest bekoort,
maar het was maar liefst de derde keer in één jaar tijd dat The
Tallest Man on Earth op Belgische bodem optrad én dat wij hem aan
het werk zagen. Exact één zomer geleden werden wij als spontaan
verliefde bakvissen van onze sokken geslagen in een zweterige
Chateau op Pukkelpop, des winters
als het regent vluchtten wij de Botanique in voor
hartverwarmende folksongs die wonderwel hun dienst verleenden als
geïmproviseerd haardvuur. En nu was het Koninklijk Circus aan de
beurt, de prestigieuze place-to-be waar slechts de langst
verwachte acts van Les Nuits Botanique zich op het podium mogen
scharen. Niet minder dan terecht, als je de livereputatie van de
man een beetje kent.

Voor dat zijne grootheid zelf het podium zou beklimmen, stelde hij
ons eerst voor aan zijn beste vriendjes van
Francis, evenzeer een op en top Zweedse combo
onder leiding van een flamboyante deerne met spastische neigingen.
Maar charisma had ze zeker, om van haar klok van een stem nog maar
te zwijgen. Francis is, zo verklaarde The Tallest Man on Earth
later die avond terwijl hij ‘You’re Going Back’ met veel empathie
aan hen opdroeg, the best band ever. Zelf waren we daar
niet helemaal van overtuigd, al konden we de frivool springerige
popsongs zeker pruimen. Dit is voornamelijk de verdienste van Petra
Mases, de bovenvernoemde jonkvrouw, die tijdens ‘Beat Beat Beat’
zelfs een megafoon bovenhaalde om haar krachtdadige stemgeluid bij
te zetten en ondanks haar ietwat wereldvreemde houding en
handtastelijkheden zich een dijk van een frontvrouw toonde.

Weinig geïnspireerd vatte Kristian Matsson, alias onze
Tallest Man on Earth, zijn concert aan met de
openingstrack van zijn debuutplaat. ‘I Won’t Be
Found’ werd echter zeker gesmaakt, en publieksfavoriet ‘The
Gardener’ zou minstens dezelfde indruk nalaten. The Tallest Man was
in topvorm en bewees dat met zijn kenmerkende stunteligheid, zijn
nonsensicaal gemompel tussen de nummers door en zijn magistrale
folkmuziek die zowel het kleinste kind als de meest stokoude
cynicus tot ontroering zou brengen.

Laat je niet verrassen, achter het vrolijke getokkel schuilen wel
degelijk gitzwarte songs vol verbetenheid en vroegtijdig afscheid.
“Niets van aantrekken,” zo verzekert Kristian ons echter, “I’m a
happy dude today.” Dat citaat bracht hij niet meteen tot een
waarheidsgetrouw gehalte aangezien hij terstond het intriest
prachtige ‘Where Do My Bluebird Fly’ (let op de grammaticale fout
trouwens) inzette. ‘Love is All’ is evenmin rooskleurig getint, wat
de titel je ook moge wijsmaken.

Wanneer Matsson echter liedjes van zijn laatste ep, ‘Sometimes the
Blues is Just a Passing Bird’, uit zijn gitaar tovert, straalt de
gelukzaligheid van hem (en van zijn songteksten) af. Valt het u ook
op dat de man plots een trouwring rond zijn vinger heeft? De
voorstelling van zijn nieuwste werk bereikte een glorieuze climax
toen opeens vrouwlief Amanda Bergman, die u misschien nog kent
onder haar muzikaal pseudoniem Idiot Wind dat het voorprogramma in
de Botanique zowat een halfjaar terug mocht verzorgen, wederom de
tweede stem in ‘Thrown Right at Me’ mocht vertolken. Schuchter
blijft ze echter, hoe verliefd haar kersverse echtgenoot haar ook
in de ogen kijkt.

The Tallest Man plezierde zijn publiek met nog meer verrassende
wendingen toen hij een handvol nummers, waaronder ‘King of Spain’
en ‘The Dreamer’, niet solo speelde zoals we van hem gewend zijn,
maar geruggensteund door de bassist en drummer van Francis. Extra
cachet gaven de muzikanten zeker, al blijft de vraag of deze
back-up werkelijk nodig was eerder in het midden. Het
liefst van al zien wij Matsson nog steeds op zijn eentje, gevangen
tussen diverse gitaren die nooit van zichzelf juist gestemd staan
en zijn karakteristieke stem. Maar elke halve ‘misstap’ vergeven we
hem maar al te graag.

Hoe doet de man het toch, steevast met zo veel overgave ieders hart
veroveren? Mocht zijn muziek an sich niet uit diamand
geslepen zijn, dan nog zou hij zijn publiek stuk voor stuk tot in
het diepste van hun ziel vertederen, al was het maar door zijn
ongemeen joviale persoonlijkheid die te pas en te onpas knuffels
bij de vleet uitdeelt en ieder lied beëindigt met de meest oprechte
“thank you so much” die wij ooit al gehoord hebben. Getuige van
zijn warmhartig karakter is zum beispiel het gesprek dat
hij aanging met één van zijn smoorverliefde fans die vol overgave
“I love you!” riep, en dat ging ongeveer als volgt: “But… you
don’t know me. If you were to get to know me you would see I’m a
really nice guy. Although, I mean, it’s easy to stand here on stage
and pretend you’re a nice guy, but I really am. And I want to show
you (puberaal hoongelach). No, not like that! That’s not
love! OK, maybe it is…” Zijn imaginaire dialoog sloot hij af met
de affronterende en bovenal bijzonder grappige woorden “But maybe
we shouldn’t be doing this in front of all these people.”

Zoals reeds uitvoerig vermeld, was Kristian Matsson volledig in
zijn nopjes in zijn geliefde Brussel, alwaar the quietest
audience in the whole world
hem steevast met staande ovaties
beloont. Dit geschenk verdient een wederdienst, en zo bracht The
Tallest Man on Earth zijn banjo mee naar België. Na een bijzonder
mooie doch niet helemaal foutloze, gaf hij zelf toe, versie van
eerste bisnummer ‘The Drying of the Lawns’, a song about being
stupid
, sloot Matsson zijn concert af met een stille,
uitmuntende interpretatie van ‘Kids on the Run’ op het tot de
verbeelding sprekende instrument. Gelukzalig in hart en nieren
verliet indiefolkminnend België het Koninklijk Circus, om nog
dagenlang na te dromen van onze immer favoriete Zweed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + zeven =